Werkweek van maximum 48 uur voor zelfstandige wegvervoerders

Zelfstandige wegvervoerders mogen hun arbeidstijd niet meer autonoom bepalen. Werkweken van maximum 48uur, werkdagen van maximum 10 uur bij nachtarbeid en een verplichte pauze na 6 uur ononderbroken arbeid moeten zowel de verkeersveiligheid als de veiligheid en gezondheid van de zelfstandige bestuurders garanderen.

Wekelijkse werkduur beperkt

De wekelijkse werkduur voor zelfstandige wegvervoerders is voortaan beperkt tot 48 uur. Langere werkweken, tot maximum 60 uur, zijn alleen toegelaten wanneer de arbeidstijd over een periode van 6 maanden gemiddeld 48 uur per week bedraagt. Wie deze regels overtreedt, riskeert bij een wegcontrole een boete (onmiddellijke inning) van 44 euro per ingeleid uur dat teveel is gewerkt.

Voor de berekening van de arbeidstijd gaat het alleen over ?de periode tussen het begin en het einde van het werk, waarin de zelfstandige bestuurder op de werkplek is, ter beschikking staat van de klant en zijn taken of activiteiten uitoefent, andere dan algemeen administratief werk dat niet direct verband houdt met het specifieke vervoer in kwestie'. Activiteiten zoals facturatie, kostprijsberekening, klantenbezoek, aankoopbeleid en fiscale boekhouding moeten dus niet worden meegeteld. Ook volgende perioden en activiteiten worden niet als arbeidstijd beschouwd:

de ?beschikbaarheidstijd?. Dit zijn de andere periodes dan pauzes of rusttijden, waarin de zelfstandige bestuurder niet op de werkplek hoeft te blijven, maar wel beschikbaar moet zijn voor oproepen om een rit aan te vatten of te hervatten of om andere activiteiten uit te voeren; de periodes waarin de zelfstandige bestuurder een per veerboot of trein vervoerd voertuig begeleidt; de wachttijden aan grenzen of bij het landen en/of lossen; de wachttijden t.g.v. rijverboden;de tijd die de zelfstandige bestuurder (bij een meervoudige bemanning) tijdens een rit doorbrengt naast een andere bestuurder of in de slaapcabine;

de meertijd die de zelfstandige bestuurder nodig heeft om van en naar zijn voertuig te gaan wanneer dit niet op de gebruikelijke plaats is gestald;

de wachttijden voor tol-, quarantaine- of medische aangelegenheden;

de tijd dat de betrokkene niet werkt maar in of nabij zijn voertuig doorbrengt om de veiligheid ervan of van de goederen te garanderen;

eetpauzes;

rusttijden (in kader van wetgeving rij- en rusttijden);

de tijd dat de betrokkene niet werkt maar dat hij in of nabij zijn voertuig moet doorbrengen om de verkeersreglementen na te leven of de verkeersveiligheid te garanderen.

Begrenzing nachtarbeid en verplichte pauze

Naast de beperking van de wekelijkse werkduur, wordt ook de dagelijkse arbeidstijd bij nachtwerk ingeperkt. Zelfstandige chauffeurs die nachtarbeid verrichten, mogen per 24 uur nog maximum 10 uur werken. De invulling van het begrip nachtarbeid wijkt echter af van de Europese versie. België spreekt in haar definitie van ?nachttijd' immers over een periode van minstens 5 uur (tussen 0 en 7u) in plaats van een periode van 4 uur.

Daarnaast mag geen enkele zelfstandige bestuurder nog langer dan 6 uur aan een stuk werken zonder pauze. Werkdagen van 6 tot 9 uur worden onderbroken door een pauze van minstens 30 minuten. Voor werkdagen die langer dan 9 uur duren is dat minstens 45 minuten. De pauzes kunnen onderverdeeld worden in perioden van minstens 15 minuten.

Controle

Zowel de politiediensten, de controleurs van de FOD Mobiliteit en de douaneambtenaren als de controleurs van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie staan in voor het opsporen van inbreuken op de nieuwe regels. Zij kunnen een voertuig aan de kant houden zolang de inbreuk niet verholpen is.

Zelfstandige bestuurders op zelfde niveau als bestuurders in loondienst

Met de aanpassingen schikt België zich naar de uitbreiding van ?arbeidstijdsrichtlijn 2002/15 op de organisatie van de arbeidst?d van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen'. Die richtlijn was initieel alleen van toepassing op mobiele werknemers van Europese ondernemingen die wegvervoersactiviteiten uitoefenen onder toepassing van verordening 3820/85 (opgeheven door verordening 561/2006) of de AETR-overeenkomst. De richtlijn pinde de toepassingsdatum voor zelfstandige bestuurders vast op 23 maart 2009. De Europese Commissie moest 2 jaar vóór die datum een verslag over de gevolgen van de uitsluiting van de zelfstandigen voor de verkeersveiligheid, de concurrentievoorwaarden, de beroepsstructuur en de sociale aspecten. In dat verslag kwam de Commissie tot het besluit dat de zelfstandige vervoerders beter buiten de toepassing van de richtlijn bleven. In 2010 werd het commissievoorstel tot uitsluiting weggestemd door het Europees Parlement waardoor de zelfstandige vervoerders wel onder de toepassing van de richtlijn vallen. Zelfstandige bestuurders zijn al langer onderworpen aan verordening 561/2006 over de rij- en rusttijden.

In werking?

Het KB van 8 oktober 2012 treedt in werking op 10 november 2012, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 8 oktober 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 april 2007 houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en houdende gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen, BS 31 oktober 2012.

Zie ook
Koninklijk besluit van 9 april 2007 houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad, BS 11 april 2007.
Koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg, BS 26 juli 2000.
Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidst?d van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen, Pb.L. 23 maart 2002, afl. L80/35.
Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad, PB L 102 van 11 april 2006, 1-14.