Raad van State verwerpt keuzecriteria voor sociale woning

Als een kandidaat-huurder zich opgeeft voor een sociale huurwoning, dan geldt zijn inschrijving in principe voor alle sociale huurwoningen van de sociale huisvestingsmaatschappij. Tenzij de kandidaat schriftelijk verklaart dat zijn kandidatuur alleen geldt voor een sociale huurwoning van een bepaald type, gelegen in een bepaald gebied, tegen een bepaalde maximumprijs.

In 2011 besliste de Vlaamse overheid om een vergoeding uit te keren aan alle personen die al meer dan 5 jaar op de wachtlijst stonden voor een sociale woning. Maar de regering kwam tot de vaststelling dat er véél kandidaten al meer dan 5 jaar op de wachtlijst stonden; veel meer dan ze had verwacht. Daarop concludeerde de regering dat sommige kandidaat-huurders te enge keuzes maakten, waardoor het bijna onmogelijk werd om hen een sociale woning toe te wijzen.

En dus besliste zij bij besluit van 30 september 2011 dat een kandidaat-huurder zijn voorkeur alleen nog mocht beperken op basis van 5 criteria:

financiële draagkracht;

gezondheidsredenen;

fysieke mobiliteit;

bereikbaarheid van school, werk, sociaal en familiaal netwerk; en

het verlenen of ontvangen van mantelzorg.

De kandidaat-huurder moest elke keuzebeperking uitdrukkelijk motiveren.

Op vraag van de vzw ?Vlaams Huurderplatform' (het vroegere Vlaams Overleg Bewonersbelangen) en van het ?Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen' boog de Raad van State zich over die criteria.

In zijn arrest van 18 februari 2013 beslist de Raad dat de Vlaamse regering haar boekje te buiten is gegaan. Door de keuze voor een type woning te verengen tot een keuze op grond van 5 criteria, beperkt de Vlaamse regering de decretaal gewaarborgde vrije keuze van de kandidaat-huurder. Een uitvoeringsbesluit kan echter geen decreet wijzigen en dus vernietigt de Raad deze bepaling, die is ingeschreven in artikel 3 van een besluit van de Vlaamse regering van 30 september 2011 tot wijziging van artikel 10 van het Kaderbesluit Sociale Huur.

Als de Vlaamse overheid de keuzevrijheid van een kandidaat-sociale huurder wil inperken op grond van 5 criteria, dan zal zij die criteria moeten inschrijven in het decreet zelf - en met name in de Vlaamse Wooncode - en niet in een uitvoeringsbesluit.

Bron: 18 februari 2013. ? Arrest van de Raad van State, BS 14 maart 2013.

Zie ook:
? Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, BS 19 augustus 1997 (art. 93, §1, vierde lid VWC).
? Besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, BS 7 december 2007 (art. 10 van het Kaderbesluit Sociale Huur).
? Besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode en tot wijziging van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten, BS 25 november 2011 (art. 3 BVR 25 november 2011).
? RvS 18 februari 2013, nr. 222.544.