Strijd tegen fraude (art. 98-105 wet fiscale bepalingen)

De maximale gevangenisstraf voor fiscale inbreuken die gepleegd werden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, wordt opgetrokken van twee naar vijf jaar, en dit zowel in de inkomstenbelastingen (art. 449, nieuw tweede lid WIB 1992), de btw (art. 73, nieuw tweede lid WBTW), de diverse rechten en taksen (art. 207, nieuw tweede lid, WDRT) en de accijnzen (art. 220, gewijzigde § 2 AWDA). Inzake accijnzen geldt de verhoging ook indien inbreuken zijn gepleegd die de financiële belangen van de Europese Unie ernstig hebben of zouden hebben geschaad of wanneer de pleger van de inbreuken zich in een geval van herhaling bevindt.

De maatregelen treden in werking vanaf 8 juli 2013 (tien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad).

Bron: Wet van 17 juni 2013 houdende fiscale en financiële bepalingen en bepalingen betreffende de duurzame ontwikkeling, BS 28 juni 2013 (art. 98-105 van de wet fiscale bepalingen)