Pandhouder kan beslag leggen bij geplande uitwinning bezitloos pand (art. 162-164 DB Financiën)

De wetgever neemt maatregelen om de verpande goederen bij een bezitloos pand veilig te stellen tot de uitwinningsprocedure is afgerond: de pandhouder kan voortaan een sui generis beslag leggen op de verpande goederen. Daarnaast wil men ook misbruiken bij pandgevers niet-consumenten vermijden: zij kunnen zich alleen nog verzetten tegen uitwinning gedurende de wachttermijn.

Kennisgeving

Een pandhouder die tot uitwinning van een bezitloos pand wil overgaan, verwittigt de schuldenaar en de derde-pandgever daar op voorhand van. Dat gebeurt voortaan per aangetekende zending mét ontvangstbewijs of bij gerechtsdeurwaardersexploot. Tot nu volstond een gewone aangetekende zending. Ook de andere pandhouders en diegenen die beslag hebben gelegd op de bezwaarde goederen moeten verwittigd worden. Hier volstaat een gewone aangetekende zending.

Beslag

Na de kennisgeving van de geplande uitwinning geldt er een wachttermijn van tien dagen (of drie dagen bij bederfbare goederen of goederen waarvan de waarde snel vermindert). Om te vermijden dat de schuldenaar of de derde-pandgever in die tussentijd het verpande goed wegmaakt of erover gaat beschikken, kan de pandhouder voortaan via de gerechtsdeurwaarder beslag laten leggen op de verpande goederen. Zonder dat hiervoor toelating van de rechter nodig is. Dat beslag zorgt er meteen ook voor dat er bij de start van de uitwinning zekerheid is over de actuele samenstelling van het pand.

Pandgever niet-consument

De pandgever die geen consument is, kan zich voortaan enkel verzetten tegen de uitwinning als hij binnen de wachttermijn van tien of drie dagen naar de rechter stapt. Hiermee wordt vermeden dat de pandgever zich de facto verzet tegen de uitwinning (door de pandhouder bv. de toegang tot de goederen te weigeren) en op die manier de pandhouder verplicht om een gerechtelijke procedure te starten bij de beslagrechter.
Eenzelfde beperkte verzetmogelijkheid geldt voor de schuldenaar van de gewaarborgde verbintenissen, in geval van een derde-pandgever.

Als de uitwinning niet wordt opgeschort binnen de wachttermijn van tien of drie dagen kan de pandhouder via een gerechtsdeurwaarder de verpande goederen in bezit nemen. De pandgever is verplicht om de verpande goederen af te geven.

Let op: als de pandgever geen consument is of bij andere geschillen rond de uitwinning kunnen pandhouder, pandgever en belanghebbende derden op elk moment naar de rechter gaan.

Inwerkingtreding

De artikelen 162 tot 164 van de wet van 2 mei 2019 treden in werking op 31 mei 2019.

Bron: Wet van 2 mei 2019 houdende diverse financiële bepalingen, BS 21 mei 2019 (art. 162?164 DB Financiën)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (Boek III, Titel XVII, art. 47, 48 en 54)