Recht op verzet tegen uitbetaling kinderbijslag fors uitgebreid (art. 9 WDB I)

Kinderbijslag wordt betaald aan de bijslagtrekkende. Dat is in principe de moeder die het kind opvoedt. Maar de Kinderbijslagwet voor Werknemers omschrijft ook gevallen waarin de bijslag aan een andere bijslagtrekkende wordt betaald. Verzet tegen de betaling is mogelijk.

Op dit moment kan enkel de vader, de moeder, de adoptant, de pleegvoogd, de toeziende voogd, de curator of de rechthebbende zich verzetten. De voorlopige bewindvoerder die aan een kind toegewezen is, kan dat niet. En dat is volgens het Grondwettelijk Hof een ongeoorloofde discriminatie.

De wet houdende diverse bepalingen (I) van 29 maart 2012 werkt deze ongrondwettelijkheid weg en gaat zelfs verder. Voortaan krijgen niet alleen de voorlopige bewindvoerder maar ook meerderjarige rechthebbende kinderen de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen de betaling van de kinderbijslag aan de bijslagtrekkende.

De wetgever bepaalt namelijk dat ?het meerderjarig kind zich ook kan verzetten tegen de betaling door zijn belang in te roepen'. Op die manier countert de wetgever eventuele toekomstige betwistingen op grondwettelijk gebied.

Dit onderdeel van de verzamelwet treedt in werking op 9 april 2012. Dat is 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 29 maart 2012 houdende diverse bepalingen (I), BS 30 maart 2012 (art. 9 WDB I)

Zie ook:
? Samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, BS 22 december 1939 (art. 69, § 3 van de Kinderbijslagwet voor Werknemers)
? GwH 25 februari 2010, nr. 21/2010