Fraude met dienstencheques zwaarder bestraft

De sector van de dienstencheques blijft fraudegevoelig. Daarom heeft de programmawet van 22 juni 2012 de erkenningsvoorwaarden voor dienstenchequeondernemingen nog maar eens aangescherpt.

Maar de aanpassingen zijn nog niet van kracht. De Koning moest de datum van inwerkingtreding nog vastleggen. Dat is nu gebeurd in een KB van 14 december 2012. Tegelijk wordt het KB op de Dienstencheques afgestemd op de nieuwe regeling.

Dienstencheque

Dienstencheques geven particulieren de kans om met financiële hulp van de overheid ?thuishulp van huishoudelijke aard' (schoonmaken, strijken, boodschappen doen ?) te laten uitvoeren door werknemers in dienst van een erkende onderneming. Dit kan ook buitenshuis.

Ondernemingen die willen meedraaien in dit stelsel van buurtwerken en -diensten moeten erkend worden door de federale overheid. Dit kan enkel als ze voldoen aan een rits voorwaarden (arbeidsvoorwaarden, achterstallige belastingen, faillissementen ?).

Achterstallen

De programmawet van 22 juni 2012 heeft ervoor gezorgd dat alle achterstallen een inbreuk kunnen zijn op de erkenningsvoorwaarden. De erkenning kan dus ingetrokken worden. Al is het bij kleine schulden niet de bedoeling dat dit systematisch gebeurt.

Maar de achterstallen kunnen, samen met eventuele andere tekortkomingen, wel een motivering zijn voor de beslissing tot intrekking van de erkenning. Bedragen waarvoor een aflossingsplan wordt gevolgd en sommen onder de 2.500 euro worden voor de toepassing van de ambtshalve intrekking niet als achterstallen beschouwd.

De erkenning van de dienstenchequeonderneming kan onder bepaalde voorwaarden ingetrokken worden indien de leidinggevende personen betrokken waren bij een faillissement. Die sanctie werd door de programmawet uitgebreid tot rechtspersonen. En dat wordt nu ook bevestigd door het wijzigings-KB van 14 december 2012. Men verwijst hierbij ook naar andere tekortkomingen op het vlak van de erkenningsvoorwaarden.

Borgsom

De ondernemingen moeten voortaan bij hun aanvraag tot erkenning een borgsom van 25.000 euro storten op een rekening van de RVA. Dit bedrag dient als borg voor het geval de onderneming betalingsmoeilijkheden heeft bij de RSZ, de RVA of de fiscus. Het bedrag blijft geblokkeerd gedurende de hele periode van de erkenning.

Het KB van 14 december 2012 voegt daar nu aan toe dat de borgsteller jaarlijks, in de loop van de maand januari, een rentevergoeding ontvangt op basis van de marktrente opgegeven door de Schatkist. De rentevergoeding is onderworpen aan roerende voorheffing.

De interest wordt berekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand van storting. Hij loopt tot de laatste dag van de maand voorafgaand aan de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning. Bedragen die minder dan 3 maanden gedeponeerd blijven, brengen geen interest op.

Bij een weigering van de erkenning of bij een vrijwillige stopzetting van de activiteiten wordt de borgsom integraal teruggestort. Indien er nog achterstallen zijn, zal het geld bij voorrang daarvoor gebruikt worden. Het resterende bedrag wordt teruggestort.

Let op! De borgsomregeling is enkel van toepassing op nieuwe dienstenchequeondernemingen. Dit zijn de ondernemingen die worden erkend vanaf de dag waarop de regeling in werking treedt.

Inhouding

De programmawet van 22 juni 2012 heeft een inhouding mogelijk gemaakt wanneer blijkt dat de onderneming niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Een deel van de tegemoetkoming van de overheid kan namelijk ingehouden worden op de dienstencheques die bij de uitgiftemaatschappij voor terugbetaling ingediend worden. Dit bedrag brengt voor de ondernemingen geen interest op.

Het ingehouden bedrag dekt eventuele schulden en wordt op een rekening van de RVA gestort. Het KB van 14 december 2012 pint het bedrag van die inhouding nu vast op 5 euro per dienstencheque. Worden de voorwaarden niet nageleefd, dan zal de RVA het uitgiftebedrijf dus de opdracht kunnen geven om 5 euro minder te betalen als tegemoetkoming. Het geld kan teruggestort worden als de onderneming bewijst dat ze aan de voorwaarden voldoet. Er mogen ook geen achterstallen meer zijn.

Bij een ?zware inbreuk? kan de volledige inruilwaarde zelfs ingehouden worden. Dit is de nominale waarde van de dienstencheque én het volledige bedrag van de tegemoetkoming van de overheid in de kostprijs van de cheque. Als zware inbreuken worden beschouwd:

een proces-verbaal wegens een inbreuk op de regeling van dienstencheques die bestraft kan worden met een sanctie van niveau 4, of wegens het nalaten of weigeren inlichtingen te verstrekken, of wegens oplichting;

het indienen van onrechtmatig verkregen dienstencheques;

het tewerkstellen van werknemers van vreemde nationaliteit zonder een arbeidsvergunning;

manifeste vormen van fraude.

De RVA kan de tegemoetkoming en het bedrag van de aanschafprijs van de dienstencheque volledig terugvorderen indien deze ten onrechte werd toegekend. De onderneming moet de som betalen binnen de 30 dagen die volgen op de datum vermeld op de aangetekende brief.

Strafbepalingen

Tot slot kunnen we nog meegeven dat de programmawet van 22 juni 2012 de strafbepalingen bij inbreuken op de reglementering van de dienstencheques ingevoegd heeft in het Sociaal Strafwetboek. Ook hier pint het nieuwe KB de datum van inwerkingtreding vast.

De inbreuken worden samengebracht in een nieuwe afdeling van boek 2, hoofdstuk 4. Ze zorgt voor rechtszekerheid omdat bij de inwerkingtreding van het Sociaal Strafwetboek, op 1 juli 2011, de wet op de administratieve geldboeten werd opgeheven.

De stapsgewijs opgesomde inbreuken worden bestraft met sancties van niveau 2, 3 en 4. De niveaus 2 en 3 bestaan uit een administratieve geldboete of een strafrechtelijke geldboete. Niveau 4 betekent hetzij een gevangenisstraf en/of een strafrechtelijke geldboete, hetzij een administratieve geldboete.

In werking

Globaal genomen treedt het wijzigings-KB van 14 december 2012 samen met de bijhorende bepalingen uit de programmawet van 22 juni 2012 in werking op 24 december 2012. Maar de bepalingen die de inhouding op de tegemoetkoming van de overheid regelen, treden pas in werking op 1 januari 2013. Dat is ook het geval voor de specifieke bepaling die de voorrang bij de aanzuivering van de schuldvorderingen regelt.

Bron: Koninklijk besluit van 14 december 2012 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 24 december 2012

Zie ook:
? Wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, BS 11 augustus 2001 (Dienstenchequewet)
? Programmawet van 22 juni 2012, BS 28 juni 2012 (art. 6-9 en 15-19 PW)
? Koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 22 december 2001 (KB op de Dienstencheques)