Tarief notionele interestaftrek daalt (art. 16 en art. 23, DB Fiscaal)

Vanaf het aanslagjaar 2014 wordt het tarief van de aftrek voor risicokapitaal (notionele interestaftrek) berekend op basis van het gemiddelde van de referte-indexen J met betrekking tot de lineaire obligatie op 10 jaar van juli, augustus en september van het voorlaatste jaar vóór het aanslagjaar (wijziging § 2, en opheffing 1ste lid, § 3, art. 205quater, WIB 1992). Het Rentenfonds maakt deze indexen bekend (art. 9, § 1, wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet).

Notionele interestaftrek aj. 2014

Door deze nieuwe berekening bedraagt het tarief 2,742% (gemiddelde rentevoet van juli tot september 2012) voor het aanslagjaar 2014.
Voor ?kleine' vennootschappen (kmo's) komt daar nog 0,5% bij, zodat die voor het aanslagjaar 2014 een aftrek van 3,242% genieten.

Elke wijziging die vanaf 21 november 2012 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van het nieuwe tarief.

Notionele interestaftrek aj. 2013

Voor het aanslagjaar 2013 geldt voor de vennootschappen een notionele interestaftrek van 3%.
Het tarief voor ?kleine' vennootschappen (kmo's) bedraagt 3,5% voor het aanslagjaar 2013.

Kleine vennootschappen

?Kleine' vennootschappen zijn vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die voor het laatste en het voorlaatste afgesloten boekjaar, niet meer dan één van volgende criteria overschrijden (art. 15, W.Venn.):

jaargemiddelde van het aantal werknemers: 50;

jaaromzet (exclusief btw): 7.300.000 euro;

balanstotaal: 3.650.000 euro,

tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

Bron: Wet van 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling, BS 28 juni 2013 - art. 16 en art. 23, 5de en 6de lid.

Zie ook:
- Bericht aangaande de belastingaftrek voor risicokapitaal. Tarieven voor het aanslagjaar 2013, BS 30 januari 2012.
- Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 - art. 205quater