Gerechtskosten voor telefoontaps gehalveerd

De tarieven die telecomoperatoren en -verstrekkers mogen aanrekenen voor hun medewerking aan gerechtelijke onderzoeken, worden gehalveerd. De regering wil hiermee gerechtskosten voor telefoontaps verder de kop indrukken.

Gerechtskosten telefoontaps beperken

De gerechtskosten blijven jaar na jaar stijgen. In 2011 betaalde Justitie meer dan 111 miljoen euro, ruim 4 miljoen meer dan in 2010. Een van de grootste kostenposten is de facturatie voor telefonie.

Telecomoperatoren en -verstrekkers rekenden in 2011 bijna 13 miljoen euro aan voor hun medewerking aan gerechtelijke onderzoeken. Dat bedrag lag in 2010 nog 22% hoger. De maatregelen die begin 2011 werden genomen om de kosten te drukken, werpen dus wel degelijk hun vruchten af. Toen werd beslist om de te factureren bedragen voor de drie grootste kostenposten (o.a. dagelijkse vergoeding voor de real-time observaties) met 30 % te verlagen. Toch blijven de kosten relatief hoog in vergelijking met het buitenland.

Daarom heeft de federale regering tijdens het begrotingsconclaaf van 2012 beslist om de tarieven die de operatoren mogen aanrekenen voor hun medewerking opnieuw fors te verlagen. Dit keer met 50%. Alle tarieven die zijn opgenomen in de bijlage bij het KB van 9 januari 2003 worden gehalveerd, behalve de drie kostenposten die begin 2011 al werden verminderd. Die bedragen worden echter ook afgerond om de facturatie en de controle ervan te vereenvoudigen.

Tarieven gehalveerd

1. Vorderingen op basis van art. 46bis van het Wetboek van Strafvordering

De procureur des Konings kan de abonnee of de gewoonlijke gebruiker van een elektronische communicatiedienst of van het gebruikte elektronische communicatiemiddel laten identificeren. Hij kan ook de elektronische communicatiediensten waarop iemand geabonneerd is of die iemand gewoonlijk gebruikt, laten identificeren.

Tarieven voor operatoren van elektronische communicatienetwerken die geen nummeringscapaciteit toegewezen gekregen hebben, en voor verstrekkers van elektronische communicatiediensten: 1 tot 10 identificaties: 3 euro (voorheen 6 euro); meer dan 10 identificaties: 0,25 euro per item (voorheen 0,50 euro); identificatie van een IMEI-track: 12,50 euro (of 25 euro buiten de kantooruren van 8u tot 18u) (voorheen 24,79 en 49,59 euro); de aflevering of de identificatie van een IP-adres: 8 euro (voorheen 16 euro);

Tarieven voor operatoren van elektronische communicatienetwerken die nummeringscapaciteit toegewezen gekregen hebben: gratis, met uitzondering van: de identificatie van een IMEI-track: 12,50 euro (of 25 euro buiten de kantooruren) (voorheen 24,79 en 49,59 euro); de aflevering of de identificatie van een IP-adres: 8 euro (voorheen 16 euro).

2. Vorderingen op basis van artikel 88bis van het Wetboek van Strafvordering

De onderzoeksrechter en de procureur des Konings kunnen de oproepgegevens van telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar oproepen worden of werden gedaan, laten opsporen. Ze kunnen eveneens de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie laten lokaliseren.

Real-time observaties: activering: 12,50 euro per oproepnummer (of 25 euro indien buiten de kantooruren) (voorheen 24,79 en 49,59 euro);vergoeding per oproepnummer per dag: 5 euro (voorheen 4,95 euro);

Retro-observaties:activering: 12,50 euro per oproepnummer (of 25 euro indien buiten de kantooruren) (voorheen 24,79 en 49,59 euro); vergoeding per oproepnummer per dag: 3,10 euro (bedrag wijzigt niet);

Observatie op een zendmast van een mobiel netwerk: activering: 12,50 euro per oproepnummer (of 25 euro indien buiten de kantooruren) (voorheen 24,79 en 49,59 euro);vergoeding per oproepnummer per zendmast per uur: 5 euro (voorheen 4,95 euro);

Observatie indien het gaat om een telefoonkaart track: 6,90 euro (voorheen 13,75 euro);

Online tracking per uur: 12,50 euro (of 25 euro indien buiten de kantooruren) (voorheen 24,79 en 49,59 euro).

3. Vorderingen op basis van artikel 90ter van het Wetboek van Strafvordering

De onderzoeksrechter kan beslissen om privécommunicatie of -telecommunicatie, af te luisteren er kennis van te nemen en op te nemen.

Interceptie van communicatie met inbegrip van IP interceptie: activering 12,50 euro per oproepnummer of per e-mail adres (of 25 euro indien buiten de kantooruren) (voorheen 24,79 en 49,59 euro); vergoeding per oproepnummer of per e-mail adres per dag: 25 euro (voorheen 24,79 euro).

4. Andere vergoedingen

kopie van een factuur: 4,50 euro (voorheen 9 euro);

kopie van een contract: 4,50 euro (voorheen 9 euro);

verzoek om de gegevens betreffende een herlading: 12,50 euro (of 25 euro indien buiten de kantooruren) (voorheen 24,79 en 49,59 euro);

identificatie van een verkooppunt: 3,50 euro (voorheen 7 euro);

PUK-code of voice mail reset: 2,50 euro (voorheen 5 euro);

SIM-analyse: 18,60 euro per uur (voorheen 37,18 euro);

identificatie van de wijze van betaling van een oproep in een telefooncel: 6,90 euro per kwartier (voorheen 13,75 euro);

operator Service Track: 6,90 euro per kwartier (voorheen 13,75 euro);

interventie van een technicus: 6,90 euro per kwartier(voorheen 13,75 euro);

specifiek verzoek: 6,90 euro per kwartier (voorheen 13,75 euro);

opvragen van een dekkingskaart: 16 euro (voorheen 32 euro);

verplaatsingskosten: 16,20 euro (voorheen 32,23 euro).

Wanneer de resultaten geleverd worden op een floppy disk of cd-rom kan een supplement van 1,5 euro worden toegekend.

Voor de prestaties die niet zijn opgesomd, worden enkel de werkelijke kosten vergoed.

Structurele oplossingen

Twee jaar geleden heeft het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) een werkgroep opgericht om structurele oplossingen te vinden voor de hoge kosten. Het heeft, in overleg met en op verzoek van het Nationaal Overlegplatform Telecommunicatie (NOT) een consultant geselecteerd om de tarieven in het KB van 9 januari 2003 zo objectief mogelijk te berekenen. Het is momenteel nog wachten op de resultaten.

De regering werkt ook aan structurele maatregelen om de medewerking van operatoren en dienstverleners met justitie efficiënter te maken. Zo is er de aanstelling van een ?single point of contact' om het aantal overlappende aanvragen te verminderen. De regering denkt aan de Centrale Technische Interceptiefaciliteit (CTIF) van de federale politie om die rol uit te oefenen, onder het gezag van een magistraat.

Vanaf 14 maart 2013

De nieuwe bedragen gelden vanaf 14 maart 2013. Dat is 10 dagen na publicatie van het KB van 31 januari 2013 in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 31 januari 2013 tot vervanging van de bijlage bij het koninklijk besluit van 9 januari 2003 houdende modaliteiten voor de wettelijke medewerkingsplicht bij gerechtelijke vorderingen met betrekking tot elektronische communicatie, BS 4 maart 2013.

Zie ook
Koninklijk besluit van 9 januari 2003 houdende modaliteiten voor de wettelijke medewerkingsplicht bij gerechtelijke vorderingen met betrekking tot elektronische communicatie, BS 10 februari 2003.
Koninklijk besluit van 8 februari 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 januari 2003 tot uitvoering van de artikelen 46bis , par. 2, eerste lid, 88bis , par. 2, eerste en derde lid, en 90quater , par. 2, derde lid van het Wetboek van strafvordering en van artikel 109ter , E, par. 2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, BS 23 februari 2011.