Eén jaar uitstel voor publieke arrestendatabank (DB Justitie, art. 73)

Met de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft besliste de wetgever om een databank te maken waarin alle vonnissen en arresten integraal zouden opgeslagen worden. De persoonsgegevens zouden anoniem gemaakt worden en het grote publiek zou toegang krijgen tot die verzameling van vonnissen en arresten. Maar gaandeweg blijkt dat de wet van 5 mei 2019 lacunes vertoont en de wetgever stelt de inwerkingtreding met een jaar uit: de wet van 5 mei 2019 zal nog altijd in werking treden op een datum die de Koning zal bepalen, maar die datum zal ten laatste op 1 september 2021 vallen, en niet op 1 september 2020 zoals was gepland.

Op de wet van 5 mei 2019 is immers heel wat aan te merken. Zo bevat die wet alleen regels voor het publiek toegankelijke gedeelte van de arrestendatabank, maar zegt ze niets over het interne luik voor de magistraten. Als er geen beperkingen worden ingebouwd, wordt het perfect mogelijk om bepaalde uitspraken via artificiële intelligentie te linken aan bepaalde magistraten, om zo toekomstige uitspraken te kunnen voorspellen in specifieke gerechtelijke kantons, en dat wil Justitie niet. Het is niet duidelijk of strafrechtelijke uitspraken op dezelfde manier moeten behandeld worden als burgerrechtelijke uitspraken. En niemand weet wat er moet gebeuren met de berg papieren vonnissen en arresten uit het verleden - moeten die ook gedigitaliseerd worden? Wie gaat dat doen? En vooral, wie gaat dat betalen...?

Op al die vragen biedt de huidige wet geen antwoord. En zolang dat antwoord er niet is, kan de arrestendatabank niet uitgebouwd en opengesteld worden.

Bron: 31 juli 2020 - Wet houdende diverse dringende bepalingen inzake justitie, BS 07 augustus 2020, art. 73.