Rechter komt niet meer tussen bij uitwinning pandgever niet-consument

De uitwinning van pandrechten wordt sterk vereenvoudigd bij pandgevers die geen consument zijn. De tussenkomst van de rechter wordt beperkt. Bij pandgevers die wel consument zijn, blijft alles ongeveer bij het oude.

Pandgever niet-consument

Als de pandgever geen consument is, moet de rechter in principe niet meer tussenkomen bij de uitwinning. De contractuele vrijheid speelt hier.

Bij niet-betaling kan de pandhouder zijn pandrecht uitoefenen door de verpande goederen te verkopen of te verhuren.

In geval de schuldenaar te kort schiet, krijgt de pandhouder het recht om over het bezwaarde goed te beschikken. Dat kon tot nu niet. Maar als de pandgever zich ertegen verzet, moet de pandhouder wel naar de rechter stappen.

De uitwinning moet wel altijd ter goeder trouw gebeuren en op een economisch verantwoorde wijze. De pandhouder is daar aansprakelijk voor. Hij kan zijn aansprakelijkheid niet beperken of uitsluiten. De pandgever moet de tekortkoming van de pandhouder wel zelf bewijzen.

Partijen kunnen de wijze van uitwinning zelf regelen. Ofwel bij de totstandkoming van de pandovereenkomst, ofwel op een later moment. Maar ook hier moet de uitwinning altijd op een economische verantwoorde wijze gebeuren.

Procedure

De wet legt de uitwinningsprocedure vast in geval de pandgever geen consument is.

De pandhouder is verplicht om minstens tien dagen voor de uitwinning de schuldenaar of de derde-pandgever in kennis te stellen van zijn plannen. Met een aangetekende brief. Die termijn moet de debiteur de kans geven om naar een alternatieve financieringswijze te zoeken of zich eventueel bij de rechter te verzetten. De kennisgeving wordt ook gedaan aan de andere pandhouders en aan de personen die beslag hebben gelegd op de bezwaarde goederen.

De kennisgevingstermijn wordt beperkt tot drie dagen bij bederfbare goederen of bij goederen met een snelle waardevermindering.

De pandgever of iedere belanghebbende derde kan zich van het pand bevrijden tot op het moment van de uitwinning. Dit door de in de kennisgeving opgegeven bedragen en de reeds gemaakte uitwinningskosten te betalen.

Na de wachttermijn geeft de pandhouder een gerechtsdeurwaarder de opdracht om het bezwaarde goed te verkopen. Openbaar of onderhands. Of te verhuren.

Bij een publieke verkoop kan de pandhouder zelf kopen. Bij een onderhandse niet.

Toe-eigening

De pandgever kan - als de schuldenaar in gebreke blijft - zelf toestemming geven aan de pandhouder om zich de verpande goederen toe te eigenen.

Een dergelijke overeenkomst kan ook gesloten worden voordat de schuldenaar in gebreke blijft bij de betalingen. Dat kan bij het sluiten van de overeenkomst of later. Maar enkel wanneer de overeenkomst voorziet dat de waarde van de goederen op de dag van de toe-eigening worden vaststelde door een deskundige. Of tegen de marktprijs, voor goederen die op een markt verhandeld worden.

Rechter

De rechter komt niet meer tussen bij de uitwinning, maar de rechterlijke controle blijft wel. Pandhouder, pandgever en belanghebbende derden kunnen op elk moment naar de rechter stappen om een geschil over de uitwinning op te lossen.

De vordering schort de uitwinning van het pand op.

De zaak wordt bij de beslagrechter ingeleid bij dagvaarding of bij tegensprekelijk verzoekschrift. De rechter doet bij voorraad uitspraak. Met voorrang op alle andere zaken. De beslissing is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep.

Verdeling

Het bedrag dat de uitwinning oplevert, dient voor de betaling van de gewaarborgde schuldvordering en de redelijke uitwinningskosten. Bij meerdere pandhouders wordt de netto-opbrengst onder hen verdeeld volgens hun rang. Het eventuele overschot is bestemd voor de pandgever.

A posteriori controle

Iedere belanghebbende kan na de uitwinning naar de rechter stappen. Dit wanneer hij niet akkoord is met de wijze van uitwinning of het gebruik van de opbrengst.

Hij heeft een jaar de tijd vanaf de kennisgeving van het einde van de uitwinning door de pandhouder aan de schuldenaar, de derde-pandgever en de andere pandhouders.

Pandgever-consument

Is de pandgever een consument, dan zijn de regels strikter. De pandhouder mag bij niet-betaling niet zomaar over het pand van de pandgever-consument beschikken. De rechter moet tussenkomen. Die kan - op vraag van de pandhouder - twee zaken bevelen:

ofwel dat het pand verkocht wordt. Tot nu kon enkel een openbare verkoop toegestaan worden, voortaan ook een onderhandse. Maar de pandhouder mag bij een onderhandse verkoop niet kopen;

ofwel dat het pand aan hem toekomt ter betaling van de schuld, en dit volgens een deskundigenschatting.

Inwerkingtreding

De wetten van 24 juni en 11 juli 2013 treedt in werking op 1 december 2014. Maar de Koning kan een vroegere datum vastleggen.

Bron: Wet van 24 juni 2013 tot regeling van aangelegenheden als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet inzake de zakelijke zekerheden op roerende goederen, BS 2 augustus 2013.

Bron: Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffingvan diverse bepalingen ter zake, BS 2 augustus 2013