Pandrecht met buitenbezitstelling blijft mogelijk

Een pandrecht waarbij het bezwaarde goed buiten het bezit van de pandgever wordt gesteld, blijft bestaan. In vergelijking met het bezitloos pandrecht zijn op dit soort pand wel enkele afwijkende regels van toepassing. U vindt ze hieronder.

Tegenwerpelijkheid

Dit pandrecht is ook tegenwerpelijk aan derden wanneer het lichamelijk goed in de feitelijke macht van de schuldeiser is. Partijen kunnen ook overeenkomen om het toe te vertrouwen aan een derde over wie ze het allebei eens zijn. Registratie is dus niet noodzakelijk.

Bewijs

Dit soort pandovereenkomst kan met alle rechtsmiddelen worden bewezen. Enkel wanneer de pandgever een consument is, is een geschrift nodig.

Bij een bezitloos pand is wel een geschrift nodig voor het bewijs van de pandovereenkomst.

Bewaargeving

Het pand is - voor de pandhouder - een bewaargeving tot waarborg van zijn pandrecht. De pandgever blijft eigenaarvan het pand. Dit tot de uitwinning.

Gebruik

De pandhouder mag de bezwaarde goederen niet gebruiken. Tenzij dat nodig is om ze te kunnen behouden.

Rechten en plichten

De pandgever kan voortaan op elk moment de goederen inspecteren. De pandhouder moet als een goede pandhouder zorg dragen voor het pand.

Voor de rest blijft alles ongeveer bij het oude: de pandhouder is aansprakelijk voor het verlies en de beschadiging van het pand, als die het gevolg zijn van nalatigheid. En de kosten voor het behoud en het onderhoud van het pand moeten door de pandgever terugbetaald worden.

Segregatieplicht

De pandhouder moet de goederen die soortzaken zijn voortaan afgescheiden houden van soortgelijke zaken. Partijen kunnen wel anders overeenkomen. Als de goederen worden vermengd moet hij bij het einde van het pand dezelfde hoeveelheid van soortgelijke zaken teruggeven.

De pandgever wordt in geval van faillissement of beslag bij de pandhouder trouwens beter beschermd. De pandgever kan zijn rechten uitoefenen op de afgescheiden goederen. Als de goederen werden vermengd, worden de nog voorhanden zijnde goederen geacht de verpande goederen te zijn tot beloop van de verpande hoeveelheid. Zijn er meerde pandgevers, dan verdelen ze hun aanspraken naar evenredigheid.

Terugvordering

De pandgever kan het pand pas terugvorderen als hij de schuld volledig heeft betaald, zowel de hoofdsom als de bijhorigheden. Eerdere terugvordering kan enkel als de pandhouder of de derde zijn verplichtingen niet op een ernstige manier naleeft.

Inwerkingtreding

De wet van 11 juli 2013 treedt in werking op 1 december 2014. Maar het kan ook vroeger. In dat geval legt een KB de inwerkingtreding vast.

Bron: Wet van 24 juni 2013 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet inzake de zakelijke zekerheden op roerende goederen, BS 2 augustus 2013

Bron: Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffingvan diverse bepalingen ter zake, BS 2 augustus 2013