Werkzoekende moet ?passende dienstbetrekking' sneller aanvaarden

Het begrip ?passende dienstbetrekking' wordt vanaf 1 januari 2012 strenger ingevuld. De minimale afstand om een baan te zoeken wordt opgetrokken tot 60 km, ongeacht de duur van de verplaatsingen. En de termijn van 6 maanden waarin een job ongeschikt is in functie van het aangeleerde beroep wordt ingekort en gemoduleerd.

Passende dienstbetrekking

Een werkzoekende mag geen passende dienstbetrekking weigeren. Maar dat begrip is rekbaar. De werkzoekende zal de lat wellicht wat hoger leggen dan de RVA. Het is de directeur van het betrokken werkloosheidsbureau die beoordeelt of een job terecht geweigerd wordt. Weigert de werkzoekende een passende functie, dan loopt hij het risico tijdelijk of definitief zijn recht op een uitkering te verliezen.

Afstand

De beslissing van de RVA is gebaseerd op wettelijke criteria zoals de afstand tot de werkplaats, het loon en de functie. Zo is een dienstbetrekking niet-passend als de dagelijkse verplaatsing gewoonlijk meer dan 4 uur bedraagt. Is de afstand tussen de verblijfplaats van de werknemer en de plaats van het werk niet langer dan 25 km, dan speelt de duur van de verplaatsing en de afwezigheid geen rol. Deze minimale afstand wordt nu opgetrokken tot 60 km.

Verder kunnen ook specifieke criteria zoals de duur van de aangeboden tewerkstelling, taalproblemen, en de politieke of filosofische overtuiging van de werkzoekende een rol spelen.

Aangeleerd beroep

Tijdens de eerste 6 maanden van de werkloosheid wordt een dienstbetrekking als niet-passend beschouwd als ze niet overeenstemt met het aangeleerde beroep, het gewoon beroep, of een verwante functie. Na 6 maanden moet de werkzoekende een betrekking in een ander beroep aanvaarden, al zal bij de beoordeling nog steeds rekening worden gehouden met zijn geschiktheid en vorming.

Die termijn van 6 maanden wordt nu ingekort en gemoduleerd in functie van de leeftijd en de loopbaanduur van de kandidaat. Werkzoekenden zullen dus minder snel een betrekking kunnen weigeren.

Een functie die niet overeenstemt met het aangeleerde beroep of een verwant beroep wordt als niet-passend beschouwd:

tijdens de eerste 3 maanden van werkloosheid, indien de werknemer jonger is dan 30 jaar of indien hij een beroepsverleden heeft van minder dan 5 jaar;

tijdens de eerste 5 maanden van werkloosheid in de andere gevallen.

Voor de jonge werknemer vangt de periode van 3 maanden aan op het tijdstip waarop hij zich inschrijft als werkzoekende na het einde van zijn studies.

De strakkere invulling van het begrip ?passende dienstbetrekking' is één van de maatregelen uit het regeerakkoord die ervoor moeten zorgen dat België in 2020 een werkzaamheidsgraad van 73,2% bereikt.

Bron: Ministerieel besluit van 28 december 2011 tot wijziging van de artikelen 23 en 25 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering in het kader van de passende dienstbetrekking, BS 30 december 2011

Zie ook:
Art. 23 en art. 25 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, BS 25 januari 1992