Meer kwetsbare personen met vrijstelling van bijdrage voor juridische tweedelijnsbijstand (DB Justitie, art. 45-47)

De partijen die procederen betalen in de regel mee voor de financiering van de juridische tweedelijnsbijstand ? de zogenaamde ?pro deo?-diensten. Maar dat geldt bv. niet voor de personen die zelf juridische tweedelijnsbijstand of rechtsbijstand genieten. De wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie vult dat vrijstellingsregime verder aan.

De huidige vrijstelling voor personen met schulden die hoger beroep instellen in het kader van een collectieve schuldenregeling wordt veralgemeend. En de rechter kan ook personen die zich op het vlak van bestaansmiddelen in een situatie bevinden waarin zij een beroep zóuden kunnen doen op juridische tweedelijnsbijstand of rechtsbijstand, vrijstellen van de bijdrage. Het gaat dan om personen die zich niet verdedigen of om personen die ervoor kozen om zichzelf te verdedigen, zonder advocaat.

De wetgever wil zo vermijden dat de bijdrage van 20 euro aan het Fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand een financiële drempel zou zijn om een geding aan te spannen, zowel in burgerlijke, als in strafzaken.

Deze aanvullingen gelden vanaf 17 augustus 2020.

Bron: 31 juli 2020 - Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie, BS 07 augustus 2020, art. 45?47.

Zie ook:
Wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, BS 31 maart 2017, art. 4, §§2-3.
GwH 12 maart 2020, nr. 38/2020; en GwH 4 juni 2020, nr. 80/2020.