Berekening ziekte-uitkering houdt rekening met nieuwe werkloosheidsregels

Wie werkloos is en ziek wordt, krijgt een ziekte-uitkering. De berekening van die ziekte-uitkering wordt nu enigszins aangepast. Dat is nodig omdat de werkloosheidsuitkeringen sinds kort op een andere manier worden berekend.

Gederfd loon

De ziekte-uitkering wordt berekend op het gederfde loon. Wie werkloos is, heeft geen dergelijk loon, maar wel een werkloosheidsuitkering. Voor werklozen is er daarom een aparte berekeningswijze voor het ?gederfde loon'. En die wordt nu aangepast aan de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen.

Berekening arbeidsongeschiktheidsuitkering

Voor het vaststellen van het gederfde loon - nodig om de arbeidsongeschiktheidsuitkering te kunnen berekenen - maakt men voortaan een onderscheid naargelang de vergoedingsperiode waarin de werkloze die arbeidsongeschikt wordt, zit.

De eerste situatie is die waarbij de werkloze ziek wordt op het moment dat hij in de eerste of de tweede vergoedingsperiode zit, en zijn werkloosheidsuitkering berekend is op basis van zijn vroeger verdiende loon (of hij recht heeft op het minimumbedrag). In dat geval is het gederfde loon waarop zijn ziekte-uitkering wordt berekend gelijk aan het gemiddelde dagloon dat op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid in aanmerking zou worden genomen voor het vaststellen van de werkloosheidsuitkering.

Zit de werkloze in de derde vergoedingsperiode - met een forfaitaire werkloosheidsuitkering dus - dan wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid begonnen was op de laatste werkloosheidsdag van de tweede vergoedingsperiode.

Wanneer de werkloze met gezinslast een anciënniteitstoeslag krijgt, wordt het op die manier vastgestelde gederfde loon wel verhoogd. Met het bedrag van de anciënniteitstoeslag, aangepast aan het indexcijfer op het moment van de aanvang van de arbeidsongeschiktheid en gedeeld door 0,6. En dit voor beide groepen werklozen (in de eerste of tweede vergoedingsperiode en in de derde vergoedingsperiode).

Voor een goed begrip

Voor een goed begrip nog eens kort een schets van de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen.

Er wordt gewerkt met drie vergoedingsperiodes.

De eerste vergoedingsperiode omvat het eerste jaar werkloosheid. Die periode wordt opgesplitst in een fase 1 (de eerste 3 maanden), een fase 2 (de volgende drie maanden) en een fase 3 (de volgende zes maanden). In de fasen 2 en 3 gaat de uitkering telkens naar beneden.

De tweede vergoedingsperiode start vanaf het tweede jaar werkloosheid, en duurt minimaal twee maanden en maximaal 36 maanden. De precieze duur hangt af van het aantal jaren dat de werkloze voor zijn werkloosheid heeft gewerkt. De eerste fase van die tweede vergoedingsperiode duurt steeds twee maanden. Bij de start van die eerste fase daalt de werkloosheidsuitkering nog een keer. De tweede fase is een variabele periode van maximaal tien maanden. Per jaar dat men gewerkt heeft, duurt die periode twee maanden langer. De werkloosheidsuitkering bedraagt in die extra maanden evenveel als in de eerste fase van de tweede vergoedingsperiode. Maar die tweede fase kan in principe maar tien maanden duren. Daarna komt men in de deelfasen 2.1 tot 2.4 terecht. Dat zijn maximaal vier periodes van zes maanden. In die periode zakt de uitkering om de zes maanden.

Daarna start de derde vergoedingsperiode. Dus uiterlijk na 48 maanden werkloosheid. Wie geen lang beroepsverleden heeft, kan al na een werkloosheidsperiode van 14 maanden in die derde fase terechtkomen. In die derde vergoedingsfase krijgt de werkloze een forfait. Het loon dat hij verdiende toen hij aan het werk was, is van geen belang meer.

Inwerkingtreding

De nieuwe verordening van de Dienst voor uitkeringen van het Riziv treedt in werking op 1 maart 2013. Ze is van toepassing op de arbeidsongeschiktheden die ten vroegste vanaf dan beginnen.

Bron: Verordening van 23 januari 2013 tot wijziging van de verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, 5°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 1 maart 2013.

Zie ook:
Verordening van 16 april 1997 van tot uitvoering van artikel 80, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, art. 30
Koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, art. 114