Meer tijd voor milieueffectrapport na screeningsnota (art. 15-17 Verzameldecreet Milieu)

De decreetgever wijzigt de voorschriften voor de project-M.E.R.-screeningsnota na een veroordeling door het Europees Hof van Justitie. Hij grijpt de gelegenheid aan om de exploitant die een screeningsnota opstelde, wat meer tijd te geven om nadien een milieueffectrapport op te stellen.

M.E.R.-rapport na project-M.E.R.-screeningsnota

De Project-M.E.R.-richtlijn zegt dat de milieuvergunningsaanvraag voor een openbaar of particulier project met een grote milieu-impact, een milieueffectrapport (M.E.R.) moet bevatten. Maar in sommige gevallen is het niet meteen duidelijk of er al dan niet een M.E.R.-rapport nodig is. Dan volstaat in eerste instantie een korte project-M.E.R.-screeningsnota.

Het college of de deputatie bij wie de vergunningsaanvraag met project-M.E.R.-screeningsnota wordt ingediend, beslist dan op basis van die nota of er een diepgaand M.E.R.-rapport moet worden opgemaakt.

Als de overheid concludeert dat er wel degelijk een M.E.R.-rapport moet worden opgemaakt, kan de vergunningvrager nog een verzoek tot ontheffing van de rapportageplicht indienen bij de M.E.R.-cel van de afdeling Milieuvergunningen van het Vlaams Gewest. De beslissing van de afdeling is een bindende beslissing, aldus het nieuwe verzameldecreet.

6, 9 of 12 maanden

Als de bevoegde overheid beslist dat er toch een M.E.R.-rapport nodig is, kan de inrichting intussen verder geëxploiteerd worden in afwachting van een beslissing over de nieuwe vergunningsaanvraag mét M.E.R.-rapport. Op voorwaarde dat de nieuwe vergunningsaanvraag met M.E.R.-rapport wordt ingediend binnen de 6 maanden nadat de eindbeslissing over de M.E.R.-plicht viel.

Hetzelfde geldt wanneer de aanvrager na de beslissing van de lokale overheid een verzoek tot ontheffing indiende bij de M.E.R.-cel van het Vlaams Gewest. Ook dan kan de onderneming verder uitgebaat worden als de nieuwe vergunning ingediend wordt binnen een termijn van 6 maanden na de weigering tot ontheffing door de M.E.R.-cel.

Maar 6 maanden is kort om een M.E.R.-rapport rond te krijgen. Het verzameldecreet geeft de vergunningvrager dan ook de mogelijkheid om een gemotiveerd verzoek in te dienen om die termijn met 3 maanden te verlengen, en nog eens met 3 maanden te verlengen.

Bij wie het verzoek moet ingediend worden, hoe dat moet gebeuren, en hoeveel tijd men daarvoor heeft, zal nog bepaald worden in een besluit van de Vlaamse regering.

Informatievergadering, of toch niet?

Momenteel staat in het Milieuvergunningsdecreet dat het College van burgemeester en schepenen kán beslissen om een informatievergadering te organiseren over een milieuvergunningsaanvraag van een vergunningsplichtige onderneming.

Het college is verplicht om een informatievergadering te organiseren wanneer de aanvraag uitgaat van een klasse I-inrichting en de wetgever een milieueffectrapport of een veiligheidsrapport vereist. Het verzameldecreet vult deze bepaling aan door te stellen dat een informatievergadering toch niet vereist is als de overheid bij wie de milieuvergunningsaanvraag werd ingediend, beslist dat er geen M.E.R.-rapport vereist is.

Bron: Decreet van 1 maart 2013 houdende diverse bepalingen inzake landbouw, leefmilieu en natuur en ruimtelijke ordening, BS 15 april 2013 (ed. 2), 23.027 (art. 15, 16 en 17 Verzameldecreet Milieu).

Zie ook:
- Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, BS 17 september 1985 (art. 9, art. 11 en art. 18 MVD).
- HvJ 24 maart 2011, nr. C-435/09.