Hogere belasting op aandelenopties van werkgever (art. 72-73 WDB)

De belasting op aandelenopties met een looptijd van ten hoogste 5 jaar stijgt van 15% naar 18%. Ook opties met een langere looptijd worden zwaarder belast. Dat staat in de wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011. De belastingverhoging gaat in op 1 januari 2012.

Wanneer een werkgever aandelenopties toekent aan zijn personeel, dan vormen die opties een belastbaar inkomen. Het belastingvoordeel wordt in de regel forfaitair bepaald, als een percentage van de waarde van de onderliggende aandelen. Dat percentage bedraagt vanaf 1 januari 2012:

18% van de waarde van de onderliggende aandelen, als de optie wordt toegekend voor ten hoogste 5 jaar (in plaats van 15%); of

18%, plus 1% extra voor elk jaar bovenop die 5 jaar. Een begonnen jaar telt mee voor een vol percent.

Het percentage kan gehalveerd worden ? dus tot 9%, of 9% per 1% per extra jaar ? als aan 5 voorwaarden voldaan is. Die voorwaarden zijn in grote lijnen:

dat de uitoefenprijs van de optie werd vastgesteld op het ogenblik van het aanbod;

dat de optie wordt uitgeoefend tussen het 4de en het 10de jaar na aanbod;

dat de optie niet wordt overgedragen, tenzij door overlijden;

dat het risico bij de medewerkers ligt en niet bij de werkgever. De werkgever mag op geen enkele manier beloven om de optie terug te kopen als de koers niet gunstig zou evolueren; en

dat de begunstigde beroepsmatig verbonden is met de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, of met een daarmee verbonden vennootschap.

Deze belastingverhoging is van toepassing op alle aandelenopties die vanaf 1 januari 2012 worden toegekend. De regering verwacht dat deze maatregel de Schatkist in 2012, 20 miljoen euro zal opleveren.

Bron: Wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, BS 30 december 2011 (art. 72-73 WDB).

Zie ook:
Wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, BS 1 april 1999 (art. 41 e.v. van de Optiewet).