Bezitloos pandrecht komt eraan

Ons pandrecht wordt grondig hervormd. Er komt een bezitloos pandrecht. Een geschrift is - voor het ontstaan van het pandrecht - niet nodig, tenzij de pandgever een consument is. Rechten en plichten van pandhouder en pandgever worden duidelijk omschreven. De hervormingen moeten het pandrecht een stuk aantrekkelijker maken.

Eenvormig pandrecht

De wetgever voert een eenvormig pandrecht in in ons Burgerlijk Wetboek. Afzonderlijke pandrechten zoals het pand op een handelszaak en het landbouwvoorrecht worden afgeschaft.

Consensuele overeenkomst

Het pandrecht is voortaan een consensuele overeenkomst. Wilsovereenstemming tussen pandhouder en pandgever volstaat. De buitenbezitstelling van het goed dat in pand gegeven wordt, is niet meer nodig. Maar het kan nog wel.

Is de pandgever een consument, dan is - voor het ontstaan van het pand - wel een geschrift nodig.

Bewijs

Voor het bewijs van de inpandgeving - niet voor het ontstaan ervan (tenzij bij een pandgever-consument) - is een geschrift nodig. Dat duidt de bezwaarde goederen, de gewaarborgde schuldvordering en het maximaal bedrag dat gewaarborgd is, nauwkeurig aan.

Het pandrecht kan gevestigd worden tot zekerheid van om het even welke schuldvordering. Ook van toekomstige. Enige voorwaarde is dat de gewaarborgde schuldvordering bepaald of bepaalbaar is.

Vertegenwoordiging

Een pandovereenkomst kan voortaan gesloten worden door een vertegenwoordiger die optreedt in eigen naam maar voor rekening van een of verschillende begunstigden. Hun identiteit moet wel vastgesteld kunnen worden via de overeenkomst.

De vertegenwoordiger kan alle rechten van de pandhouder uitoefenen. Hij is samen met de begunstigde hoofdelijke aansprakelijk voor tekortkomingen bij de uitoefening van die rechten.

Derde-pandgever

De positie van de derde-pandgever wordt beter beschermd. Als goederen van zowel de schuldenaar als de derde zijn verpand voor eenzelfde schuldvordering kan de derde eisen dat eerst de goederen van de schuldenaar worden uitgewonnen.

Onbevoegde pandgever

Een inpandgeving is alleen geldig als de pandgever bevoegd is om het goed in pand te geven. Gebeurt de inpandgeving door een onbevoegde pandgever dan wordt de pandhouder - als die te goeder trouw is - echter wel beschermd. Hij verkrijgt in dat geval toch het pandrecht.

Verpande goederen

Het pandrecht kan betrekking hebben op alle lichamelijke of onlichamelijke roerende goederen, mits ze overdraagbaar zijn. Zowel bepaalde goederen als een geheel van goederen. Voorwaarde is wel dat dit geheel voldoende bepaald is. Dat is namelijk nodig voor de verplichte nauwkeurige aanduiding van de bezwaarde goederen.

Ook toekomstige goederen komen in aanmerking voor het pandrecht. In dergelijk geval wordt het pandrecht maar effectief wanneer dat goed tot stand komt in het vermogen van de pandgever. Maar het neemt wel rang in op het moment van de inschrijving in het pandregister.

Het pandrecht op een handelszaak of een landbouwexploitatie moet alle goederen omvatten die behoren tot de handelszaak of dienen voor de landbouwexploitatie.

Is de pandgever een consument, dan mag de waarde van het verpande goed niet hoger zijn dan het dubbel van de omvang van het pandrecht.

Subrogatie

Het pandrecht strekt zich uit tot alle schuldvorderingen die in de plaats treden van de bezwaarde goederen. Daaronder ook de schuldvorderingen uit de verkoop van de bezwaarde goederen en de schuldvorderingen die de vernietiging, de beschadiging of het waardeverlies vergoeden.

En het pandrecht strekt zich ook uit tot de vruchten die de bezwaarde goederen opleveren. Men kan wel anders overeenkomen.

Pandgever en, bij een pand met buitenbezitstelling, pandhouder moeten wel informatie en rekenschap geven aan de andere partij.

Duur pandovereenkomst

Pandgever en pandhouder gaan hun pandovereenkomst voor een bepaalde of onbepaalde duur aan. In dit laatste geval kan de pandgever de overeenkomst stopzetten met een redelijke opzeggingstermijn. Minimum drie maanden en maximum zes maanden.

Bij beëindiging van het pandrecht - door opzegging of het verstrijken van de termijn - waarborgt het pandrecht enkel de schuldvorderingen die op dat moment bestaan. Een andere overeenkomst hierover is wel mogelijk.

Omvang

Het pandrecht waarborgt de hoofdsom van de gewaarborgde schuldvordering en ook haar bijhorigheden, zoals intrest, schadebedingen en uitwinningskosten. Maar wel enkel binnen de grenzen van het contractueel bepaalde maximumbedrag.

Een uitzondering op deze regel: bij de pandgever-consument wijkt men af van de onbeperkte dekking van de bijhorigheden (binnen het maximumbedrag). De dekking is beperkt tot 50% van de hoofdsom. Bij meerdere verschillende schuldvorderingen wordt de limiet berekend per schuldvordering.

Herverpanden

De pandgever mag het pandrecht zelf niet gebruiken als pand tot zekerheid van zijn eigen schulden.

Rechten en plichten

Omdat de pandgever vaak het verpande goed verder in bezit zal houden, worden de rechten en verplichtingen van pandgever en pandhouder beter omschreven.

De pandgever moet ?als goede pandgever' zorg dragen voor de bezwaarde goederen. En de pandhouder mag op elk moment de bezwaarde goederen kunnen inspecteren.

De pandgever kan bovendien het verpande goed op een normale manier gebruiken.

De pandgever mag goederen die bestemd zijn voor verwerking ook daadwerkelijk verwerken. Partijen kunnen wel anders overeenkomen. Het pandrecht blijft bestaan, niettegenstaande de verwerking. Ontstaat er een nieuw goed uit de verwerking, dan bezwaart het pandrecht dat nieuwe goed.

Wanneer bij de verwerking goederen van anderen gebruikt worden en de afscheiding van die goederen economisch niet verantwoord is, dan bezwaart het pandrecht ook dat nieuwe goed. Wel alleen maar als de oorspronkelijke verpande zaak het voornaamste goed is of de grootste waarde heeft. De derde krijgt dan een verrijkingsvordering tegen de pandhouder.

Als verpande roerende zaken onroerend zijn geworden, wordt de pandhouder nog steeds bij voorrang uit de opbrengst van die goederen betaald.

De vermenging van vervangbare goederen die met een pandrecht zijn bezwaard, heeft geen invloed op het pandrecht. Zijn er meerdere pandhouders dan kunnen zij hun pandrecht op de vermengde goederen uitoefenen in verhouding tot hun rechten.

De pandgever mag vrij over de bezwaarde goederen beschikken binnen een normale bedrijfsvoering. Partijen kunnen wel anders overeenkomen. Met die regel wil de wetgever dat de pandgever zijn normale activiteiten kan verderzetten, zodat hij nieuwe inkomsten heeft om zijn schulden terug te betalen. De pandgever kan bv. zijn voorraden verkopen in het raam van een normale exploitatie van een handelszaak.

Als de pandgever ernstig tekortschiet, kan de pandhouder aan de rechter vragen dat de goederen aan hem worden afgegeven of onder gerechtelijk sekwester worden gesteld. Om misbruiken te voorkomen, is het beding waarbij de pandhouder op eigen gezag de goederen van de pandgever mag afnemen, niet geldig.

Overgang pandrecht

Van zodra een gewaarborgde schuldvordering wordt overgedragen, gaat ook het pandrecht over. Die overgang moet geregistreerd worden in het pandregister om tegenstelbaar te zijn aan derden. Bij een pand met buitenbezitstelling volstaat de overdracht van bezit van het bezwaarde goed aan de overnemer.

Bij een gedeeltelijk overgedragen schuldvordering is de overgang van het pandrecht evenredig met de omvang van de overdracht van de schuldvordering.

Volgrecht

Het pandrecht volgt de bezwaarde goederen. De overnemer wordt pandgever vanaf de overdracht.

De derde-verkrijger verkrijgt de goederen echter onbezwaard wanneer de pandgever over de bezwaarde goederen kan beschikken of de pandhouder met de beschikking instemt. Hetzelfde geldt in geval de verkrijger van de goederen te goeder trouw was.

Wanneer het pandrecht in het pandregister is geregistreerd kan de professionele derde-verkrijger zich niet beroepen op zijn goede trouw. Dit betekent dat het goed bezwaard blijft met het pandrecht. Die regel geldt voor de ?rechtverkrijgers onder bijzondere titel'. En hiermee worden de directe rechtverkrijgers bedoeld. Bv. de koper, maar niet iemand die van die koper heeft gekocht.

Inwerkingtreding

De wet van 11 juli 2013 treedt in werking op 1 december 2014. Maar de Koning kan een vroegere datum vastleggen.

Bron: Wet van 24 juni 2013 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet inzake de zakelijke zekerheden op roerende goederen, BS 2 augustus 2013.

Bron: Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffingvan diverse bepalingen ter zake, BS 2 augustus 2013