Periodes van loopbaanonderbreking wegen minder zwaar in overheidspensioen (art. 101-104 WDB)

Vanaf 1 januari 2012 worden periodes van vrijwillige loopbaanonderbreking en vermindering van de arbeidsprestaties in de pensioenberekening bij de overheid beperkt tot 1 jaar. Het gaat om één van de 4 pensioenmaatregelen in de overheidssector.

Algemene regel

Vanaf 1 januari 2012 worden de periodes van loopbaanonderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties, en de periodes van tijdelijke ambtsontheffing wegens loopbaanonderbreking voor sommige militairen, slechts voor 12 maanden (over de hele loopbaan) in aanmerking genomen voor het recht op en de berekening van het pensioen. Het gaat hier dus om periodes die zich situeren na 31 december 2011.

Tot nu lag dat algemeen plafond op 60 maanden, zonder dat de periodes van loopbaanonderbreking de duur van de effectieve loopbaanprestaties mogen overschrijden. Een bijkomende beperking tot een percentage van de werkelijk gepresteerde diensten is mogelijk.

Let op! Het plafond van 60 maanden blijft van toepassing. De nieuwe beperking wordt daar gewoon aan toegevoegd. Dit om te vermijden dat personen die vóór 1 januari 2012 al hun krediet van 60 maanden opgebruikt hebben, nog een keer de kans krijgen om 12 maanden op te nemen.

Validatie

Een periode van loopbaanonderbreking kan ?gratis' of door het vrijwillig storten van persoonlijke bijdragen in rekening gebracht worden voor het pensioen. Voor de eerste 12 maanden geldt zo'n vrijstelling. Ze zijn ?gratis'. En er worden bijkomend ?gratis' maanden toegekend voor periodes waarin het personeelslid (of zijn echtgenoot die onder hetzelfde dak woont) kinderbijslag ontvangt voor een kind jonger dan 6 jaar.

Deze validatieregels blijven van toepassing. Wie de gratis validatie van periodes van loopbaanonderbreking heeft uitgeput, kan nog loopbaanonderbreking nemen vanaf 1 januari 2012. Maar deze periodes zullen enkel meetellen voor de berekening van het pensioen als er bijdragen betaald worden.

Specifieke gevallen

1/ Er geldt een overgangsbepaling. De beperking tot 12 maanden geldt niet voor periodes waarvoor de aanvraag werd ingediend vóór 28 november 2011. Maar de grens van 60 maanden mag sowieso niet overschreden worden.

2/ De wetgever voorziet in een uitzondering voor periodes van halftijdse loopbaanonderbreking en 1/5 loopbaanonderbreking. Dit op voorwaarde dat:

het gaat om periodes van loopbaanonderbreking genomen na 31 december 2011,

door een persoon van 55 jaar of ouder.

Voor die periodes wordt het plafond van 60 maanden verhoogd met 24 maanden voor de halftijdse loopbaanonderbreking en met 60 maanden voor de 1/5 loopbaanonderbreking.

3/ Periodes van thematische verloven moeten niet meer gevalideerd worden door persoonlijke bijdragen indien het gaat om periodes na 31 december 2011. Verder blijft voor die regimes als bij het oude.

Het gaat hier om de periodes van loopbaanonderbreking of vermindering van de arbeidsprestaties om palliatieve zorg te verlenen, het ouderschapsverlof, en de periodes waarin men een ernstig ziek lid van zijn gezin of van een familielid tot in de tweede graad bijstaat.

4/ De beperking geldt niet voor personen die na 31 december 2011 vrijwillig hun prestaties verminderen tot 4/5de van een voltijdse tewerkstelling. Die periodes van vrijwillige vermindering van de prestaties tellen voor het recht op en de berekening van het pensioen mee als voltijdse effectieve prestaties. Dit tot maximum 60 maanden over de hele loopbaan, ook na 31 december 2011. Deze uitzondering geldt enkel voor loopbaanonderbreking.

4 maatregelen

Uit het jaarlijkse blunderboek van het Rekenhof blijkt dat de uitgaven voor de ambtenarenpensioenen tussen 2006 en 2010 met een kwart gestegen zijn tot 10,3 miljard euro. De komende jaren zal de kostprijs nog oplopen omdat duizenden ambtenaren met pensioen gaan.

Daarom heeft de wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011 4 maatregelen uitgewerkt om de kostprijs van de ambtenarenpensioenen te beheersen:

Verhoging van de minimumleeftijd en loopbaanvoorwaarde voor vervroegd pensioen.

Aanpassing van de tantièmes.

Beperking van de perioden van afwezigheid, verlof en loopbaanonderbreking in de pensioenberekening.

Berekening van het pensioen op de 10 laatste loopbaanjaren.

In werking

De nieuwe maatregel treedt in werking op 1 januari 2012. De Koning krijgt de bevoegdheid om de wettelijke bepalingen van het KB nr. 442 verder aan te passen aan de nieuwe situatie. Hij kan die bevoegdheid ook gebruiken om specifieke situaties te regelen die losstaan van de nieuwe regeling. Kortom, Hij kan de bepalingen wijzigen, vervolledigen of opheffen.

Bron: Wet houdende diverse bepalingen van 28 december 2011, BS 30 december 2011 (art. 101-104 WDB)