Bijdrageverminderingen voor sociale zekerheid anders berekend

Een KB van 24 januari 2013 past de methode aan die men gebruikt om de verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen te berekenen bij onvolledige kwartaalprestaties. Tegelijk noteren we ook aangepaste doelgroepverminderingen voor mentors, en jongere en oudere werknemers. De basis voor die bijdrageverminderingen werd gelegd in de wet houdende tewerkstellingsplan.

Multiplicatiefactor

Momenteel houdt men bij de berekening van de structurele vermindering en de doelgroepverminderingen rekening met een vaste multiplicatiefactor (1/?). Die factor maakt het mogelijk om, afhankelijk van de geleverde arbeidsprestaties, af te wijken van een strikt proportionele vermindering van de bijdragen.

Maar het wijzigings-KB van 24 januari past de berekening van het verminderingsbedrag nu aan bij onvolledige prestaties. Het geld dat men op die manier uitspaart, gaat naar een versterking van de lagelonencomponent in de structurele bijdragevermindering. Door de berekening van de bijdrageverminderingen aan te passen, wil de overheid zorgen voor een evenredige bijdrageregeling met een meer pro rata toepassing.

Daarnaast houdt het nieuwe KB ook rekening met de wijzigingen die de wet van 27 december 2012 houdende tewerkstellingsplan recent heeft doorgevoerd. Die wet heeft namelijk twee nieuwe forfaitaire verminderingsbedragen - G8 en G9 - ingevoerd in de regeling voor doelgroepverminderingen. G8 is gelijk aan 1.500 euro. G9 is gelijk aan 800 euro. Beide bedragen worden ingelast in het KB van 16 mei 2003.

Scenario's

De aangepaste berekening bij onvolledige kwartaalprestaties komt er na een advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR). Daaruit blijkt dat de RSZ voor het opstellen van het nieuwe KB verschillende scenario's gesimuleerd heeft. Telkens gaat het om een verschuiving van de lastenverlaging bij onvolledige kwartaalprestaties naar de lage lonen.

Het scenario dat de regering voorstelde brengt het voordeel voor de structurele vermindering bijvoorbeeld van 25% op 18% voor deeltijdse prestaties tot 55% van een voltijdse tewerkstelling. Voor de doelgroepverminderingen hanteert men in dit scenario een meer pro rata regeling.

Er waren verschillende pistes, maar in alle scenario's wordt voor de prestaties tussen 55% en 80% van een voltijdse tewerkstelling het voordeel van de bijdragevermindering geleidelijk opgetrokken. Vanaf de grens van 80% sluit de bijdragevermindering terug aan bij die van een voltijdse tewerkstelling.

Uiteindelijk blijkt uit het advies nr. 1815 dat de werknemers- en werkgeversorganisaties die vertegenwoordigd zijn in de NAR niet tot een eensgezind standpunt gekomen zijn.

Structurele vermindering

Categorie 1 400 euro + (0,1620 x (5.900 euro - S)) + (0,0600 x (W - 12.484,80 euro)) Categorie 2 0 euro + (0,2467 x (6.150 euro - S)) + (0,0600 x (W - 12.484,80 euro)) Categorie 3 471 euro + (0,1620 x (7.225 euro - S)) + (0,0600 x (W - 12.484,80 euro))

In deze berekeningsformule voor de structurele bijdragevermindering (R) is S = het refertekwartaalloon, en W = de loonmassa.

Werknemers uit categorie 3 zijn alle werknemers (arbeiders en bedienden) die tewerkgesteld zijn door werkgevers in beschutte werkplaatsen. Categorie 2 groepeert alle werknemers die in aanmerking komen voor de ?Sociale Maribel'-vermindering. Categorie 1 is de restcategorie.

De uiteindelijke vermindering per kwartaal (Ps) bij onvolledige kwartaalprestaties wordt vanaf 1 januari 2013 berekend met volgende formule: Ps= R x µ x ? (in plaats van 1/?), waarbij µ = de prestatiebreuk van de tewerkstelling.

De vermenigvuldigingsfactor bij onvolledige prestaties bedraagt voortaan 1,18 in plaats van 1,25 bij deeltijdse prestaties tot 55% van een voltijdse tewerkstelling. Zoals gezegd wordt het voordeel van de bijdragevermindering vanaf die grens geleidelijk opgetrokken tot 1,25.

Doelgroepverminderingen

De nieuwe grensbedragen G8 en G9 worden gekoppeld aan bepaalde doelgroepen. Zo wordt het forfait van 800 euro onder andere gebruikt voor de doelgroepvermindering voor mentors. Daardoor stijgt die vermindering van 400 naar 800 euro per kwartaal. De regeling wordt ook uitgebreid tot werkzoekenden die een instapstage doorlopen.

Het nieuwe forfait van 1.500 euro wordt gebruikt voor jongere en oudere werknemers. De bestaande doelgroepverminderingen voor jongeren en ouderen worden grotendeels afgeschaft.

1/ Jongeren

Voor jongeren gelden nog twee categorieën van doelgroepverminderingen. De doelgroepvermindering voor jongeren zoals stagiairs die slechts gedeeltelijk onderworpen zijn, tot 31 december van het jaar waarin ze 18 jaar worden. Net als voordien gaat het hier om een vermindering van 1.000 euro.

De doelgroepvermindering voor erg laag geschoolde, laaggeschoolde of middengeschoolde jongeren met een startbaan die minder dan 26 jaar zijn. Telkens op voorwaarde dat hun refertekwartaalloon lager is dan 9.000 euro. Bij deze vermindering wordt het voordeel gedurende 3 jaar (erg laag geschoold), 2 jaar (laag geschoold) of 1 jaar (middengeschoold) opgetrokken. Tot 1.500 euro voor erg laag en laag geschoolden. En tot 1.000 euro voor middengeschoolden.

Let op! De wet houdende tewerkstellingsplan heeft hier twee nieuwe definities geïntroduceerd:

?Erg laag geschoolde jongere?. Dit zijn voortaan laaggeschoolde jongeren die geen getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of van het lager secundair onderwijs hebben.

?Middengeschoolde jongere?. Dit zijn jongeren die hoogstens een getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs hebben.

?Laaggeschoolde jongeren' zijn jongeren die geen getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs hebben. Die omschrijving blijft ongewijzigd.

2/ Ouderen

Er geldt voortaan een nieuwe doelgroepvermindering voor werknemers van categorie 1 (d.i. de restcategorie bij de toekenning van de structurele bijdragevermindering) die op de laatste dag van het kwartaal minstens 54 jaar zijn en waarvan het refertekwartaalloon lager is dan de hoogste loongrens.

Voor werknemers van minstens 54 jaar bedraagt het verminderingsbedrag 400 euro per kwartaal. Voor werknemers van 58, 62 en 65 jaar is dat respectievelijk 1.000, 1.500 en 800 euro per kwartaal.

3/ Berekening

Voor de berekening van de eigenlijke doelgroepvermindering (Pg) bij onvolledige kwartaalprestaties hanteert men, net als bij de structurele bijdragevermindering, een aangepaste formule: Pg = G x µ x ?, waarbij µ = de prestatiebreuk van de tewerkstelling, en G = de maximale forfaitaire bijdragevermindering. Ook hier is de multiplicatiefactor 1/? vervangen door ?. En de waarde van die factor wordt ook op dezelfde manier aangepast als bij de structurele bijdragevermindering.

In werking

Het KB van 24 januari 2013 treedt globaal genomen in werking op 1 januari 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 24 januari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, BS 4 februari 2013

Zie ook;
? Wet van 27 december 2012 houdende tewerkstellingsplan, BS 31 december 2012 (art 4-9 Wet Tewerkstellingsplan)
? Artikel 335 ev. van de Programmawet (I) van 24 december 2002, BS 31 december 2002
? Wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, BS 27 januari 2000
? Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1.815 van 30 oktober 2012, ?Relancestrategie - Verschuiving van bijdragevermindering bij onvolledige kwartaalprestaties naar lage lonen?
? Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1814 van 25 september 2012, ?Relancestrategie - Voorontwerp van wet houdende het tewerkstellingsplan'