Afgezegde rechtszaak komt pas terug voor na betaling nieuw rolrecht

Rechtszaken die zonder ernstige reden worden afgezegd, komen vanaf 13 augustus 2012 pas terug op de rol na betaling van een nieuw rolrecht. Het is een van de maatregelen die de regering invoert om het gerechtelijk en burgerlijk recht te vereenvoudigen en te versnellen.

Wijzigingen Gerechtelijk Wetboek

- Nieuw rolrecht na afzegging

Wie op het laatste nippertje een rechtszaak afzegt zonder geldige reden, zal voortaan een nieuw rolrecht moeten betalen om de zaak terug in te schrijven. Het moet de rechters die machteloos staan tegenover deze handeling, meer beschermen.

Sinds 8 juli 2012 betaal je voor een inschrijving op de algemene rol

40 euro in de vredegerechten en de politierechtbanken;

100 euro in de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel;

210 euro in de hoven van beroep;

375 euro in het Hof van Cassatie.

Voor bepaalde procedures geldt een rolrecht van 30 euro. Dit is bijvoorbeeld het geval voor procedures vóór vrederechters wanneer het bedrag van de hoofdeis het maximum van de laatste aanleg niet te boven gaat of wanneer het gaat om een procedure in zake uitkering tot onderhoud of een procedure ingesteld volgens artikel 221 van het Burgerlijk Wetboek.

- Getuigenverklaringen voortaan ook schriftelijk

Getuigen kunnen hun verklaring voortaan ook schriftelijk aan de rechter bezorgen. De rechter moet de getuigen dus niet meer oproepen al mag het nog wel.

Het Gerechtelijk Wetboek bevat nu een afzonderlijk hoofdstuk met betrekking tot ?de overlegging van schriftelijke verklaringen?. De nieuwe procedure moet de rechtbanken ontlasten. Bovendien moet het heel wat zaken zoals echtscheidingsprocedures, sneller doen verlopen.

De schriftelijke verklaring vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum en -plaats, de woonplaats en het beroep van de opsteller. Indien nodig vermeldt de getuige ook zijn bloed- of aanverwantschap met de partijen, of er sprake is van ondergeschiktheid tegenover de partijen of ze samenwerking of gemeenschappelijke belangen hebben. Daarnaast meldt de verklaring dat de opsteller op de hoogte is van het feit dat hij met een valse verklaring het risico loopt op straffen. Het document wordt gedagtekend en gehandtekend door de opsteller. Bij de verklaring voegt de getuige een identiteitsdocument waarop zijn handtekening voorkomt.

- Automatische schrapping oude zaken

De voorzitters van de hoven en de rechtbanken houden elk jaar (begin december) een oproeping van alle zaken die meer dan 3 jaar op de rol zijn ingeschreven en waarvan de debatten nog niet zijn gestart of die sinds 3 jaar niet zijn voortgezet. De lijst van al deze zaken wordt een maand tevoren aangeplakt aan de deur van de zittingszaal of wordt ter inzage van de partijen en hun advocaten neergelegd op de griffie. Alle zaken waarvoor geen verzoek tot handhaving op de algemene rol is gedaan, worden ambtshalve weggelaten. Deze weglating moet voortaan niet meer op het zittingsblad worden vermeld. Een melding in het dossier van de zaak volstaat. Partijen die de rechtspleging opnieuw willen activeren, moeten de zaak gewoon opnieuw inschrijven op de algemene rol en het rolrecht betalen.

Wijziging Burgerlijk Wetboek

- Oorzaken die de verjaring van burgerlijke zaken stuiten

De huidige artikels 2246 en 2247 van het Burgerlijk Wetboek bevatten tegenstrijdigheden. Artikel 2246 van het Burgerlijk Wetbuik bepaalt immers dat de ?dagvaarding voor een onbevoegde rechter de lopende verjaring stuit'. Terwijl artikel 2247 dan weer stelt dat ?indien de dagvaarding nietig is uit hoofde van een gebrek in de vorm, de stuiting voor niet bestaande wordt gehouden'. Omdat het stuitende effect van de dagvaardig voor het gerecht afhangt van de veruiterlijking van de wil die de akte impliceert veeleer dan de vorm die de akte aanneemt, werkt de wetgever die tegenstrijdigheid nu weg. De verjaring wordt dus ook gestuit wanneer de dagvaarding nietig is uit hoofde van een gebrek in de vorm. De stuiting wordt in dit geval dus niet langer als onbestaande gehouden.

Rapport Justitiedialogen

De wijzigingen aan het Burgerlijk en Gerechtelijk Wetboek vinden hun oorsprong in het rapport ?Justitiedialogen' van 2004. Daarin bundelden Fred Erdman en George de Leval, op verzoek van toenmalig minister van Justitie Laurette Onkelinx, voorstellen om de burgers opnieuw vertrouwen te geven in Justitie en de werking van het gerechtelijk systeem te verbeteren. Heel wat van de maatregelen doelen op de traagheid en de hoge kosten van de procedures en het formalisme dat ons recht kenmerkt. Door overbodige en dure vormvereisten uit het Gerechtelijk en Burgerlijk Wetboek te schrappen, wil men niet alleen meer flexibiliteit creëren maar ook de gerechtelijke achterstand wegwerken.

13 augustus 2012

De wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek treedt in werking op 13 augustus 2012, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 16 juli 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een vereenvoudiging van de regels van de burgerlijke rechtspleging, BS 3 augustus 2012.

Zie ook
Gerechtelijk Wetboek. (art. 730§2 en nieuw art. 961/1, 961/2 en 961/3)
Burgerlijk Wetboek. (art. 2246 en art. 2247)
Programmawet van 22 juni 2012, BS 28 juni 2012. (art. 94-104)
Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (art. 269 e.v.)
Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op het afschaffen van dure en nutteloze procedurele vormvereisten, Kamer 2012, nr. 0075/001.
Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op het afschaffen van dure en nutteloze procedurele vormvereisten, Verslag namens de commissie voor de Justitie, Kamer 2012, nr. 0075/001.