Uitgevers krijgen vergoeding voor privékopie van hun uitgaven

Sinds 1 september 2019 krijgen ook uitgevers een vergoeding voor de reproductie van hun uitgaven die een natuurlijke persoon voor eigen gebruik maakt, zonder enig direct of indirect commercieel oogmerk. Dit vergoedingsrecht geldt voor vijftig jaar. Tot nu bestond de vergoeding voor privékopie alleen voor auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten.

De vergoeding voor uitgevers wordt betaald door de fabrikant, de invoerder of de intracommunautaire aankoper van dragers en apparaten die kennelijk gebruikt worden voor het reproduceren voor eigen gebruik van uitgaven.

Een nieuw besluit legt vast om welke apparaten en dragers het precies gaat en hoeveel de vergoeding bedraagt. En daarvoor is gekeken naar de regeling die al geldt voor de privékopievergoeding voor auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten. De vergoedingsregeling voor uitgevers is volledig afgestemd op die regels en wordt dan ook ingeschreven in het KB van 18 oktober 2013. Dat besluit is dus niet alleen van toepassing op de vergoeding voor privékopie voor auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten, maar ook op de vergoeding voor uitgevers.

Het nieuwe KB van 29 augustus 2019 is in werking getreden op 1 september 2019.

Bron: Koninklijk besluit van 29 augustus 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 oktober 2013 betreffende het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik, BS 3 september 2019

Zie ook:
Wetboek van economisch recht (art. XI.318/7?XI.318/12)