Vlaams jeugddelinquentierecht: voorbereidende rechtspleging mag voortaan 9 maanden duren

De duur van de voorbereidende rechtspleging binnen het Vlaams jeugddelinquentierecht is voortaan beperkt tot 9 maanden vanaf de vordering tot en met het vonnis van de jeugdrechtbank. De huidige termijn van 6 maanden bleek voor sommige dossiers te kort. Het Vlaams Decreet Jeugddelinquentierecht wordt aangepast.

Meer tijd voor voorbereidende rechtspleging

Aan de definitieve rechtszitting waarop de jeugdrechter zal beslissen over de schuld van de minderjarige en eventuele sancties gaat heel wat voorbereiding vooraf. Naast het maatschappelijk onderzoek van de sociale dienst van de jeugdrechtbank en het in kaart brengen van eventuele lopende hulpverlening, moet het strafrechtelijk onderzoek worden afgerond zodat duidelijk is wat er aan de hand is en wat het aandeel van de betrokken minderjarige is.

Momenteel mag deze voorbereidende rechtspleging maximum 6 maanden duren. Ruim voldoende tijd voor de meeste dossiers van minderjarige verdachten, maar uit gegevens van het Openbaar Ministerie en de jeugdrechtbanken is een vonnis op 6 maanden voor sommige dossiers toch niet altijd haalbaar. Tussen het einde van de onderzoeksfase en het vonnis ten gronde is er immers ook nog de periode van de dagvaardingstermijn (de tijd die nodig is om een dagvaarding op te maken) en de behandeling van de zaak.

De Vlaamse decreetgever heeft daarom beslist om de algemene duur van de voorbereidende rechtspleging voortaan vast te stellen op 9 maanden vanaf de vordering van het Openbaar Ministerie tot en met het vonnis van de jeugdrechtbank.

Duiding regelgeving

De decreetgever maakt van de gelegenheid gebruik om de bepalingen m.b.t. duur van de voorbereidende rechtspleging te verduidelijken.

Volgens het decreet kan de jeugdrechter al maatregelen opleggen in afwachting van de resultaten van de voorbereidende rechtspleging. Eens de termijn van de voorbereidende rechtspleging verstreken is mag dat niet meer 'behoudens de decretaal bepaalde uitzonderingen'.

Omdat het artikel voor verwarring zorgt, stelt de regelgeving voortaan dat een lopende maatregel na het verstrijken van de termijn van de voorbereidende rechtspleging alleen nog kan blijven doorlopen, worden aangepast of verlengd volgens de voorwaarden die decretaal expliciet zijn aangegeven en op voorwaarde van een bijzondere motivering. Met uitzondering van een vervangende maatregel wegens de niet-naleving van de opgelegde voorwaarden is het opleggen van nieuwe, meer ingrijpende maatregelen uitgesloten.

De decreetgever wil dat de continuïteit van maatregelen steeds gegarandeerd wordt. Hij stelt daarom onder andere dat lopende maatregelen na het verstrijken van de termijn kunnen blijven doorlopen voor de oorspronkelijke duur, verlengd worden of herzien volgens de wettelijk voorziene procedure. Verder wordt ook nog voorzien in een extra uitzondering voor verlenging van de voorbereidende rechtspleging wanneer er een deskundigenonderzoek naar de persoonlijkheid van de minderjarige nodig is.

In werking: 17 augustus 2020

Bron: 17 juli 2020 - Decreet tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft, BS 07 augustus 2020, p.58118.

Zie ook
Decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, BS 26 april 2019.