Boekhoudkundige bediende kan BIBF-lid worden

Boekhouders en fiscalisten die als loontrekkende of als ambtenaar hun beroep uitoefenen, kunnen zich voortaan vrijwillig aansluiten bij het Beroepsinstituut voor erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF).

Boekhoudkundige bediende

Met de oprichting van het BIBF en het IAB, het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, heeft de wetgever een uniform wettelijk kader gecreëerd voor de meeste boekhoudkundige en fiscale beroepen. De wet van 22 april 1999 is het referentiekader.

Toch valt een belangrijke categorie buiten de wet omdat de inschrijving bij het BIBF op dit moment enkel geldt voor zelfstandigen. Voor hen is die inschrijving verplicht en dat blijft ook zo. De boekhouders en fiscalisten die in privaat of publiekrechtelijk dienstverband werken, kunnen dus geen erkenning vragen, ook al hebben ze meestal hetzelfde diploma en voeren ze dezelfde taken uit als hun zelfstandige collega's.

Vandaar dat twee wetten van 25 februari 2013 er nu voor zorgen dat loontrekkende boekhouders en fiscalisten (?boekhoudkundige bedienden'), én ambtenaren die het beroep uitoefenen, zich voortaan op vrijwillige basis kunnen aansluiten bij het BIBF. Ze kunnen als interne leden de beroepstitel van erkend boekhouder(-fiscalist) krijgen.

Boekhoudsector

Op die manier komt de wetgever tegemoet aan een verzoek van de boekhoudsector. Een BIBF-titel biedt immers heel wat voordelen. En dankzij de nieuwe regeling kunnen externe leden die overstappen naar een bediendestatuut die voordelen behouden, al kunnen ze als intern lid uiteraard niet meer werken voor eigen klanten.

Ook het onderwijs moedigt de opwaardering aan. Via de vrijwillige toetreding kan men het inschrijvingsparcours met stage en examen vlak na het schooltraject doorlopen. Heel wat schoolverlaters gaan immers als bediende aan de slag en zetten pas later de stap naar een zelfstandig statuut. De beginnende zelfstandige (in bijberoep of hoofdberoep) zal dan niet opnieuw erkend moeten worden. De mobiliteit tussen beide statuten zal dus ongetwijfeld toenemen.

De wettelijk beschermde beroepstitel op vrijwillige basis biedt ook bijkomende garanties op het vlak van onafhankelijk en deugdelijk bestuur. Wie zich aansluit, wordt immers ook onderworpen aan de plichtenleer van het beroep.

Wetten

Kortom, voortaan zal de wet van 22 april 1999 alle boekhoudkundige en fiscale beroepen regelen, ongeacht het sociaal statuut van de beroepsbeoefenaar. De verplichte inschrijving blijft wel enkel van toepassing op wie het beroep als zelfstandige in hoofd- of bijberoep wil uitoefenen.

Dit betekent dat de verschillende beroepsgroepen waarop de wet van 22 april 1999 betrekking heeft voortaan een gelijkaardige structuur kennen. Binnen elke categorie kan men namelijk kiezen voor het interne of het externe statuut.

Let wel, het initieel wetsontwerp werd op vraag van de Raad van State opgesplitst omdat voor sommige bepalingen de volledige bicamerale procedure vereist was. Vandaar dat in het Staatsblad van 19 maart 2013 twee wetten gepubliceerd zijn die dezelfde datum dragen. Beide wetten van 25 februari 2013 treden in werking op 1 juli 2013!

Interne leden

De eerste en langste wet van 25 februari 2013 zorgt ervoor dat de zogenaamde interne leden en stagiairs lid kunnen worden van het BIBF. In dat geval vallen ze onder de jurisdictie van de tuchtcommissie.

Het beroepsinstituut houdt het tableau bij van de erkende boekhouders en de erkende boekhouders-fiscalisten, en de lijst van de stagiairs. Voor dit tableau en deze lijst maakt de wetgever voortaan een onderscheid tussen:

De externe leden en stagiairs. Zij oefenen hun beroep uit op zelfstandige basis voor rekening van derden. Dit zijn de zogenaamde ?externe beroepsbeoefenaars? en de ?externe stagiairs?.

De interne leden en stagiairs. Zij oefenen hun beroep uitsluitend uit in ondergeschikt dienstverband via een arbeidsovereenkomst of via een door de overheid bezoldigde betrekking. Dit zijn de zogenaamde ?interne beroepsbeoefenaars? of ?interne stagiairs?.

Terloops definieert de wetgever het begrip ?werkdagen'. Dit zijn ?alle kalenderdagen met uitsluiting van de zondagen en wettelijke feestdagen'. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen op een zaterdag afloopt, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

Wie in de openbare sector werkt, zal de beroepstitel van intern boekhouder(-fiscalist) enkel kunnen krijgen na schriftelijke toestemming van de bevoegde overheid. Wie op een fiscale administratie werkt, kan geen erkenning krijgen. Dit omwille van deontologische redenen.

Organisatie

Daarnaast bevat de eerste wet van 25 februari 2013 een luik over de organisatie en de werking van het beroepsinstituut. Hiervoor gaat men op dit moment hoofdzakelijk te rade bij de kaderwet van 1 maart 1976 die de bescherming regelt van de beroepstitel en van de uitoefening van dienstverlenende intellectuele beroepen.

Maar de wetgever schrapt de verwijzing naar de kaderwet en laat enkel de verwijzing naar het uitvoerings-KB van 27 november 1985 bestaan. De regering kan specifieke voorwaarden uitwerken.

Er komt een apart onderdeel dat de ?organen' van het instituut regelt. De verwijzing naar de artikelen van de kaderwet van 1 maart 1976 verdwijnt en de inhoud van die bepalingen wordt opgenomen in de nieuwe artikelen 45/1 en 45/2 van de wet van 22 april 1999. De bepalingen van die zogenaamde ?Kaderwet Verhaegen' worden dus geïncorporeerd.

Zo bestaat de Nationale Raad per taalgroep bijvoorbeeld uit minstens twee derde externe beroepsbeoefenaars. Verder splitst de wetgever de tuchtsancties op naargelang het gaat om externe of interne leden. Bij die laatste categorie gaat het immers enkel om een titelbescherming op vrijwillige basis!

De tweede wet van 25 februari 2013 bevat twee overgenomen bepalingen uit de kaderwet van 1 maart 1976. Ze worden ingelast in het nieuwe artikel 45/1 van de wet van 22 april 1999. De band met de kaderwet werd immers volledig doorgeknipt. De overgenomen bepalingen regelen de bevoegdheden van de Raad van State en het Hof van Cassatie, en dus was een aparte bicamerale procedure vereist.

Titelbescherming

Zoals aangegeven, gaat het bij de interne leden enkel om een titelbescherming. Dit betekent dat iedereen die als bediende (of bij de overheid) de beroepstitel van ?erkend boekhouder(-fiscalist)' wil voeren, aangesloten moet zijn bij het BIBF. Maar de aansluiting is louter vrijwillig omdat de uitoefening van de boekhoudactiviteiten in dienstverband niet exclusief voorbehouden is voor de interne BIBF-leden, zoals dat voor externe leden (zelfstandigen) wel het geval is.

Ook bij de omschrijving van het beroep en de titels van erkend boekhouder en erkend boekhouder-fiscalist wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen de interne en de externe beroepsbeoefenaars. En het principe van de stage die voorafgaat aan de definitieve inschrijving op het tableau wordt logischerwijs uitgebreid tot de interne beroepsbeoefenaars. Zij zullen hun stage in dienstverband vervullen.

Overgang

Er geldt een overgangsregeling. Boekhouders(-fiscalisten) die momenteel hun beroep uitsluitend in dienstverband uitoefenen, moeten geen stage volgen op voorwaarde dat ze bij de inwerkingtreding van de nieuwe regeling:

het vereiste diploma (d.i. hetzelfde diploma als de externe beroepsbeoefenaars) kunnen voorleggen, en minstens 5 jaar (gedurende de laatste 8 jaar voorafgaand aan hun aanvraag tot erkenning) beroepservaring aantonen; of

minstens 8 jaar (gedurende de laatste 10 jaar voorafgaand aan hun aanvraag tot erkenning) beroepservaring aantonen.

De loon- of weddetrekkende zal in dat geval op verzoek ingeschreven worden op het tableau van de interne beroepsbeoefenaars. Hij wordt titularis van de beroepstitel van erkend boekhouder of erkend boekhouder-fiscalist. Het volstaat dat hij met succes een praktisch bekwaamheidsexamen heeft afgelegd!

Wie in bijberoep op zelfstandige basis boekhoudactiviteiten verricht voor derden, komt uiteraard niet in aanmerking voor deze overgangsregeling omdat in die gevallen een verplichte aansluiting bij het BIBF sowieso vereist is.

Wie niet aan de overgangsvoorwaarden voldoet, moet het normale toetredingsparcours volgen.

Bekwaamheidsexamen

Bij de aanvraag tot inschrijving voor het bekwaamheidsexamen moet een afschrift van het diploma zitten of een kopie van de arbeidsovereenkomst, en een verklaring van de werkgever(s) die de beroepservaring aantoont. Het bewijs van de noodzakelijke beroepservaring kan ook met andere bewijsmiddelen worden geleverd. De eed is niet toegestaan. De dossierkost bedraagt 150 euro.

Let op! De kandidaten krijgen maar 6 maanden de tijd om zich in te schrijven voor dit bekwaamheidsexamen. Dat gebeurt met een aangetekende brief. De termijn start op 1 juli 2013 en loopt tot 31 december 2013. Wie in het verleden bij wijze van tuchtstraf werd geschrapt van het tableau kan sowieso geen gebruik maken van de overgangsregeling!

Het beroepsinstituut zal binnen de 12 maanden na afloop van de inschrijvingsperiode minstens twee praktische bekwaamheidsexamens organiseren. Elke kandidaat mag tijdens de overgangsperiode maar één keer deelnemen aan het praktisch examen. Wie niet slaagt, moet een stage volgen en een nieuw bekwaamheidsexamen afleggen.

Interne leden die toegetreden zijn via de overgangsregeling kunnen zich daarna als zelfstandige vestigen via een eenvoudig verzoek. Ze krijgen een inschrijving op het tableau van de externe leden.

Definitief

Na de overgangsperiode zullen de interne en de externe beroepsbeoefenaars onderworpen zijn aan hetzelfde definitieve regime. Het gaat om het erkend diploma, de stage, en het praktisch bekwaamheidsexamen. Indien ze later hun sociaal statuut wijzigen, worden ze op verzoek ingeschreven op het tableau dat overeenkomt met hun sociaal statuut, zonder verdere formaliteiten.

Tot slot kunnen we er nog op wijzen dat de bepalingen die de onderzoeksmogelijkheden bij illegale uitoefening van het beroep van boekhouder als zelfstandige regelen, ook opgenomen worden in de wet van 22 april 1999. De verwijzing naar de kaderwet van 1 maart 1976 wordt ook hier geschrapt.

We noteren hier onder andere een verwijzing naar artikel 458 van het Strafwetboek (beroepsgeheim). Maar deze strafbepaling is enkel van toepassing op de zelfstandige beroepsbeoefenaars. Deze bepaling is ook van toepassing op de onderdanen van een andere toegetreden staat die gemachtigd zijn om tijdelijk en occasioneel de activiteit van accountant of boekhouder(-fiscalist) in België uit te oefenen.

De wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van financiële stelsels voor het witwassen van geld is enkel van toepassing op de externe beroepsbeoefenaars. Dit naar analogie met de bedrijfsrevisoren en de accountants.

Overzicht

Externe beroepsbeoefenaar:

de aansluiting bij het BIBF is verplicht;

werkt op zelfstandige basis voor derden (klanten) in hoofd- of bijberoep;

de beroepsactiviteit en de beroepstitel zijn beschermd;

is onderworpen aan de antiwitwaswetgeving;

geniet van het strafrechtelijk beschermd beroepsgeheim en is gehouden tot een discretieplicht;

is verplicht zich te verzekeren tegen burgerlijke beroepsaansprakelijkheid.

Interne beroepsbeoefenaar:

de aansluiting bij het BIBF is vrijwillig;

werkt exclusief voor een werkgever in ondergeschikt verband, of is statutair of contractueel verbonden aan een overheidsdienst;

enkel de beroepstitel is beschermd;

is niet onderworpen aan de antiwitwaswetgeving (de werkgever desgevallend wel)

is gehouden tot een discretieplicht;

moet zich niet verzekeren tegen burgerlijke beroepsaansprakelijkheid (de werkgever desgevallend wel).

Bron: Wet van 25 februari 2013 tot wijziging van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (I), BS 19 maart 2013

Bron: Wet van 25 februari 2013 tot wijziging van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (II), BS 19 maart 2013

Zie ook:
Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, BS 11 mei 1999