Vlottere toekenning van werkgelegenheids-, opleidings- en investeringssteun

De Vlaamse ministers mogen een aantal subsidiërings- en investeringsbeslissingen nemen zonder tussenkomst van de minister van Begroting. Dat blijft zo maar de lijst met ?ontvoogde domeinen' wordt nu lichtjes aangepast en aangevuld.

Ontvoogde domeinen

Vlaamse ministers hebben in de regel een gunstig advies nodig van de Inspectie van Financiën én een gemotiveerd begrotingsakkoord van de minister van Begroting om beslissingen te kunnen nemen die een impact hebben op de inkomsten en uitgaven van de Vlaamse Regering.

Begin 2011 werd dit regime versoepeld. De minister van Begroting kan bij ministerieel besluit bepalen dat voor bepaalde aangelegenheden geen gemotiveerd begrotingsakkoord meer nodig is, op voorwaarde dat de Inspectie van Financiën een gunstig advies uitbracht.

Dat is gebeurd in een ministerieel besluit van 9 september 2011. Dit regime wordt nu lichtjes bijgestuurd:

Voortaan is een ?gunstig en onvoorwaardelijk advies? vereist.

Het MB van 9 september 2011 somt 5 domeinen op waarvoor een gunstig en onvoorwaardelijke advies van Financiën volstaat. Daar wordt nu een zesde domein aan toegevoegd. En voor de facultatieve subsidies komt er een beperking.

6 domeinen

De oorspronkelijke lijst in het besluit van 9 september 2011 omvat:

1. alle sectorconvenanten over werkgelegenheid. Die convenanten gaan over:

afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt;

competentiebeleid en levenslang leren; of

evenredige arbeidsdeelname en diversiteit;

2. verwerving van bepaalde onroerende goederen:

ter uitvoering van de reglementering op de onbevaarbare waterlopen;

voor openbare werken (tot 1 miljoen euro);

voor vervoer (tot 1 miljoen euro); of

voor de aanleg van openbare groene ruimten (tot 750.000 euro);

3. strategische investerings- en opleidingssteun aan ondernemingen;

4. overdracht van gewest- en provinciewegen naar de gemeenten; en

5. facultatieve subsidies. Dat zijn financiële bijdragen die niet op naam in de begroting zijn opgenomen, maar die worden toegekend in uitvoering van een subsidiebesluit.

Voor de facultatieve subsidies die niet nominatim in de begroting zijn opgenomen en die meer dan 150.000 euro bedragen volstaat nog steeds een gunstig en onvoorwaardelijk advies van Financiën, ?behalve als de toekenning van de facultatieve subsidie verbonden is aan de goedkeuring van een meerjarige overeenkomst'. Die beperking is nieuw.

En de lijst wordt aangevuld met de vacantverklaring van een reeks functies. Het gaat hier om de indienstnemingen, aanwijzingen of benoemingen van:

managers die aan het hoofd staan van een departement, instelling of rechtspersoon die afhangt van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest en van managers en projectleiders die behoren tot hetzelfde niveau;

de algemeen directeur.

In werking

Deze aanpassingen treden in werking op 27 april 2013. Dat is de dag na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Ministerieel besluit van 18 maart 2013 betreffende de wijziging van het ministerieel besluit van 9 september 2011 tot opsomming van de aangelegenheden waarvoor na het gunstige advies van de Inspecteur van Financiën geen begrotingsakkoord meer vereist is, vermeld in artikel 8bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2001 houdende regeling van de begrotingscontrole en -opmaak, BS 26 april 2013

Zie ook:
? Besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2001 houdende regeling van de begrotingscontrole en -opmaak, BS 20 februari 2001 (art. 8bis Begrotingsbesluit)
? Artikel 7, 7° van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2009 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, BS 22 juli 2009