Modaliteiten van overplaatsing van buitenlandse werknemers binnen een onderneming naar België

De Europese richtlijn 2014/66 gaat over de situatie van personen die ?worden overgeplaatst binnen een onderneming? die hun hoofdverblijfplaats buiten de Europese Unie hebben, maar die tijdelijk en legaal op het grondgebied van een lidstaat willen verblijven om er te werken. Ze gaat ook over korte-termijnmobiliteit en lange-termijnmobiliteit van die personen. Ondanks meerdere samenwerkingsakkoorden op nationaal niveau heeft ons land deze richtlijn nog niet volledig omgezet in nationaal recht en loopt ze dus het risico op een hoge dwangsom. De wetgever zet deze situatie nu recht en brengt de nodige wijzigingen aan in de vreemdelingenwet.

Overplaatsing binnen een onderneming

Even opfrissen: een 'overplaatsing binnen een onderneming' is een tijdelijke detachering door een onderneming van een werknemer van buiten de EU naar een entiteit binnen de EU die behoort tot die onderneming of tot dezelfde groep van ondernemingen.
Het gaat vooral om specialisten, leidinggevenden en stagiairs-werknemers, die dus moeten beschikken over vaardigheden die specifiek zijn voor de entiteit waarnaar ze worden overgeplaatst. Daarom moeten leidinggevenden en specialisten in de periode die onmiddellijk voorafgaat aan de overplaatsing ten minste drie tot twaalf maanden ononderbroken in dienst zijn bij dezelfde groep van ondernemingen. Voor stagiairs-werknemers is dat ten minste drie tot zes ononderbroken maanden.

De criteria waaraan onderdanen van derde landen moeten voldoen om te worden toegelaten als persoon die binnen een onderneming wordt overgeplaatst hebben onder meer te maken met het behoren van de in een derde land gevestigde onderneming en de gastentiteit tot dezelfde onderneming, de anciënniteit binnen de onderneming, het loon, de arbeidsvoorwaarden, de overplaatsingsperiode en de beroepskwalificaties.
De onderdanen moeten bovendien een geldig reisdocument kunnen voorleggen en aantonen dat ze tijdens hun verblijf over voldoende middelen beschikken om zichzelf en hun gezinsleden te onderhouden zonder een beroep te hoeven doen op het bijstandsstelsel van de lidstaat. Tot slot mogen ze geen bedreiging vormen voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid.

De aanvragen voor de afgifte of verlenging van vergunningen voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon zullen worden behandeld volgens de gezamenlijke procedure met de bevoegde overheid inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, zoals die werd bekrachtigd door de samenwerkingsakkoorden van 2 februari 2018 en van 6 december 2018.
De onderdaan verkrijgt een specifieke vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon als hij voldoet aan de toelatingscriteria die zijn vastgesteld door de gewest- of gemeenschapswetgeving met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en door de wetgeving betreffende de toegang tot het grondgebied en het verblijf en als ten opzichte van hem een gunstige beslissing werd genomen. Het gaat om een ?gecombineerde vergunning? of single permit die hem toestaat in België te verblijven én te werken.

Mobiliteit binnen Europa

De richtlijn 2014/66/EU heeft ook tot doel de mobiliteit binnen de Europese Unie te bevorderen van onderdanen van derde landen die binnen een onderneming worden overgeplaatst. Daarom mogen ze onder bepaalde voorwaarden binnenkomen, verblijven en werken in andere lidstaten dan de lidstaat die de vergunning heeft afgegeven.

Korte-termijnmobiliteit houdt in dat de onderdaan die in het bezit is van een vergunning van de eerste lidstaat in een tweede lidstaat mag verblijven en er mag werken in een entiteit die behoort tot dezelfde onderneming of tot dezelfde groep van ondernemingen, voor een periode van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen. Deze maximumperiode wordt per lidstaat berekend en niet over het volledige grondgebied van de Unie. In ons land kan het recht op korte-termijnmobiliteit zonder voorafgaande formaliteiten worden uitgeoefend.

Lange-termijnmobiliteit gaat over periodes van meer dan 90 dagen per lidstaat. In België is voor de uitoefening van dat recht vereist dat een mobiliteitsaanvraag wordt ingediend. De betrokkene verblijft en werkt dan in België onder dekking van een nieuwe titel, met name de vergunning voor lange-termijnmobiliteit die door ons land wordt afgeleverd.
Aanvragen voor lange-termijnmobiliteit worden behandeld volgens de gezamenlijke procedure met de bevoegde overheid op het vlak van tewerkstelling van buitenlandse werknemers. De onderdaan moet de aanvraag uiterlijk 20 dagen vóór de aanvang van de mobiliteit indienen en de beslissing moet uiterlijk binnen de 90 dagen na het indienen van de volledige aanvraag worden genomen.

Gezinshereniging

Tot slot biedt de richtlijn 2014/66/EU binnen een onderneming overgeplaatste onderdanen van derde landen in het kader van lange-termijnmobiliteit gunstige voorwaarden voor gezinshereniging in de lidstaat die de vergunning heeft afgegeven en in de andere lidstaten.

Als aan de voorwaarden voor gezinshereniging is voldaan, moet de verblijfstitel uiterlijk binnen de 90 dagen vanaf het indienen van de volledige aanvraag aan de gezinsleden worden toegekend. Op te merken valt dat de aanvraag van vergunning voor de binnen een onderneming overgeplaatste persoon (of van vergunning voor lange-termijnmobiliteit) en de aanvraag van verblijfstitel voor de gezinsleden van de onderdaan tegelijk kunnen worden ingediend en bijgevolg tegelijk worden behandeld.
Bovendien hebben de gezinsleden die de binnen een onderneming overgeplaatste persoon vergezellen of zich bij hem voegen ook het recht te worden tewerkgesteld of een beroepsactiviteit uit te oefenen in het gastland, en dit tijdens de duur van de overplaatsing.

Inwerkingtreding

De wet van 31 juli 2020 die richtlijn 2014/66 in Belgisch recht omzet treedt in werking op 1 september 2020.

Bron: 31 juli 2020 - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wat binnen een onderneming overgeplaatste personen betreft en tot wijziging van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie wat de inhaling van de achterstand met betrekking tot de betwistingen betreft, BS 28 augustus 2020, p.64148

Zie ook

Richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raadbetreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, PB L 157 van 27 mei 2014