Fiscus legt schalen vast voor verhoging belastbare winst van ondernemingen die Ven.B.-aangifte of BNI/ven.-aangifte niet of laattijdig indienen

De belastingadministratie heeft de schalen vastgelegd waarmee ze het minimumbedrag van de belastbare winst verhoogt van ondernemingen die hun Ven.B.-aangifte of BNI/ven.-aangifte niet of laattijdig indienen.

Wanneer een onderneming die onderworpen is aan de vennootschapsbelasting (Ven.B.) of de belasting der niet-inwoners (BNI/ven.), haar Ven.B.-aangifte of BNI/ven.-aangifte niet of laattijdig indient, stelt de belastingadministratie het minimum van haar belastbare winst vast op 34.000 euro (art. 342, § 4, WIB 1992).

Vanaf 5 september 2019 wordt dit minimumbedrag bij herhaalde inbreuken verhoogd met:

25% in geval van een tweede inbreuk;

50% in geval van een derde inbreuk;

100% in geval van een vierde inbreuk;

200% in geval van een vijfde inbreuk of een daaropvolgende inbreuk.

(nieuwe §§ 2/1 en 2/2, art. 182, KB/WIB 1992; ingevoegd bij art. 1, KB van 29 juli 2019)

Om het verhogingspercentage van het minimum van de belastbare winst vast te stellen, worden de vorige inbreuken niet in aanmerking genomen wanneer geen enkele inbreuk is bestraft voor de laatste 4 aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarvoor de nieuwe inbreuk van niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte wordt begaan.

In werking:

5 september 2019.

Bron: Koninklijk besluit van 29 juli 2019 tot vaststelling van de schaal van de verhogingen van het minimum van de belastbare winst voorzien in artikel 342, § 4, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in geval van niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte door een onderneming onderworpen, BS 26 augustus 2019.

Zie ook:
- Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 13 september 1993 (KB/WIB 1992) (art. 182)
- Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 (WIB 1992), BS 30 juli 1992 (art. 227, 2° en art. 342, § 4)