eID binnenkort 10 jaar geldig

Een elektronische identiteitskaart geldt binnenkort (maximum) 10 jaar. Dubbel zolang als vandaag. Met deze maatregel wil de regering de administratieve lasten van zowel burgers als gemeenten verminderen. Bovendien levert het voor de burgers een besparing van 9,96 miljoen euro per jaar op.

Wanneer de verdubbeling van de geldigheidsduur ingaat, staat nog niet vast. De bepaling heeft immers ook technische gevolgen. De eID moet dubbel zo lang meegaan, het materiaal moet dus duurzaam genoeg zijn. Bovendien moet ook de software voor de verwerking van de kaartgegevens aangepast worden.

De eID zal in de toekomst dan wel maximum 10 jaar gelden vanaf de datum van de aanvraag, toch zal dit misschien niet voor alle kaarten zo zijn. De wetgever laat de Koning toe om voor bepaalde leeftijdsgroepen een kortere of langere geldigheidsduur te bepalen. De regering wil 75-plussers in de toekomst immers de keuze laten om hun eID om de tien jaar te laten vernieuwen of te opteren voor een eID met onbeperkte geldigheidsduur. Dit moet hoogbejaarden die niet meer fysiek of mentaal in staat zijn om de vernieuwing zelf af te handelen van die taak ontlichten. Ook voor de familieleden, het verzorgend personeel van rusthuizen en andere vertrouwenspersonen die via de volmachtprocedure een nieuwe kaart gaan aanvragen in naam van een bejaarde kan het een belangrijke tijdsbesparing opleveren.

De maatregelen komen er hoe dan ook pas na een koninklijk besluit. Daarin zal ook de datum van inwerkingtreding van de wet van 9 januari 2012 worden vastgelegd.

Bron: Wet van 9 januari 2012 tot wijziging van artikel 6, § 6, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 14 februari 2012.

Zie ook
Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 6, § 6, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, Parl. St. Senaat 2011, nr. 5-941/1.
Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 3 september 1991. (wet op de bevokingsregisters)