Hogere vergoeding voor asbestslachtoffers

Belgisch Staatsblad. ? De 'wet tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers' verlengt de termijn waarbinnen het slachtoffer van een asbestgebonden ziekte een aanvraag tot schadevergoeding kan indienen. De wet maakt het mogelijk dat het Asbestfonds tussenkomt bij asbestgerelateerde strottenhoofdkankers en longkankers. En ze trekt de vergoedingen op. Daarnaast krijgen de slachtoffers meer tijd om een burgerrechtelijke procedure tot schadevergoeding op te starten.

Meer asbestgebonden ziektes

Slachtoffers van mesothelioom, asbestose en pleuraverdikking kunnen nu al een aanvraag voor schadevergoeding indienen bij het Asbestfonds. De nieuwe wet stelt die mogelijkheid ook open voor de slachtoffers van asbestgerelateerde larynxkanker (strottenhoofdkanker) en longkanker.
Eierstokkanker, slokdarmkanker, keelkanker en andere kankers waarin asbest een rol lijkt te spelen, zijn daar niet bij.

Hogere vergoeding

De vergoeding van het Asbestfonds bestaat in de regel uit een maandelijkse forfaitaire rente. Die rente is vanaf nu verschuldigd vanaf de eerste maand waarin de ziekte gediagnosticeerd werd (i.p.v. één maand nadat de aanvraag bij het Asbestfonds werd ingediend) en vanaf maximum 4 maanden vóór de indiening van de aanvraag.
Net als bij de andere asbestziektes wordt de rente bij larynx- en longkanker geleidelijk verminderd.

Voor mesothelioom bestaat een apart vergoedingsmechanisme. Daar krijgt het slachtoffer vanaf nu een extra uitkering van 10.000 euro.

Nog nieuw is dat het Asbestfonds de begrafeniskosten zal vergoeden als een slachtoffer overlijdt aan de gevolgen van een asbestziekte. Tot maximum 1.000 euro.

Burgerlijke procedure

Niet-werknemers die het slachtoffer werden van asbest, hebben de keuze tussen een vordering tot schadeloosstelling via het Asbestfonds of een vordering tot schadeloosstelling via de rechtbank. In dat laatste geval kan het slachtoffer niet alleen een financiële, maar ook een morele schadevergoeding eisen, maar de procedure zal wellicht langer aanslepen.

De mogelijkheid om een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering in te stellen tegen de persoon of onderneming die de asbestintoxicatie veroorzaakte, verjaart normaal gezien 20 jaar nadat de intoxicatie zich heeft voorgedaan. Maar omdat de meeste asbestziektes een zeer lange incubatietermijn hebben - van 20 tot 30 jaar - is de termijn om een vordering in te stellen dikwijls al verstreken als de ziekte zich voor het eerst uit.
Daarom wordt nu een specifieke verjaringstermijn ingevoerd voor asbestziektes: de termijn voor het instellen van een vordering tot schadevergoeding voor letsel of overlijden, verstrijkt pas 5 jaar nadat het slachtoffer kennis nam van de schade en van de persoon die daarvoor aansprakelijk was. Het moment waarop de ziekte wordt vastgesteld, fungeert nu dus als vertrekpunt.

Om bestaande slachtoffers niet te benadelen, start er op 1 juni 2019 een nieuwe verjaringstermijn van 5 jaar voor de slachtoffers van een asbestziekte die vóór 1 juni 2019 tot uiting kwam en waarvan de vordering al verjaard is.

Opvolging

De wet verbetert tot slot het uitwisselen van het gezondheidsdossier tussen de preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren van de bedrijven waar de werknemer achtereenvolgens wordt tewerkgesteld, en tussen de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de behandelende arts. Ook wanneer de werknemer intussen met pensioen is.

- België
- Vanaf 1 juni 2019

Bron: Wet van 5 mei 2019 tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers, BS 22 mei 2019.

Zie ook:
Programmawet (I) van 27 december 2006, Hoofdstuk VI. Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers (vergoeding).
Welzijnscodex, art. I.4-92-art. I.4-95 (gezondheidsdossier).