FOD Justitie neemt plaats in van de Commissie voor de gerechtskosten voor beroepen die op 1 januari 2020 nog niet waren behandeld (DB Justitie, art. 93-99)

De Commissie voor de gerechtskosten werd in september 2016 onregelmatig opgeschort en vervolgens wettelijk opgeheven op 1 januari 2020. Om de rechtszekerheid te waarborgen, bepaalt de wetgever nu dat de beroepen die in de tussentijd voor de Commissie werden ingediend door de FOD Justitie zullen worden behandeld.

Vroeger bestond er een Commissie voor de gerechtskosten. Voor die Commissie kon beroep worden aangetekend tegen de beslissingen van de taxerende magistraat en van de minister van Justitie over het bedrag van de gerechtskosten. Deze Commissie is opgehouden te bestaan in september 2016, omdat er geen nieuwe leden waren. De toenmalige minister van Justitie had immers beslist geen benoemingen meer te doen. In 2019 oordeelde de Raad van State echter dat, aangezien deze Commissie bij wet is ingesteld, de minister van Justitie niet zelf kon beslissen om ze te laten verdwijnen door de benoemingen op te schorten.

De Commissie voor de gerechtskosten werd uiteindelijk wettelijk opgeheven op 1 januari 2020. Maar de prestatieverleners van wie het beroep niet kon worden behandeld wegens de niet-benoeming door de minister konden hun recht op beroep dus niet effectief uitoefenen. Daarom zullen de beroepen die bij de Commissie voor de gerechtskosten zijn ingesteld tegen de beslissingen van de taxerende magistraat en de minister van Justitie over het bedrag van de gerechtskosten, en waarin nog geen uitspraak is gedaan op 1 januari 2020, worden aanhangig gemaakt bij de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie bij de FOD Justitie, die uiterlijk op 31 december 2020 een met redenen omklede beslissing neemt.

Door de opheffing van de Commissie moeten sommige verwijzingen in het Wetboek van Strafvordering en van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring met terugwerkende kracht op 1 januari 2020 worden geschrapt.

Bron: 31 juli 2020 - Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie, BS 07 augustus 2020, p.58048 (art. 93-99)

Zie ook

Wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 in het Wetboek van strafvordering, BS 19 april 2019