Ambtenaren minder snel op vervroegd pensioen (art. 85-92 WDB)

De leeftijd- en loopbaanvereisten voor vervroegd pensioen worden voor de meeste ambtenaren gradueel opgetrokken, om in 2016 op 62 jaar en 40 loopbaanjaren uit te komen. Het gaat om één van de 4 pensioenmaatregelen in de overheidssector.

Algemene regel

De pensioenleeftijd van 60 jaar waarop men met vervroegd pensioen kan vertrekken, wordt vanaf 2013 jaarlijks met 6 maanden verhoogd om in 2016 op 62 jaar te komen.

Ook de minimale loopbaanvoorwaarde wordt opgetrokken. In 2012 mogen vastbenoemde ambtenaren vanaf 60 jaar hun pensioen opnemen na een loopbaan van minstens 5 dienstjaren bij de overheid, op voorwaarde dat ze in aanmerking komende diensten of perioden van na 31 december 1976 kunnen laten gelden. Maar vanaf 2013 wordt die vereiste op 38 jaar gebracht, vanaf 2014 op 39 jaar en vanaf 2015 op 40 jaar.

Dit is de algemene regel voor administratieve functies met loopbaanbreuk (tantième) 1/60 per dienstjaar. Deze functies bestaan bij alle federale besturen, ministeries van de gemeenschappen en de gewesten, lokale besturen, instellingen van openbaar nut ?

Vaststelling loopbaan

Voor de vaststelling van de vanaf 2013 vereiste loopbaanvoorwaarde wordt niet louter naar de overheidsjaren gekeken. Alle gewerkte jaren worden in rekening gebracht, ongeacht het statuut. De diensten die meetellen in andere Belgische wettelijke pensioenstelsels zoals de Dienst Overzeese Sociale Zekerheid en het werknemerspensioen worden meegeteld. Ook de tijdsbonificatie voor de legerdienst en voor het verplicht bezit van een diploma wordt meegerekend.

Let op! De vereiste van 5 pensioenaanspraakverlenende dienstjaren in de overheidssector blijft overeind. Ze zijn noodzakelijke om aanspraak te kunnen maken op de pensioenberekening van de overheidssector. Om die 5 jaar te bepalen, wordt nog steeds geen rekening gehouden met de tijdsbonificatie wegens het verplicht bezit van een diploma. Ook de vroegere prestaties in de private sector of als zelfstandige tellen hier niet mee.

Uitzonderingen

1/ Bij lange loopbanen van 40 jaar en meer kan men toch nog op een jongere leeftijd met vervroegd pensioen. Voor een vervroegd pensioen op 60 jaar zal in 2016 wel een loopbaan van 42 jaren vereist zijn. Voor een vervroegd pensioen op 61 volstaan op dat moment 41 loopbaanjaren (zie tabel).

2/ De strengere leeftijd- en loopbaanvoorwaarden gelden niet voor militairen, de geïntegreerde politie en het rijdend personeel van de NMBS Holding. De nieuwe regeling doet geen afbreuk aan hun ?preferentiële leeftijdgrenzen van de oppensioenstelling'.

3/ Wie aan de voorwaarden voldoet om op vervroegd pensioen te vertrekken, behoudt zijn rechten ongeacht de latere werkelijke ingangsdatum van zijn pensioen. Wie op een bepaald moment voldoet aan de voorwaarden maar toch wil doorwerken, behoudt dus het recht om met vervroegd pensioen te gaan, ook al zou hij nadien niet aan de inmiddels strengere voorwaarden voldoen.

4/ Wie op 28 november 2011 in een statuut van verlof of afwezigheid voorafgaand aan de oppensioenstelling (?disponibiliteit' of een vergelijkbare situatie bepaald bij KB) zit waarbij een verplichte oppensioenstelling op 60 jaar is afgesproken, behoudt zijn rechten. Hier wijzigt niets. Dit geldt ook voor personen die zo'n statuut hebben aangevraagd vóór 28 november 2011.

Jaar Minimumleeftijd Loopbaanvoorwaarde Uitzondering lange loopbaan 2012 60 5 in de publieke sector   2013 60,5 38 60/40 2014 61 39 60/40 2015 61,5 40 60/41 Vanaf 2016 62 40 60/42 of 61/41

Andere aanpassingen

Deze wijzigingen worden geflankeerd door volgende maatregelen:

De regeling van de pensioenaanvraag wordt aangepast aan de nieuwe leeftijdsvoorwaarden.

Vanaf 60 jaar wordt op dit moment een leeftijdscomplement toegekend voor het rustpensioen. De Koning krijgt de bevoegdheid om de betreffende leeftijden en bedragen te wijzigen in functie van de nieuwe leeftijdsvereisten.

Voor stelsels met een tantième dat voordeliger is dan 1/60 stelt de Koning vóór 1 maart 2012 de afwijkingen en de regels vast die gelden voor de verlenging van de loopbaan van 60 naar 62 jaar. Tot dan worden de pensioenaanvragen geschorst.

De koning krijgt de opdracht om andere reglementaire bepalingen in overeenstemming te brengen met de nieuwe regeling.

4 maatregelen

Uit het jaarlijkse blunderboek van het Rekenhof blijkt dat de uitgaven voor de ambtenarenpensioenen tussen 2006 en 2010 met een kwart gestegen zijn tot 10,3 miljard euro. De komende jaren zal de kostprijs nog oplopen omdat duizenden ambtenaren met pensioen gaan.

Daarom heeft de wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011 4 maatregelen uitgewerkt om de kostprijs van de ambtenarenpensioenen te beheersen:

Verhoging van de minimumleeftijd en loopbaanvoorwaarde voor vervroegd pensioen.

Aanpassing van de tantièmes.

Beperking van de perioden van afwezigheid, verlof en loopbaanonderbreking in de pensioenberekening.

Berekening van het pensioen op de 10 laatste loopbaanjaren.

In werking

De nieuwe regeling voor vervroegd pensioen treedt in werking op 1 januari 2013 en is van toepassing op pensioenen die ingaan vanaf die datum. Zoals aangegeven, gelden er overgangsbepalingen voor de pensioenen die toegekend worden vóór 1 januari 2016.

Bron: Wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011, BS 30 december 2011 (art. 85-92 WDB)