Structurele lastenverlaging voor werkgevers wordt versterkt

Het forfait dat men gebruikt bij de berekening van de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen wordt met ingang van 1 april 2013 opgetrokken van 400 tot 452,50 euro. Het gaat hier om werknemers van ?categorie 1'. Ook de loongrenzen worden aangepast.

Herstelmaatregelen

Eind 2012 heeft de regering geld opzij gezet voor herstelmaatregelen. Een verlaging van de werkgeverslasten is een van de pistes. Het budget daarvoor bedraagt 370 miljoen euro op jaarbasis. Voor 2013 is dat 270 miljoen.

Dat geld wordt gebruikt om het forfait voor de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen voor werknemers van categorie 1 te versterken. Bedoeling is om de bijdragevermindering te versterken voor gemiddelde verdieners.

Het KB dat die maatregel concreet maakt, is op 27 juni gepubliceerd. Maar we moeten er wel op wijzen dat de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) er niet in geslaagd waren om een eensgezind advies uit te brengen over de ontwerptekst. Zo blijkt uit het bijhorend advies bijvoorbeeld dat de Unie van Socialprofitondernemingen (Unisoc) betreurde dat er voor hen geen bijkomende lastenverlagingen komen.

En dus heeft de ministerraad op 29 maart beslist om voor de socialprofitsector en de beschutte werkplaatsen toch een bedrag uit te trekken om de werkgeversbijdragen voor de laagste lonen te verminderen. Met die maatregel zou men de kosten van de geleidelijke opheffing van de discriminatie tussen de lonen van werknemers jonger dan 21 jaar en hun oudere collega's, kunnen compenseren.

Structurele lastenverlaging

Het KB van 12 juni 2013 trekt het forfait voor de structurele lastenvermindering op van 400 tot 452,50 euro per kwartaal per voltijdse werknemer. Vanaf 1 januari 2014 wordt dat 455 euro. Tegelijk worden ook de loongrenzen voor de berekening van de bijdragevermindering aangepast. Daartoe wordt het uitvoerings-KB dat de lastenverlagingen harmoniseert, aangevuld.

Let op! De versterking van de lastenverlaging concentreert zich op de werknemers die behoren tot categorie 1 van de structurele vermindering.

Er zijn 3 categorieën:

categorie 3 groepeert werknemers die tewerkgesteld zijn door een werkgever die behoort tot het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen (PC 327);

categorie 2 groepeert werknemers die werken voor werkgevers die onder de sociale maribel vallen. Met uitzondering van de werknemers die onder het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp vallen, en werknemers in erkende beschutte werkplaatsen;

categorie 1 is de restcategorie. Die werknemers (arbeiders en bedienden) zijn onderworpen aan alle takken van de sociale zekerheid.

Berekening

De driemaandelijkse structurele bijdragevermindering wordt voor elke werknemer afzonderlijk en per tewerkstelling berekend. Ze bestaat uit een forfaitair verminderingsbedrag dat vermenigvuldigd wordt met een vaste vermenigvuldigingsfactor en met de prestatiebreuk van de betrokken werknemer.

Men bepaalt achtereenvolgens de categorie waartoe de werknemer behoort, zijn driemaandelijkse referteloon, het basisbedrag van de vermindering op basis van dit referteloon, en het definitieve bedrag van de vermindering.

Aan het vast basisforfait per kwartaal (F: 452,50 of 0 of 471 euro, voor werknemers respectievelijk in categorie 1, 2 of 3) wordt een lagelonencomponent of een hogelonencomponent toegevoegd. Een lagelonencomponent als het refertekwartaalloon (S) lager is dan de lageloongrens (S0). Een hogelonencomponent als het loon (W) hoger is dan de hogeloongrens (S1).

In een formule geeft dit: R (forfaitair verminderingsbedrag) = F + ? x (S0 ? S) + ? x (W ? S1). Alfa en delta zijn de hellingscoëfficiënten.

Loongrenzen

1/ Hogeloongrens. De hogeloongrens S1 wordt vanaf het 2e kwartaal van 2013 opgetrokken tot 13.359,80 euro voor werknemers van categorie 1. Vanaf het 1e kwartaal van 2014 wordt dat 13.401,07 euro.

Let wel, de loongrens S1 die geldt vanaf het 1e kwartaal van 2014 voor werknemers van categorie 1 wordt verhoogd met een factor 1,02 voor elke overschrijding van de spilindex in de periode van 1 april 2013 tot en met 1 januari 2014.

2/ Lageloongrens. De lageloongrens S0 wordt vanaf het 2e kwartaal van 2013 opgetrokken tot 5.575,93 euro voor werknemers van categorie 1. Vanaf het 1e kwartaal van 2014 wordt dat 5.560,49 euro.

3/ Hellingscoëfficiënt. Voor werknemers van categorie 3 bedraagt de coëfficiënt alfa 0,1785 vanaf het 2e kwartaal van 2013. Voor werknemers van categorie 2 is dat 0,2557, ook vanaf het 2e kwartaal van 2013. Alfa vergroot het complement lineair naargelang het referteloon S lager is ten opzichte van de lageloongrens S0.

Let op! Voor de categorieën 2 en 3 blijven de bestaande loongrenzen behouden:

S0: 7.225 euro voor de beschutte werkplaatsen en 6.150 euro voor de categorie sociale maribel;

S1: 12.484,80 euro voor de beschutte werkplaatsen en voor de categorie sociale maribel.

Samengevat geeft dit:

R1 = 452,50 + 0,1620 x (5.575,93 ? S) + 0,0600 x (W ? 13.359,80) (algemene categorie)

R2 = 0,00 + 0,2557 x (6.150,00 ? S) + 0,0600 x (W ? 12.484,80) (categorie sociale maribel)

R3 = 471,00 + 0,1785 x (7.225,00 ? S) + 0,0600 x (W ? 12.484,80) (categorie erkende beschutte werkplaats)

In werking

Het KB van 12 juni 2013 treedt retroactief in werking op 1 april 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 12 juni 2013 tot uitvoering van artikel 331 van de programmawet van 24 december 2002 en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, BS 27 juni 2013

Zie ook:
? Programmawet (I) van 24 december 2002, BS 31 december 2002 (art. 331 PW)
? Artikel 2 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, BS 6 juni 2003
? Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1.843 van 28 maart 2013, ?Lastenverlaging - Forfait structurele vermindering?
? Persbericht, ministerraad van 29 maart 2013