Gemeenten betalen vergoeding voor aanmaak identiteitskaarten

Gemeenten moeten betalen voor de uitreiking van elektronische identiteitskaarten voor Belgen, en kaarten en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen. Een ministerieel besluit van 15 maart 2013 legt de tarieven vast die gelden vanaf 1 april 2013.

Kaarten en bewijzen

De Wet op de Bevolkingsregisters bepaalt dat de minister van Binnenlandse Zaken de kosten voor de aanmaak van de kaarten invordert via een voorafname op een rekening die op naam van de gemeente staat.

Het gaat meer bepaald om:

De elektronische identiteitskaart van Belg.

De elektronische identiteitskaart van Belg in het buitenland.

Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf - voor een vreemdeling die geen onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart A).

Het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - onbeperkte duur - voor een vreemdeling die geen onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart B).

De identiteitskaart voor een vreemdeling die geen onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart C).

De EG-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene voor een vreemdeling die geen onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart D).

Het attest van registratie in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor een onderdaan van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart E).

Het attest van permanent verblijf voor een onderdaan van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart E+).

De verblijfskaart voor een vreemdeling die geen onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie, maar deel uitmaakt van de familie van een burger die onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart F).

De permanente verblijfskaart voor een vreemdeling die geen onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie, maar deel uitmaakt van de familie van een burger die onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart F+).

De Europese blauwe kaart - verblijfstitel voor een hooggeschoolde werknemer, die geen onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Unie (Kaart H).

Tarieven

Bij de tarieven maakt men een onderscheid tussen de gewone procedure en de spoedprocedures. Ook de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de 12 jaar komen aan bod.

Gewone procedure Tarief op 1 april 2013 Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, en kaarten en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen 15 euro Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de 12 jaar 6 euro Nieuwe certificaatcodes voor de kaart 2 euro

Spoedprocedure ? Elektronische identiteitskaarten voor Belgen, en kaarten en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen (supplement per optie) Tarief op 1 april 2013 Optie 1 - Extreme spoedprocedure met vervoer door firma 180 euro Optie 2 - Spoedprocedure met vervoer door firma 116 euro Optie 3 - Spoedprocedure met gedeeltelijk vervoer door gemeente 86 euro Optie 4 - Spoedprocedure met volledig vervoer door gemeente 57 euro

Spoedprocedure ? Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de 12 jaar (supplement per optie) Tarief op 1 april 2013 Optie 1 - Extreme spoedprocedure met vervoer door firma 173 euro Optie 2 - Spoedprocedure met vervoer door firma 109 euro Optie 3 - Spoedprocedure met gedeeltelijk vervoer door gemeente 84 euro Optie 4 - Spoedprocedure met volledig vervoer door gemeente 51 euro

Index

De tarieven worden vanaf 1 januari 2014 jaarlijks geïndexeerd. Op 1 januari worden de bedragen van de vergoedingen automatisch aangepast aan de gezondheidsindex.

Formule? Nieuw tarief = oud tarief x nieuwe index / basisindex, waarbij:

de basisindex de gezondheidsindex is voor de maand december 2012;

de nieuwe index de gezondheidsindex is voor de maand september die voorafgaat aan de herziening van het bedrag van de vergoedingen.

De resultaten zullen naar de hogere 10 eurocent afgerond worden.

De aangepaste bedragen worden elk jaar aan de gemeenten meegedeeld in de loop van de maand september.

Let op! Bij het bepalen van het bedrag dat de gemeenten moeten betalen, is de datum van de ondertekening van het basisdocument voor het verkrijgen van de kaarten bepalend.

In werking

Het ministerieel besluit van 15 maart 2013 treedt in werking op 1 april 2013.

Bron: Ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de kaarten en verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, BS 21 maart 2013

Zie ook:
Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, BS 3 september 1991 (art. 6, §8 van de Wet op de Bevolkingsregisters)