Verlaagde minimumlonen voor jonge werknemers verdwijnen geleidelijk

De verlaagde minimumlonen voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar worden geleidelijk afgeschaft. Voor studenten, jongeren in stelsels van alternerende opleiding en werknemers jonger dan 18 jaar verandert er niets.

Verlaagd minimuminkomen

De minimumlonen worden traditioneel vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten van de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de paritaire comités. De belangrijkste cao's zijn de CAO nr. 43 en de CAO nr. 50. De loonbedragen in die cao's zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Maar de regeling in die basisteksten wordt vanaf 1 april 2013 door elkaar geschud. De sociale partners hebben namelijk beslist om de verlaagde (degressieve percentages) gemiddelde minimummaandinkomens voor werknemers onder de 21 jaar stapsgewijs af te schaffen voor wie 18, 19 en 20 jaar is. Voor studenten, jongeren in stelsels van alternerende opleiding en werknemers jonger dan 18 jaar blijft alles hetzelfde.

Drie cao's van 28 maart 2013 zorgen voor de geleidelijke afschaffing van de degressieve percentages. De CAO's nr. 43duodecies en nr. 43terdecies verruimen het toepassingsgebied van de CAO nr. 43, terwijl de CAO nr. 50bis dat van de CAO nr. 50 inperkt.

CAO nr. 43

De CAO nr. 43 legt op dit moment het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) vast voor 3 categorieën van voltijdse werknemers:

werknemers van 21 jaar;

werknemers die minstens 21,5 jaar zijn (met 6 maanden anciënniteit); en

werknemers die minstens 22 jaar zijn (met 12 maanden anciënniteit).

Het gaat hier om werknemers die normale voltijdse arbeidsprestaties verrichten.

Dit GGMMI gaat verder dan het strikte minimummaandloon. Want het omvat bepaalde sommen die in de loop van het jaar worden uitbetaald. Zo kunnen bijvoorbeeld de eindejaarspremie of de dertiende maand in aanmerking genomen worden om na te gaan of men het GGMMI op jaarbasis respecteert.

CAO nr. 43duodecies

De CAO nr. 43duodecies zorgt ervoor dat de CAO nr. 43 met ingang van 1 april 2013 ook van toepassing is op de werknemers van 18 jaar of ouder die normale voltijdse arbeidsprestaties verrichten met een arbeidsovereenkomst. Deze categorie van werknemers valt niet langer onder de CAO nr. 50.

Maar de nieuwe cao bepaalt uitdrukkelijk dat de CAO nr. 43 niet van toepassing is op de werknemers van 18, 19 en 20 jaar die tewerkgesteld zijn op grond van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten. Zij vallen nog steeds onder de CAO nr. 50.

Uit de aangepaste commentaartekst bij de CAO nr. 43 blijkt dat deze cao ook niet van toepassing is op de jongeren die ingeschreven zijn in een stelsel van alternerende opleiding, zoals de leerovereenkomst, de ?convention d'insertion socioprofessionnelle', de beroepsinlevingsovereenkomst of het ?contrat d'alternance'.

Verminderingspercentages

De verminderingspercentages worden geleidelijk teruggeschroefd en ingelast in de CAO nr. 43. De CAO nr. 43duodecies pint ze namelijk vast voor de periode die loopt van 1 april 2013 tot 31 december 2014. Dat is het moment waarop de nieuwe cao niet meer van kracht zal zijn.

Werknemers van 18 tot onder de 21 jaar hebben vanaf 1 april 2013 recht op volgende percentages van het gewaarborgd inkomen:

96% op 20 jaar

92% op 19 jaar

88% op 18 jaar

Het verminderingspercentage bedraagt nu dus 4% per jaar, in plaats van 6% per jaar in de CAO nr. 50.

In een volgende fase die ingaat op 1 januari 2014 wordt dit percentage verder verlaagd tot 2% per jaar, namelijk:

98% op 20 jaar

96% op 19 jaar

94% op 18 jaar

CAO nr. 43terdecies

Uiteindelijk zullen de verlaagde gemiddelde minimummaandinkomens voor de werknemers onder de 21 jaar volledig afgeschaft worden voor wie 18, 19 en 20 jaar is. Daar zorgt de CAO nr. 43terdecies voor.

De CAO nr. 43 zal vanaf 1 januari 2015 namelijk van toepassing zijn op de werknemers van 18 jaar of ouder die normale voltijdse arbeidsprestaties verrichten met een arbeidsovereenkomst. Zij hebben dan minimaal recht op het GGMMI. De uitzondering voor studenten blijft overeind.

Bovendien past de CAO nr. 43terdecies de bestaande leeftijdscategorieën aan die recht hebben op een hoger minimumloon. Vanaf 1 januari 2015 maakt men een onderscheidt tussen:

werknemers van 18 jaar;

werknemers die minstens 19 jaar zijn (met 6 maanden anciënniteit); en

werknemers die minstens 20 jaar zijn (met 12 maanden anciënniteit).

CAO nr. 50bis

De aanpassing van de CAO nr. 50 is het sluitstuk. Zoals bekend, heeft deze cao een aanvullend karakter. Dit betekent dat de paritaire comités een hoger of lager GGMMI kunnen vastleggen voor de werknemers die onder deze cao vallen. Dit zijn werknemers die normale voltijdse arbeidsprestaties verrichten:

in de sectoren of activiteiten die onder geen paritair comité ressorteren; of

die ressorteren onder een paritair comité dat niet is samengesteld; en

in de sectoren waarvoor het paritair comité geen minima of lonen voor de werknemers onder de 21 jaar heeft vastgesteld.

Logischerwijs wordt het toepassingsgebied van de CAO nr. 50 ingeperkt door de CAO nr. 50bis. Met ingang van 1 april 2013 is de CAO nr. 50 namelijk niet van toepassing op de werknemers van 18, 19 en 20 jaar die onder de CAO nr. 43 vallen! De aangepaste commentaartekst verduidelijkt dat de CAO nr. 50 voortaan van toepassing is op:

jongeren onder de 18 jaar die tewerkgesteld zijn op grond van een arbeidsovereenkomst, inclusief een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten; en

werknemers van 18, 19 en 20 jaar die tewerkgesteld zijn op grond van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten.

Het GGMMI in de CAO nr. 50 wordt niet in een forfaitair bedrag uitgedrukt, maar in een percentage van het minimum dat opgenomen is in de CAO nr. 43. Dit percentage is degressief in functie van de leeftijd en bedraagt:

94% op 20 jaar

88% op 19 jaar

82% op 18 jaar

76% op 17 jaar

70% op 16 jaar

Bron: ? CAO nr. 50bis van 28 maart 2013 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 50 van 29 oktober 1991 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen voor werknemers onder de 21 jaar

Bron: ? CAO nr. 43terdecies van 28 maart 2013 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen, gewijzigd en aangevuld door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 43 bis van 16 mei 1989, nr. 43 ter van 19 december 1989, nr. 43 quater van 26 maart 1991, nr. 43 quinquies van 13 juli 1993, nr. 43 sexies van 5 oktober 1993, nr. 43 septies van 2 juli 1996, nr. 43 octies van 23 november 1998, nr. 43 nonies van 30 maart 2007, nr. 43 decies van 20 december 2007 en nr. 43 undecies van 10 oktober 2008

Bron: ? CAO nr. 43duodecies van 28 maart 2013 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen, gewijzigd en aangevuld door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 43 bis van 16 mei 1989, nr. 43 ter van 19 december 1989, nr. 43 quater van 26 maart 1991, nr. 43 quinquies van 13 juli 1993, nr. 43 sexies van 5 oktober 1993, nr. 43 septies van 2 juli 1996, nr. 43 octies van 23 november 1998, nr. 43 nonies van 30 maart 2007, nr. 43 decies van 20 december 2007 en nr. 43 undecies van 10 oktober 2008