Vlaanderen wijzigt subsidieregels voor landbouwers die milieuvriendelijke productiemethoden toepassen

Landbouwers die milieuvriendelijke productiemethoden toepassen, kunnen hiervoor van de Vlaamse Regering subsidies krijgen. Deze steun kadert in het Plan voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 (PDPO II). Om de agromilieumaatregelen beter te kunnen controleren, wijzigt de Vlaamse Regering de subsidieregels. Bovendien voert ze een plafond in voor uitbetaling in relatie met de contractuele oppervlakte. De nieuwe regeling is van toepassing vanaf 1 januari 2012.

Agromilieumaatregelen met recht op subsidies

Landbouwers die zich ertoe verbinden om gedurende ten minste 5 opeenvolgende jaren één van de volgende agromilieumaatregelen toe te passen, hebben recht op PDPO-subsidies voor:

mechanische onkruidbestrijding;

vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in de sierteelt;

biologische productiemethode;

introductie van vlinderbloemige gewassen in het silagevoeder voor een meer grondgebonden Vlaamse veehouderij;

behoud van met uitsterven bedreigde lokale veerassen en variëteiten van hoogstamboomgaarden;

verwarringstechniek in de pitfruitteelt.

Agromilieuverbintenissen

De subsidies worden dus enkel verleend in het kader van vijfjarige verbintenissen. Ze kunnen verlaagd en geannuleerd worden als de landbouwer niet voldoet aan de randvoorwaarden of aan de minimumeisen. De oppervlakte waarop de verbintenis betrekking heeft, moet aangegeven worden in de steunaanvraag.

Tijdens de looptijd van een verbintenis tot toepassing van bovenstaande agromilieumaatregelen (uitgezonderd voor de biologische productiemethode en voor het behoud van met uitsterven bedreigde lokale veerassen en variëteiten van hoogstamboomgaarden), kan de landbouwer een nieuwe verbintenis aangaan als hij de oppervlakte waarop deze verbintenis betrekking heeft, verhoogt met meer dan 20%. Die nieuwe verbintenis geldt opnieuw voor vijf opeenvolgende jaren.

Voor een verbintenis tot toepassing van bovenstaande agromilieumaatregelen (uitgezonderd voor de biologische productiemethode en voor het behoud van met uitsterven bedreigde lokale veerassen en variëteiten van hoogstamboomgaarden), kunnen de percelen in de betalingsaanvraag jaarlijks gewijzigd worden. De oppervlakte kan echter nooit minder bedragen dan de oppervlakte waarop de verbintenis betrekking heeft.

Voor de verbintenissen tot toepassing van alle bovenstaande agromilieumaatregelen worden de betalingsaanvraag en de steunaanvraag opgenomen in de verzamelaanvraag.

Voor de verbintenis tot toepassing van de agromilieumaatregel ?behoud van variëteiten van hoogstamboomgaarden' zijn de landbouwers die door het Mestdecreet vrijgesteld zijn van de jaarlijkse aangifteplicht, nu ook vrijgesteld van de jaarlijkse betalingsaanvraag voor deze agromilieumaatregel.

Voor de verbintenissen tot toepassing van bovenstaande agromilieumaatregelen (met uitzondering van die voor biologische productiemethoden en behoud van met uitsterven bedreigde lokale veerassen en variëteiten van hoogstamboomgaarden) is de oppervlakte die in aanmerking komt voor uitbetaling, beperkt tot 120% van de oppervlakte waarop de verbintenis betrekking heeft.

De verbintenis wordt tijdens de looptijd door het Agentschap voor Landbouw en Visserij herzien bij wijziging van de relevante dwingende normen of eisen (art. 39, derde lid Plattelandsverordening).

Voor de verbintenissen tot toepassing van bovenstaande agromilieumaatregelen (met uitzondering van die voor behoud van met uitsterven bedreigde lokale veerassen en variëteiten van hoogstamboomgaarden) komt de volledig ingezaaide of beteelde oppervlakte in aanmerking voor de subsidie, én de oppervlakte die noodzakelijk is voor de teeltwerkzaamheden.

Subsidies ?mechanische onkruidbestrijding'

De landbouwer kan voor mechanische onkruidbestrijding elk jaar een subsidie krijgen van maximum 250 euro per hectare.

Om voor die subsidie in aanmerking te komen, moet hij gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan alle volgende voorwaarden voldoen:

mechanische onkruidbestrijding toepassen op minstens 0,5 ha van zijn in het Vlaamse Gewest gelegen percelen openluchtteelten met uitzondering van grasland, grasklaver, bebossing en beschutte teelten;

de percelen aangeven in de verzamelaanvraag en elke wijziging van de initiële aangifte melden;

de percelen in eigen gebruik hebben vanaf de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag tot en met 30 december;

voor de percelen geen herbiciden en bodemontsmettingsmiddelen gebruiken gedurende de hele hoofdteelt en de voorbereidingswerkzaamheden. Voor eenjarige teelten gelden die voorwaarden ook voor de voor- of nateelten;

per teelt een teeltfiche bijhouden met de actuele gegevens van de onkruidbestrijding.

Als er door uitzonderlijke weersomstandigheden een sterke veronkruiding met zaadvorming dreigt, en de landbouwer herbiciden wil gebruiken, moet hij het Agentschap voor Landbouw en Visserij vragen om herbiciden (met uitzondering van triazineverbindingen) te mogen gebruiken. Het agentschap beantwoordt dit verzoek schriftelijk, binnen de 10 kalenderdagen. Bezorgt het agentschap aan de landbouwer binnen deze termijn geen antwoord, dan is de beslissing gunstig. Zonder gunstige beslissing kunnen er binnen deze termijn geen herbiciden worden gebruikt. Het agentschap bepaalt in welke mate de verbintenis is nagekomen en hoeveel de uitbetaling zal bedragen. Wanneer er op het perceel toch herbiciden worden gebruikt, wordt er voor dat jaar geen vergoeding uitbetaald voor dat perceel.

Subsidies ?verminderd gebruik gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in sierteelt'

Een landbouwer die minder gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen gebruikt in de sierteelt, kan hiervoor een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 75 euro/ha, 450 euro/ha en 900 euro/ha voor respectievelijk extensieve teelten (dit zijn boomkwekerijen in volle grond), intensieve teelten in openlucht en intensieve teelten onder glas of plastic.
De landbouwer kan globaal maximum 5.000 euro per jaar aan subsidies ontvangen.

Om in aanmerking te komen voor deze subsidie, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan een aantal voorwaarden voldoen (art. 5, §3 Besluit Vlaamse Regering van 21 december 2007).

Voortaan kan er na het aflopen van een vijfjarige verbintenis een nieuwe verbintenis afgesloten worden. Dit op voorwaarde dat de landbouwer in het laatste jaar van zijn verbintenis voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen minstens eenmaal een score behaalde van minstens 70%.

Subsidies ?introductie vlinderbloemige gewassen in silagevoeder'

De landbouwer kan voor de ?introductie van vlinderbloemige gewassen in het silagevoeder voor een meer grondgebonden Vlaamse veehouderij' een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 275 euro/ha.

Om in aanmerking te komen voor deze subsidie, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan een aantal voorwaarden voldoen (art. 7, §2 Besluit Vlaamse Regering van 21 december 2007).

Eén van die voorwaarden is dat hij de percelen vanaf de datum van inzaai tot en met 30 december (voordien tot en met 31 december) in eigen gebruik moet hebben.

Subsidies ?behoud met uitsterven bedreigde veerassen'

De landbouwer kan voor het ?behoud van met uitsterven bedreigde lokale veerassen en variëteiten van hoogstamboomgaarden' maximaal de volgende jaarlijkse subsidie ontvangen:

100 euro per dier voor het houden van minimaal vijf dieren van de met uitsterven bedreigde lokale rundveerassen. Daartoe behoren het rood rundveeras van België, het witrood rundveeras van België en het witblauw dubbeldoel rundveeras van België;

25 euro per dier voor het houden van minimaal vijf dieren van de met uitsterven bedreigde lokale schapenrassen. Daartoe behoren het houtlandschaap, het Kempens schaap, het mergellandschaap, het Belgisch melkschaap, het Vlaams kuddeschaap, de Ardense voskop, het Lakens schaap, het Vlaams schaap, en het entre-Sambre-et-Meuseschaap.

Het maximumaantal dieren waarvoor een landbouwer een subsidie kan krijgen, bedraagt 650 voor de schapenrassen en 125 voor de rundveerassen.

Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet de landbouwer gedurende de looptijd van zijn verbintenis minstens het aantal subsidiabele dieren houden dat is vastgelegd in de verbintenis. Per ras wordt een aparte verbintenis gesloten.

Een rund is subsidiabel als het aan alle volgende voorwaarden voldoet:

tijdig in- en uitgeschreven zijn in een stamboek van de met uitsterven bedreigde lokale rundveerassen. Dat betekent dat:geboortes binnen drie dagen worden gemeld aan Sanitel; aankomsten en vertrekken binnen zeven dagen worden gemeld aan Sanitel;

minstens 75% raszuiver zijn voor verbintenissen afgesloten vanaf 2011 en, minstens 62,5% raszuiver zijn voor verbintenissen afgesloten tot en met 2010;

minstens zes maanden oud zijn op 1 januari van elk jaar van de verbintenis.

Een schaap is subsidiabel als het aan alle volgende voorwaarden voldoet:

tijdig in- en uitgeschreven zijn in de hoofdafdeling van een stamboek van de met uitsterven bedreigde lokale schapenrassen. Dat betekent dat:geboortes uiterlijk op 31 juli van het geboortejaar gemeld worden aan het stamboek; aankomsten en vertrekken binnen tien dagen worden gemeld aan het stamboek;

voldoen aan de originele rasstandaard;

minstens één jaar oud zijn op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag van elk jaar van de verbintenis.

Als de landbouwer bij een ongeval of ziekte van de dieren binnen drie maanden opnieuw het vereiste aantal dieren verkrijgt, behoudt hij zijn recht op de subsidie.

Vergroot hij gedurende de looptijd van de overeenkomst het aantal dieren van een ras met minder dan 50%, dan kan hij het agentschap vragen om de lopende overeenkomst voor de resterende looptijd uit te breiden met extra dieren. De uitbreiding van de bestaande overeenkomst is alleen mogelijk als de voorwaarden van de uitvoeringsverordening worden nageleefd.

Subsidies ?behoud zeldzame variëteiten hoogstamboomgaarden'

De landbouwer kan subsidies krijgen voor het behoud van zeldzame variëteiten van hoogstamboomgaarden. De subsidies bedragen maximaal 4 euro per boom voor het onderhouden van nieuw aangeplante bomen en 2 euro per boom voor het onderhouden van reeds bestaande bomen van hoogstambomen van appel, peer, pruim, kers, perzik of nectarine.

Een nieuwe verbintenis voor het onderhouden van hoogstambomen kan worden gesloten als de subsidie wordt aangevraagd voor minimaal 40 euro per jaar. Een hoogstamboom komt voor de onderhoudssubsidie in aanmerking als hij zich bevindt op een perceel met minimaal drie hoogstambomen.

De minister bepaalt jaarlijks het maximale subsidiebedrag voor het onderhouden van hoogstambomen. Op 1 januari van elk jaar wordt het totale subsidiebedrag waarvoor een verbintenis is gesloten, geteld. Het verschil tussen die telling en het maximale subsidiebedrag op 1 januari van dat jaar bepaalt het maximale subsidiebedrag voor het sluiten van nieuwe verbintenissen.

Om dat vooropgestelde maximum te bereiken, wordt, op basis van een indeling van de verbintenissen naar onderhoud van nieuw aangeplante of reeds bestaande bomen of een combinatie van beide, voorrang gegeven aan de verbintenissen die alleen voor het onderhoud van nieuw aangeplante bomen aangegaan worden. Als het maximale subsidiebedrag daardoor overschreden wordt, worden de verbintenissen die alleen voor het onderhoud van nieuw aangeplante bomen aangegaan worden, gerangschikt op basis van de grootste variatie binnen de verbintenis. Als in die rangschikking twee verbintenissen met dezelfde variatie voorkomen, dan worden die onderling gerangschikt op basis van het grootste aandeel zeldzame variëteiten binnen de verbintenis.

Als het maximale subsidiebedrag daardoor niet bereikt wordt, komen ook de verbintenissen die zowel voor het onderhouden van nieuw aangeplante bomen als voor het onderhouden van reeds bestaande bomen aangegaan worden, in aanmerking. Als het maximale subsidiebedrag daardoor overschreden wordt, worden de verbintenissen die zowel voor het onderhouden van nieuw aangeplante bomen als voor het onderhouden van reeds bestaande bomen aangegaan worden, gerangschikt op basis van de grootste variatie binnen de verbintenis. Als in die rangschikking twee verbintenissen met dezelfde variatie voorkomen, worden die onderling gerangschikt op basis van het grootste aandeel zeldzame variëteiten binnen de verbintenis.

Als het maximale subsidiebedrag daardoor niet bereikt wordt, komen ook de verbintenissen die alleen voor het onderhouden van reeds bestaande bomen aangegaan worden, in aanmerking. Als het maximale subsidiebedrag daardoor overschreden wordt, worden de verbintenissen die alleen voor het onderhouden van reeds bestaande bomen aangegaan worden, gerangschikt op basis van de grootste variatie binnen de verbintenis. Als in die rangschikking twee verbintenissen met dezelfde variatie voorkomen, worden die onderling gerangschikt op basis van het grootste aandeel zeldzame variëteiten binnen de verbintenis.

Als bij de rangschikking van de verbintenissen blijkt dat daardoor het vooropgestelde maximale subsidiebedrag overschreden wordt, kan de begunstigde ervoor opteren om alleen een verbintenis te sluiten voor het aantal hoogstambomen dat nodig is om het maximum te bereiken.

Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet de landbouwer gedurende de looptijd van zijn verbintenis minstens het aantal hoogstambomen houden dat is vastgelegd in de verbintenis.
Hij moet de percelen in eigen gebruik hebben gedurende de volledige looptijd van de verbintenis. Als de landbouwer een inscharingscontract heeft gesloten met als doel een aantal dieren van een andere landbouwer op zijn landbouwgronden te laten grazen, hoeft hij de percelen niet in eigen gebruik te hebben gedurende de looptijd van het inscharingscontract.
De landbouwer deelt de variëteiten van de hoogstambomen mee aan het agentschap. Jaarlijks wordt een indeling naar zeldzaamheid van de verschillende variëteiten van hoogstambomen opgesteld.

Subsidies voor ?verwarringstechniek in de pitfruitteelt'

De landbouwer kan voor het gebruiken van de verwarringstechniek in de pitfruitteelt een jaarlijkse subsidie ontvangen van maximaal 250 euro/ha.

Als het totale aantal geconstateerde hectaren in het Vlaamse Gewest in een kalenderjaar groter is dan 7.500 ha, dan wordt het subsidiebedrag niet langer vermenigvuldigd met een correctiefactor.

Om in aanmerking te komen voor deze subsidie, moet de landbouwer gedurende de volledige looptijd van zijn verbintenis aan een aantal voorwaarden voldoen (art. 8/1 Besluit Vlaamse Regering van 21 december 2007).

In werking

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 treedt in werking op 1 januari 2012.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2012 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieumaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, BS 22 mei 2012, 29.407.

Zie ook:
Besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2007 tot het verlenen van subsidies voor de uitvoering van agromilieumaatregelen met toepassing van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, BS 22 februari 2008.