Wederzijdse erkenning van vrijheidsbenemende straffen in EU-lidstaten

Een wet van 15 mei 2012 bevat nieuwe regels voor de erkenning van vonnissen en de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan die waar het vonnis is uitgesproken. De nieuwe wet zet het ?Europees kaderbesluit 2008/909/JBZ' volledig en het ?Europees kaderbesluit 2009/299/JBZ' gedeeltelijk om in Belgisch recht.

Deze nieuwe wet vervangt, voor de uitvoering van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen in de relaties van België met de andere EU-lidstaten, de ?wet van 23 mei 1990 op de tussenstaatse overbrenging van veroordeelden'. Haar doel is om bij te dragen tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon.

Europese kaderbesluiten

Het ?Europees kaderbesluit 2008/909/JBZ' geeft personen die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf of internering de kans om hun straf uit te zitten in een andere lidstaat dan waar de straf werd uitgesproken. Door hun straf uit te zitten in een land waar ze sociale of nauwe familielanden hebben, krijgen ze betere kansen op maatschappelijke integratie. Het is van toepassing tussen de EU-lidstaten, zowel voor de burgers van de Europese Unie als voor de onderdanen van derde landen. Dit kaderbesluit moest tegen 5 december 2011(!) omgezet zijn in Belgisch recht.

Het ?Europees kaderbesluit 2009/299/JBZ' gaat over veroordelingen bij verstek. Het maakt de formulering van de weigeringsgrond voor veroordelingen bij verstek in de bestaande bepalingen voor de wederzijdse erkenning uniform. Het moest omgezet zijn in Belgisch recht tegen 28 maart 2011(!).

Twee stelsels van tenuitvoerlegging

De nieuwe wet voert twee verschillende stelsels van tenuitvoerlegging in:

? het stelsel zonder voorafgaand akkoord dat wordt toegepast op de toezendingen van vonnissen en certificaten voor de erkenning en tenuitvoerlegging in:de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij zijn woonplaats heeft; de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is maar waar hij niet zijn woonplaats heeft, en waarheen hij na zijn invrijheidstelling zal worden uitgewezen als gevolg van een bevel tot uitzetting of verwijdering dat deel uitmaakt van het vonnis of van een gerechtelijke of bestuurlijke beslissing of een andere als gevolg van het vonnis getroffen maatregel;

het stelsel met voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat dat wordt toegepast op de toezendingen van vonnissen en certificaten voor de erkenning en tenuitvoerlegging in iedere andere lidstaat.

Tenuitvoerlegging van het vonnis

De nieuwe wet is van toepassing als de gevonniste persoon zich in de beslissingsstaat of in de tenuitvoerleggingsstaat bevindt.
De beslissingsstaat beslist als enige om het vonnis en het certificaat toe te sturen aan een andere lidstaat. De tenuitvoerleggingsstaat en de gevonniste persoon kunnen ook vragen dat de beslissingsstaat het vonnis en het certificaat toestuurt aan de tenuitvoerleggingsstaat. Dit echter zonder de beslissingsstaat daartoe te verplichten.

De bevoegde Belgische autoriteiten raadplegen die van de andere betrokken lidstaat telkens als de situatie dit vereist.
Wanneer er enkel een gedeeltelijke erkenning van het vonnis is, kunnen de bevoegde autoriteiten de gedeeltelijke tenuitvoerlegging overeenkomen. Dit voor zover deze tenuitvoerlegging de duur van de straf niet verlengt.

De tenuitvoerlegging van de straf in België wordt beheerst door het Belgisch recht. Bij uitsluiting zijn de Belgische autoriteiten bevoegd om te beslissen over de uitvoeringsmodaliteiten en om alle maatregelen te bepalen die daarop betrekking hebben, inclusief de gronden tot vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling. Alleen de beslissingsstaat kan beschikken op een verzoek tot herziening van het vonnis waarbij de op grond van deze wet ten uitvoer te leggen sanctie is opgelegd.
Is er naast de vrijheidsbenemende straf of maatregel ook een geldboete opgelegd of is er een beslissing tot verbeurdverklaring genomen, die nog niet is betaald, geïnd of ten uitvoer is gelegd, dan kan dat geen beletsel vormen voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel.

Het vonnis kan samen met het certificaat enkel worden toegezonden met de instemming van de gevonniste persoon. Die instemming is echter niet nodig als het vonnis wordt toegezonden aan:

de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij ook woont;

de lidstaat waarnaar de persoon zal worden uitgewezen eens vrijstelling van tenuitvoerlegging van de sanctie is verleend krachtens een uitwijzingsbevel in het vonnis of in een rechterlijke of bestuurlijke beslissing of een andere maatregel die voortvloeit uit het vonnis;

de lidstaat waarnaar de gevonniste persoon is gevlucht of is teruggekeerd naar aanleiding van de tegen hem in de beslissingsstaat ingestelde strafvervolging of uitgesproken veroordeling.

België draagt de kosten van de tenuitvoerlegging van het vonnis dat is uitgesproken in een andere lidstaat. Dit met uitzondering van de kosten voor de overbrenging van de gevonniste persoon naar België en de kosten die uitsluitend op het grondgebied van die andere lidstaat zijn gemaakt.

Procedure in België voor erkenning en tenuitvoerlegging van een vonnis gewezen in een andere EU-lidstaat

Voorafgaand akkoord

In de gevallen die worden geregeld door het stelsel met voorafgaand akkoord is het de minister van Justitie die zijn voorafgaand akkoord geeft voor het toesturen van een vonnis voor de erkenning en tenuitvoerlegging in België. Wanneer hij zijn besluit neemt, beoordeelt hij de vooropgestelde reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon in België.

De minister brengt de beslissingsstaat op de hoogte van zijn beslissing om het vonnis al dan niet toe te sturen. Als hij zijn toestemming verleent, brengt hij ook de procureur des Konings te Brussel hiervan op de hoogte.

Voorwaarden voor tenuitvoerlegging

De tenuitvoerlegging wordt geweigerd als de feiten die de basis vormen voor het vonnis, volgens het Belgisch recht geen strafbare feiten zijn.
Dit geldt niet voor 32 strafbare feiten (art. 11, §2 wet van 15 mei 2012), voor zover ze in de beslissingsstaat met een maximale vrijheidsbenemende straf van minimum 3 jaar worden gestraft. Het gaat hier onder meer om: deelneming aan een criminele organisatie, mensenhandel, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, corruptie, fraude (incl. fraude waardoor de financiële belangen van de EG worden geschaad), witwassen van de opbrengst van misdrijven, milieumisdrijven, opzettelijke doodslag of ernstige slagen en verwondingen (uitgezonderd abortus en euthanasie), illegale handel in menselijke organen en weefsels, sabotage, enz.

Voor taksen en belastingen, douanerechten en deviezen mag de tenuitvoerlegging van een vonnis niet worden geweigerd op basis van het feit dat de Belgische wet niet dezelfde soort taksen of belastingen heft, of niet dezelfde soort regelgeving inzake taksen, belastingen, douanerechten en deviezen kent als de beslissingsstaat.

De nieuwe wet somt 10 gevallen op waarin de tenuitvoerlegging wordt geweigerd (art. 12, §1 wet van 15 mei 2012), bv. wanneer het Belgisch recht voorziet in een immuniteit die de tenuitvoerlegging van de beslissing mogelijk maakt.

De tenuitvoerlegging kan ook geweigerd worden in een aantal omstandigheden waarover de bevoegde Belgische autoriteit moet oordelen (art. 13, §1 wet van 15 mei 2012), bv. wanneer het vonnis betrekking heeft op strafbare feiten die volgens het Belgisch recht volledig, of voor een groot of zeer belangrijk deel, op zijn grondgebied of op een daarmee gelijk te stellen plaats zijn gepleegd.

Indien het certificaat onvolledig is of kennelijk niet overeenstemt met het vonnis, kan de tenuitvoerlegging worden toegestaan indien de bevoegde autoriteit meent dat zij over voldoende gegevens beschikt. Is ze van oordeel dat ze niet over voldoende gegevens beschikt om de tenuitvoerlegging mogelijk te maken, dan bepaalt zij voor de beslissingsstaat een redelijke termijn waarbinnen het certificaat moet worden aangevuld of gecorrigeerd. Indien de gegevens niet binnen die termijn worden verstrekt, wordt de tenuitvoerlegging geweigerd.

Procedure voor tenuitvoerlegging

De procureur des Konings te Brussel is de bevoegde autoriteit voor de erkenning en de tenuitvoerlegging van een vonnis. Het certificaat dat aan de procureur des Konings wordt gericht, wordt in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Engels vertaald.

Indien hij vooraf wordt geraadpleegd of op elk moment, kan de procureur des Konings de beslissingsstaat een advies sturen waarin staat dat de tenuitvoerlegging van de straf in België niet bijdraagt om de reclassering en de maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon te bereiken. De beslissingsstaat zal dan na onderzoek van dit advies beslissen of ze het certificaat en het vonnis al dan niet intrekt, of in geval van voorafgaand overleg, of ze het certifiaat en het vonnis al dan niet toezendt. Om zo'n advies uit te vaardigen, zal de procureur des Konings alle nuttige informatie bij de bevoegde administratieve diensten verzamelen.

De procureur des Konings gaat na of de voorwaarden van tenuitvoerlegging van het vonnis vervuld zijn: het bestaan van eventuele weigeringsgronden en de criminologische beoordeling van de feiten als ze betrekking hebben op een gedraging uit de lijst met 32 strafbare feiten (art. 11, §2 wet van 15 mei 2012).

Wanneer de gevonniste persoon zich op Belgisch grondgebied bevindt, kan de procureur des Konings, vanaf de ontvangst van het vonnis en het certificaat, maar vooraleer hij beslist over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, op verzoek van de beslissingsstaat overgaan tot de voorlopige aanhouding van deze persoon in afwachting van de beslissing tot tenuitvoerlegging van het vonnis.

De procureur des Konings kan, indien hij vindt dat de inhoud van het certificaat onvoldoende is om te beslissen over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, vragen dat het vonnis of de essentiële delen ervan vertaald worden naar het Frans, het Nederlands of het Duits.

De nieuwe wet regelt ook de procedure in geval de procureur des Konings beslist om de betrokken persoon voorlopig aan te houden (art. 17 wet van 15 mei 2012).
De betrokken persoon wordt binnen de 24 uur na zijn effectieve vrijheidsbeneming voor de onderzoeksrechter gebracht, die hem het bestaan en de inhoud van het vonnis en het certificaat dat de beslissingsstaat heeft overgezonden, meedeelt. De onderzoeksrechter hoort hem omtrent zijn eventuele hechtenis, en de opmerkingen die hij hierover formuleert. Na het verhoor kan de onderzoeksrechter gelasten dat de betrokkene op grond van het overgezonden vonnis en rekening houdend met de daarinvermelde feitelijke omstandigheden, én met de omstandigheden die ingeroepen zijn door de betrokkene, in hechtenis wordt genomen of blijft.

De onderzoeksrechter kan ook de voorafgaande en integrale betaling vorderen van een borgsom waarvan hij het bedrag bepaalt. De borgsom wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas. Op grond van het ontvangbewijs doet het openbaar ministerie de beschikking tot invrijheidstelling ten uitvoer leggen.

Indien de persoon in vrijheid wordt gesteld, brengt de onderzoeksrechter hiervan onmiddellijk het openbaar ministerie op de hoogte dat op zijn beurt de autoriteit van de beslissingsstaat hiervan verwittigt.

Is de straf zwaarder dan de maximumstraf die in het Belgisch recht op vergelijkbare feiten is gesteld, dan past de procureur des Konings de straf aan. De straf mag wel nooit lager zijn dan de maximumstraf die volgens het Belgisch recht voor vergelijkbare feiten geldt.
Als de aard van de uitgesproken straf niet gekend is in het Belgisch recht, kan de procureur des Konings de straf omvormen tot een straf die in het nationale recht voor gelijkaardige strafbare feiten geldt. De in de beslissingsstaat opgelegde straf of maatregel mag in geen geval worden verzwaard naar aard of duur.

De procureur des Konings beslist uiterlijk binnen de 30 dagen na ontvangst van het vonnis en het certificaat over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis. De persoon die zich op het Belgisch grondgebied bevindt, kan (ongeacht of hij vrij is of gedetineerd voor de tenuitvoerlegging van een andere straf) de beslissing van de procureur des Konings binnen de 15 dagen betwisten en de zaak aanhangig maken bij de raadkamer.

De procureur des Konings kan de beslissing over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis uitstellen wanneer het certificaat onvolledig is of kennelijk niet overeenstemt met het vonnis, of indien (een deel van) het vonnis moet vertaald worden.
De termijn van vrijheidsbeneming die al is ondergaan ten gevolge van de sanctie, inclusief de termijnen van overbrenging en de duur van de hechtenis wanneer die is bevolen, wordt volledig in mindering gebracht van de totale duur van de vrijheidsbeneming die moet worden ondergaan.

Overbrenging van de persoon

De overbrenging van de persoon moet, behoudens onvoorziene omstandigheden, binnen 30 dagen na het besluit van de procureur des Konings gebeuren.

Bij aankomst van de persoon op het Belgische grondgebied wordt hij naar de penitentiaire inrichting gebracht die hem is toegewezen. Binnen de 24 uur wordt hij gehoord door de procureur des Konings te Brussel. De procureur controleert zijn identiteit, stelt hem in kennis van de eventuele beslissing tot aanpassing van de straf en beveelt zijn opsluiting.

Een naar België overgebrachte persoon kan niet worden vervolgd, berecht of de vrijheid worden ontnomen wegens een ander voor de overbrenging gepleegd feit dan datgene dat aan de basis ligt van de overbrenging. Deze regel geldt in een aantal gevallen niet (art. 25, §2 wet van 15 mei 2012), bv. indien het feit niet wordt gestraft met een vrijheidsbenemende straf of maatregel, of indien de gevonniste persoon na zijn overbrenging uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de bescherming die hij op grond van het specialiteitsbeginsel geniet.

Gegevens die België moet toesturen aan de belissingsstaat

De nieuwe wet somt 8 gevallen op waarin de procureur des Konings de beslissingsstaat schriftelijk op de hoogte moet brengen (art. 26 wet van 15 mei 2012).

Doortocht

België staat de doortocht van een gevonniste persoon over zijn grondgebied toe indien het hiertoe een verzoek én een afschrift van het certificaat heeft ontvangen. Ons land kan om de vertaling in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Engels ervan verzoeken.
De minister van Justitie ontvangt de verzoeken om doortocht en de andere officiële correspondentie over deze verzoeken.
Hij beslist uiterlijk één week na ontvangst van het verzoek tot doortocht en brengt de beslissingsstaat schriftelijk op de hoogte van zijn beslissing. De gevonniste persoon kan niet langer in België in hechtenis worden gehouden dan voor de doortocht nodig is.

Het verzoek om doortocht is niet vereist indien het vervoer door de lucht plaatsvindt en er geen tussenlanding op Belgisch grondgebied is gepland. In geval van onvoorziene tussenlanding, worden het verzoek om doortocht en het afschrift van het certificaat verstrekt binnen de 72 uur.

Procedure voor erkenning en tenuitvoerlegging van een in België gewezen vonnis in een andere EU-lidstaat

Als de gevonniste persoon niet in hechtenis is genomen, is in België de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waar de sanctie werd uitgesproken, bevoegd voor de toezending van het vonnis.

Indien de gevonniste persoon in hechtenis is in België, is de minister van Justitie bevoegd voor het toezenden van een vonnis voor de erkenning en de tenuitvoerlegging in een andere EU-idstaat. De minister moet echter de procureur des Konings van het gerechtelijke arrondissement van de plaats van hechtenis raadplegen om te bepalen of er voor het toezenden van het vonnis naar een andere lidstaat mogelijke contra-indicaties zijn uit lopende onderzoeken of gerechtelijke vervolgingen. In dat geval kan de aanwezigheid van de veroordeelde op het Belgisch grondgebied vereist zijn.

De nieuwe wet bevat bepaalt ook de regels voor het verkrijgen van de voorafgaande toestemming van de tenuitvoeringsstaat wanneer de situatie onder het stelsel met voorafgaand akkoord valt (art. 31 wet van 15 mei 2012).

De nieuwe wet:

regelt de procedure om de toestemming van de persoon te krijgen wanneer die wettelijk verplicht en wanneer de persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt (art. 33, §1 wet van 15 mei 2012);

regelt de procedure om de toestemming van de persoon te krijgen wanneer die wettelijk verplicht is, wanneer de persoon zich op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat bevindt (art. 33, §2 wet van 15 mei 2012), en

bepaalt de geldigheid van de toestemming en de voorwaarden voor de intrekking ervan (art. 33, §3 wet van 15 mei 2012).

Wanneer de gevonniste persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt en zijn toestemming niet is vereist, dan wordt hij in een taal die hij kent en via het formulier ?Kennisgeving aan de gevonniste personen?, op de hoogte gesteld van het besluit om het vonnis toe te zenden aan de tenuitvoerlegginsstaat. De persoon of zijn wettige vertegenwoordiger heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman en om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de bevoegde autoriteit. Met deze opmerkingen wordt rekening gehouden bij het nemen van de beslissing om het vonnis toe te zenden.

De nieuwe wet behandelt ook de informatie die moet worden bezorgd aan de gevonniste persoon die zich op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat bevindt wanneer zijn toestemming niet vereist is als voorwaarde voor de toezending van het vonnis.

De minister of de procureur des Konings onderzoekt het gemotiveerde advies dat eventueel door de tenuitvoerleggingsstaat werd toegezonden en waarin wordt gesteld dat de tenuitvoerlegging van het vonnis in de betrokken staat niet zou bijdragen tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie. In dat geval beslist hij het certificaat en het vonnis al dan niet in te trekken.

Indien de gevonniste persoon zich in België bevindt, wordt hij naar de tenuitvoerleggingsstaat overgebracht op een onderling vast te stellen tijdstip, en ten laatste 30 dagen na de definitieve beslissing van de tenuitvoerleggingsstaat over de tenuitvoerlegging van het vonnis.
Indien de overbrenging door onvoorziene omstandigheden niet kan gebeuren binnen deze termijn, neemt de procureur des Konings of de minister van Justitie contact op met de bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggingsstaat. Er wordt dan een nieuw tijdstip vastgesteld zodat de overbrenging ten laatste binnen de 10 volgende dagen zou kunnen plaatsvinden.

Tenuitvoerlegging van het vonnis volgend op een Europees aanhoudingsbevel

De nieuwe wet bevat ook de te volgen procedure voor de gevallen waarin een Europees aanhoudingsbevel werd afgeleverd voor de tenuitvoerlegging, en waarbij de gezochte persoon verblijft in de tenuitvoerleggingsstaat, een onderdaan ervan is of er verblijft, en waarbij deze staat zich ertoe verbindt deze sanctie uit te voeren.
De wet behandelt de gevolgen en de uiteenzetting van deze situatie indien België handelt als tenuitvoerleggingsstaat van het Europees aanhoudingsbevel en van de situatie waarin België handelt als staat die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd.

In werking

De wet van 15 mei 2012 is vanaf 5 december 2011(!) van toepassing op de toezending van vonnissen van:

iedere in België gevonniste persoon aan een lidstaat van de Europese Unie;

iedere in een lidstaat van de Europese Unie gevonniste persoon aan België.

In het kader van de betrekkingen met de bevoegde autoriteiten van Nederland en Polen en elke andere lidstaat die in deze zin een verklaring heeft afgelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, is de wet van 15 mei 2002 van toepassing op de definitieve vonnissen uitgesproken met ingang van 5 december 2011. Deze uitzondering is van toepassing op deze staten, zowel als beslissingsstaat als tenuitvoerleggingsstaat.

In het kader van de betrekkingen met de bevoegde Poolse autoriteiten blijft de instemming van de gevonniste persoon vereist als de tenuitvoerlegging van de straf gebeurt in de lidstaat van de gevonniste persoon en waar hij zijn woonplaats heeft. Deze uitzondering is van toepassing op Polen als beslissingsstaat en als tenuitvoerleggingsstaat voor alle vonnissen uitgesproken vóór 5 december 2016.

In het kader van de betrekkingen:

met de lidstaten die het Europees kaderbesluit 2008/909/JBZ niet hebben omgezet in hun interne rechtsorde, en

met lidstaten die het hebben omgezet, maar die hebben verklaard dit instrument enkel toe te passen bij strafrechtelijke veroordelingen uitgesproken vanaf een bepaalde datum,

blijven de ?wet van 23 mei 1990 op de tussenstaatse overbrenging van veroordeelden', én de bestaande instrumenten op het vlak van overbrenging, van toepassing.

Bron: Wet van 15 mei 2012 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie, BS 8 juni 2012, 32.117.

Zie ook:
- Wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, BS 20 juli 1990 (wet op de tussenstaatse overbrenging van veroordeelden).
- Kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009 tot wijziging van Kaderbesluit 2002/584/JBZ, Kaderbesluit 2005/214/JBZ, Kaderbesluit 2006/783/JBZ, Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ en tot versterking van de procedurele rechten van personen, tot bevordering van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen gegeven ten aanzien van personen die niet verschenen zijn tijdens het proces, Pb.L. 27 maart 2009, afl. 81, 24.
- Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie, Pb.L. 5 december 2008, afl. 327, 27.