Hogere pensioenbedragen voor werknemers

Binnen de pensioenregeling voor werknemers worden sommige pensioenbedragen opgetrokken. Ook het vakantiegeld voor gepensioneerden stijgt. En in mei 2014 wordt een supplement toegekend.

Ontwerptekst

De Nationale Arbeidsraad (NAR) en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) hebben in een gezamenlijk advies voorgesteld om het vakantiegeld voor gepensioneerden te verhogen. Aan het beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) werd gevraagd om het exact bedrag van de verhoging te bepalen in functie van het vastgelegd budget.

Een ontwerptekst die dit voornemen uitwerkt, wil in 2014:

de basisbedragen verhogen;

een supplement toekennen aan de gepensioneerden waarvan het vakantiegeld werd begrensd in functie van hun pensioenbedrag. Dit om hen een verhoging te verzekeren van hun vakantiegeld van 8,6%, eventueel verminderd om te vermijden dat de basisbedragen overschreden worden. De verhoging geldt ook voor de laagste pensioenen.

Uit de aanhef van het definitieve KB blijkt dat men op die manier anticipeert op de berekening die het beheerscomité moest uitvoeren.

Definitieve tekst

De definitieve tekst die uiteindelijk in het Staatsblad verschenen is, past volgende basisbedragen aan:

de loongrens

het minimumrecht per loopbaanjaar

het gewaarborgd minimumpensioen

het vakantiegeld

de aanvullende toeslag en het supplement

Bedragen

1/ Loongrens. Het inkomensplafond voor de berekening van het werknemerspensioen wordt aangepast aan de loonevolutie om te vermijden dat het verschil tussen het pensioen en het laatste beroepsinkomen toeneemt. Daarom wordt het jaarbedrag voor de jaren na 2012 vermenigvuldigd met 1,02. Dus met ingang van 1 januari 2013. Het gaat om een verhoging van 2%.

2/ Verhoging van het minimumrecht per loopbaanjaar. Het loonbedrag wordt op 17.026,70 euro gebracht. Maar dit geldt enkel voor de pensioenen die voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 september 2013! Dit is een verhoging met 1,25%.

Is het geherwaardeerde loon lager dan dit minimum, dan wordt het pensioen voor het jaar met minstens een tewerkstelling die overeenstemt met één derde van een volledige arbeidsregeling, berekend op dit bedrag. Er gelden wel een paar voorwaarden.

3/ Verhoging van het gewaarborgd minimumpensioen. Het voor een volledige loopbaan toegekende rustpensioen voor werknemers mag niet kleiner zijn dan een gewaarborgd minimum.

De basisbedragen voor dit minimum worden op 1 september 2013 opgetrokken tot 12.765,99 euro (gezinsbedrag) en 10.216,01 euro (alleenstaande). Het overlevingspensioen op grond van een volledige loopbaan van de overleden echtgenoot, mag met ingang van 1 september 2013 niet lager zijn dan een gewaarborgd minimum van 10.055,39 euro per jaar. Ook hier bedraagt de verhoging 1,25%.

Tegelijk worden ook de coëfficiënten opgetrokken die gebruikt worden bij de vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen. In bepaalde gevallen wordt het basisbedrag vermenigvuldigd met een coëfficiënt. De aanpassingen van de coëfficiënten gaan in op 1 januari 2014.

4/ Verhoging van het vakantiegeld. Zoals aangegeven wordt het vakantiegeld en de aanvullende toeslag verhoogd met 5% vanaf 1 mei 2013, en nog eens met 3,43% vanaf 1 mei 2014.

Het KB van 24 juni 2013 somt achtereenvolgens de nieuwe bedragen op voor:

de gerechtigden op een rustpensioen berekend op basis van 75% van de werkelijke, fictieve en forfaitaire brutolonen (categorie 1);

de gerechtigden op een rustpensioen en echtgenoten die het overlevingspensioen genieten (categorie 2);

de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld om een bepaalde totaal bedrag per jaar te bereiken (voor de gerechtigden uit categorie 1 en voor de gerechtigden uit categorie 2).

De bedragen van 148,81 euro, 89,24 euro, 583,27 euro en 466,61 euro worden respectievelijk vervangen door:

156,25 euro, 93,70 euro, 612,43 euro en 489,94 euro (met ingang van 1 mei 2013);

161,61 euro, 96,91 euro, 633,43 euro en 506,74 euro (met ingang van 1 mei 2014).

5/ Aanvullende toeslag en supplement. In mei 2014 is er een supplement voor de personen die vakantiegeld en een aanvullende toeslag bij dat vakantiegeld krijgen. Het gaat om 8,6% van het vakantiegeld en de aanvullende toeslag.

Maar het bedrag wordt wel evenredig herleid zodat het uitgekeerde totaalbedrag (met supplement) niet hoger zou zijn dan de bedragen voor het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld die opgenomen zijn in het Algemeen reglement voor het werknemerspensioen.

Het supplement wordt elk jaar uitbetaald in de loop van de maand mei aan de index waaraan het pensioen wordt uitbetaald. Dit op voorwaarde dat het vakantiegeld en de aanvullende toeslag bij het vakantiegeld daadwerkelijk verschuldigd zijn.

In werking

Globaal genomen treedt het KB van 24 juni 2013 in werking op 1 september 2013. Maar zoals aangegeven, zijn er heel wat specifieke data van inwerkingtreding.

Bron: Koninklijk besluit van 24 juni 2013 tot aanpassing aan de welvaart van bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers, BS 3 juli 2013

Zie ook:
? Nationale Arbeidsraad, advies nr. 1.840 van 28 maart 2013, ?Welvaartsvastheid 2013-2014 - Uitvoering van de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact?
? Persbericht, ministerraad van 19 april 2013, ?Verhoging minimumpensioenen en vakantiegeld gepensioneerden?