Opnieuw uitstel voor modernisering van liften

Eigenaars en beheerders van kantoren en appartementen krijgen meer tijd om hun liften aan te passen aan de veiligheidsnormen. Bovendien wordt de frequentie van de verplichte risicoanalyses verlaagd.

Risicoanalyse en modernisering

Elke eigenaar of andere persoon die in naam van de eigenaar een lift ter beschikking stelt van de gebruikers, moet ervoor zorgen dat die lift geen gevaar oplevert voor de gebruikers. Daarom moet de beheerder om de 10 jaar een risicoanalyse laten uitvoeren door een EDTC, een externe dienst voor technische controles op de werkplaats van liften.
Een wijzigings-KB van 10 december 2012 versoepelt die termijn en bepaalt dat vanaf nu een risicoanalyse om de 15 jaar volstaat.

Als uit de risicoanalyse blijkt dat de gebruikers ernstige risico's lopen, dan is het verboden om de lift te gebruiken tot de onderhouds- of herstelwerkzaamheden verricht zijn. De externe dienst kan echter ook concluderen dat er beperktere risico's zijn, waarvoor moderniseringswerkzaamheden nodig zijn. Vanaf nu moet die modernisatie gerealiseerd zijn binnen de 3 jaar na het uitvoeren van de risicoanalyse. De aanpassingen mogen de toegankelijkheid van de lift voor personen met een beperkte mobiliteit niet in het gedrang brengen.

Het moderniseren van oudere liften is meestal erg duur. Daarom kregen de beheerders en eigenaars van oudere liften meer tijd. Hun deadlines werden al eens opgeschoven en schuiven nu opnieuw op. Momenteel zijn de uiterste data geprikt op: Deadline Eerste inbedrijfstelling van de lift 31 december 2014 Op of na 1 april 1984 31 december 2016 01/01/1958 - 31/03/1984 31 december 2022 Vóór 1 januari 1958

Onderhoud en inspectie

De beheerder moet de liften laten onderhouden door een gespecialiseerd onderhoudsbedrijf, volgens de instructies van de liftproducent. Als er geen onderhoudsinstructies voorhanden zijn, moet er volgens de huidige reglementering minstens 2 keer per jaar een preventief onderhoud gebeuren.

Het nieuwe KB bepaalt echter dat 1 keertje per jaar voldoende is voor privéliften. Een privélift is een lift die geïnstalleerd werd in een eengezinswoning en die gewoonlijk buiten het professioneel kader wordt gebruikt.

Elke lift moet normaal gezien om de 3 maanden preventief geïnspecteerd worden door een EDTC, maar voor diezelfde privéliften volstaat vanaf nu een jaarlijkse preventieve inspectie.

Lijvig veiligheidsdossier

In het veiligheidsdossier moeten voortaan ook de verslagen van de preventieve inspecties van de laatste 10 jaar opgeborgen worden, de gebruikshandleiding van de lift, de onderhoudsinstructies en eventueel ook de EG-verklaring van conformiteit. De beheerder moet ervoor zorgen dat dit dossier steeds toegankelijk is voor alle belanghebbenden.

Minimale veiligheidsmaatregelen

De huidige reglementering maakt een onderscheid tussen minimale veiligheidsmaatregelen die tegen 1 januari 2013 moeten gerealiseerd zijn, en minimale veiligheidsmaatregelen die pas tegen 1 januari 2018 moeten gerealiseerd worden. Het nieuwe KB schrapt dat onderscheid en introduceert 1 standaardveiligheidspakket. Dat bestaat onder meer:

uit een kooideur voor liften met een snelheid van meer dan 0,63 m/s, of een kooideur of elektronisch veiligheidsgordijn voor liften met een lagere snelheid. Als de schachtwand voor de kooiopening gevaarlijke oneffenheden vertoont, is ook bij liften met een lage snelheid, een stevige kooideur vereist; en

uit schachtverlichting, verlichting in de machinekamer en verlichting in de schachtput en op alle stopplaatsen.

De beheerder mag ook andere maatregelen nemen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau garanderen.

Voor privé- en professionele liften

Het wijzigings-KB verruimt de definitie van het begrip ?lift'. Dat is nu: elk hijs- of hefwerktuig dat bepaalde niveaus bedient met behulp van een drager (dit draagplatform hoeft niet noodzakelijk een kooi te zijn) die langs starre, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende geleiders beweegt, en dat bestemd is voor het vervoer van:

1) personen;

2) personen en goederen; of

3) alleen goederen indien de drager toegankelijk is ? dat wil zeggen dat een persoon het hijs- of hefwerktuig zonder probleem kan betreden ?, en dat het werktuig uitgerust is met bedieningsapparatuur in de drager of binnen het bereik van een persoon in de drager.

Hijs- en hefwerktuigen die een vaste baan volgen - zelfs als ze niet via starre geleiders bewegen - worden altijd beschouwd als liften.

De reglementering op de liften is echter niet van toepassing op:

bouwliften;

kabelinstallaties, met inbegrip van kabelsporen;

liften die speciaal ontworpen en gebouwd zijn voor militaire of politionele doeleinden;

hijs- of hefwerktuigen van waaruit werkzaamheden verricht kunnen worden (bv. de hijsplatforms van glazenwassers of voegers);

mijnliften;

hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van kunstenaars tijdens een optreden (toneelliften);

hijs- en hefwerktuigen die in vervoermiddelen werden ingebouwd;

hijs- en hefwerktuigen die met een machine verbonden zijn en die uitsluitend bestemd zijn om de toegang tot de werkplek, inclusief onderhouds- en inspectiepunten op de machine mogelijk te maken;

tandradbanen;

roltrappen en rolpaden;

trapliften (voor personen met een verminderde mobiliteit); en

alle liften met een snelheid van ten hoogste 0,15 m/s.

Het KB van 10 december 2012 treedt in werking op 29 december.

Bron: Koninklijk besluit van 10 december 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2003 betreffende de beveiliging van liften, BS 19 december 2012.