Afnemers van financiële producten en diensten beter beschermd

Afnemers van financiële producten en diensten worden voortaan beter beschermd. De bevoegdheden van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (de FSMA) worden daartoe versterkt. Financiële dienstverleners (o.m. verzekeringsondernemingen en makelaars in bank- en beleggingsdiensten) moeten extra verplichtingen naleven ter bescherming van de belangen van hun cliënten. En de wetgeving op de vordering tot staking voor inbreuken op de financiële wetgeving wordt geactualiseerd. Alle nieuwe regels staan in twee wetten: de wet van 30 juli 2013 en de wet van 31 juli 2013, die beide (grotendeels) in werking treden op 9 september 2013.

Bevoegdheden FSMA versterkt

Wanneer de FSMA overtredingen vaststelt op bepaalde financiële wetgeving zal ze voortaan repressief kunnen optreden door administratieve boetes of dwangsommen op te leggen aan personen en instellingen die onder haar toezicht staan.

De FSMA krijgt concretere bevoegdheden om op te treden tegen personen die niet over de wettelijk vereiste vergunning of toelating beschikken om financiële producten of diensten aan te bieden of te leveren aan het publiek.

Om beter te kunnen nagaan hoe de financiële dienstverleners hun cliënten in de praktijk behandelen, worden ook de toezichtsinstrumenten van de FSMA uitgebreid:

de techniek van ?mysteryshopping? wordt toegevoegd aan de bestaande controlemethodes die de FSMA kan gebruiken. Mysteryshoppers doen zich voor als potentiële echte cliënten, zonder dat ze bekend moeten maken dat ze optreden voor de FSMA en dat de door hun toedoen verkregen gegevens door de FSMA kunnen worden gebruikt. De Franse, Nederlandse en Engelse toezichthouders passen deze controlemethode al toe;

de FSMA kan minstens eenmaal per jaar de externe ombudsdiensten vragen om haar geanoniemiseerde en samengevoegde gegevens te bezorgen over de aard van de meest voorkomende klachten en over de gevolgen die deze ombudsdiensten daaraan hebben verleend;

de FSMA zal toegang kunnen vragen tot de delen van de websites van de financiële bemiddelaars die voorbehouden zijn voor hun cliënten (zonder toegang tot de cliëntengegevens);

de wet van 30 juli 2013 verfijnt ook de bevoegdheid van de FSMA om: een verbod of beperkende voorwaarden op te leggen op de commercialisering van financiële producten of van bepaalde categorieën van financiële producten, en via de verplichte vermelding van een label of op een andere manier de transparantie te bevorderen van producten, van bepaalde categorieën van producten of van de risico?s, prijzen, vergoedingen en kosten ervan.

Bevoegdheden FSMA inzake markttoezicht

De wet van 30 juli 2013 zet ook 'verordening (EU) nr. 236/2012' over short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps om in Belgisch recht. Naar Frans voorbeeld is er voor de FSMA nu ook een ruimere mogelijkheid om bij uitzonderlijke marktomstandigheden tijdelijke maatregelen op te leggen voor de verhandeling van financiële instrumenten.

Het 'verbod op marktmanipulatie' wordt uitgebreid tot 'manipulatie door middel van afgeleide producten' of zgn. 'credit default swaps'.
Bovendien is het verbod op misbruik van voorkennis nu ook van toepassing op 'credit default swaps'.

In het licht van het recente schandaal over (pogingen tot) manipulatie van Libor en/of Euribor, wordt ook de manipulatie van dergelijke referte-indexen administratief en strafrechtelijk sanctioneerbaar gemaakt.

Extra verplichtingen financiële dienstverleners

De MiFID-gedragsregels gelden vanaf 1 januari 2014 ook voor verzekeringsondernemingen en ?tussenpersonen, net als voor de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en hun agenten (op wie deze regels nu al van toepassing zijn).
Ook de makelaars in bank- en beleggingsdiensten (een kleinere categorie tussenpersonen) zijn vanaf 1 januari 2014 aan deze gedragsregels onderworpen.

Iedereen die in contact komt met klanten moet voortaan over de nodige essentiële productkennis beschikken. Aspecten zoals de al dan niet vaststaande opbrengst, het risico op verlies van de inleg, maar ook de juridische aard van het product (die belangrijk kan zijn voor o.a. een beoordeling van het tegenpartijrisico) zijn daarbij van belang.

De wet van 30 juli 2013 voorziet ook gedragsregels met betrekking tot de spaarrekeningen. Dit om het vertrouwen van de spaarders in deze types producten te vrijwaren. De spaarrekening is in België immers het meest verspreide financiële product.

Burgerlijke sancties

De wet van 30 juli 2013 voert ook burgerlijke sancties in. Een belegger die schade heeft geleden omdat de aanbieder een fout heeft gemaakt, zal hiervoor gemakkelijker een schadevergoeding kunnen krijgen.

Er wordt een weerlegbaar vermoeden ingevoerd voor inbreuken op de gedragsregels, waardoor de belegger het oorzakelijk verband tussen de fout en beleggingsverrichting niet meer moet bewijzen. Daarbij gaat men ervan uit dat de belegger de beleggingsbeslissing niet zou genomen hebben, als de aanbieder die fout niet had gemaakt. De belegger kan zo gemakkelijker de nietigverklaring of schadeloosstelling verkrijgen.

Daarnaast voert de wet van 30 juli 2013 sancties in voor wie niet over de vereiste vergunning beschikt of voor wie financiële producten aanbiedt zonder goedgekeurd prospectus of andere documenten die de toezichthouder moet goedkeuren. De burgerlijke sactie houdt een nietigverklaring in, en een onweerlegbaar vermoeden dat de schade het gevolg is van de inbreuk.

Verdere omzetting 'Omnibus I- richtlijn'

De wet van 30 juli 2013 zet ook een aantal bepalingen van richtlijn 2010/78/EU, de zgn. Omnibus I-richtlijn, om in Belgisch recht.
Deze richtlijn regelt de werking van de drie Europese financiële toezichthouders, namelijk de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten.
Deze autoriteiten hebben als voornaamste opdrachten: erop toezien dat alle financiële actoren zijn ingeschreven, ontwerpen van technische normen opstellen, en eventuele geschillen tussen de toezichthouders van de lidstaten beslechten.

De Omnibus I-richtlijn heeft in verschillende financiële richtlijnen ad hoc-samenwerkingsmechanismen ingevoerd, hetgeen een aanpassing vergt van de overeenstemmende nationale wetgevingen, in dit geval de 'wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten'.

Actualisering wetgeving op vordering tot staking

De 'wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten' bevat al specifieke regels over de vordering tot staking tegen inbreuken op de financiële wetgeving onder toezicht van de FSMA. Deze vordering tot staking laat toe om een einde te stellen aan inbreuken als de overtreder het administratieve optreden van de FSMA volkomen negeert. Op basis van een vordering tot staking kan immers een uitvoerbare rechterlijke titel worden verkregen.

De wet van 31 juli 2013 actualiseert deze bepalingen:

ze heft de wetsbepalingen over de vordering tot staking in FSMA-materies op in de ?wet van 4 december 1990?, en voegt ze toe aan de ?wet van 2 augustus 2002 over het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten?;

ze stemt deze regels over de vordering tot staking af, op deze die hierover in de wetgeving op de marktpraktijken staan, en

ze stemt het Gerechtelijk wetboek af op de wijzigingen die ze heeft aangebracht aan de ?wet van 2 augustus 2002?.

In werking

De wet van 30 juli 2013 treedt grotendeels in werking op 9 september 2013.
Ook de wet van 31 juli 2013 treedt op dezelfde dag in werking

Bron: - Wet van 30 juli 2013 tot versterking van de bescherming van de afnemers van financiële producten en diensten alsook van de bevoegdheden van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en houdende diverse bepalingen (I), BS 30 augustus 2013.

Bron: - Wet van 31 juli 2013 tot versterking van de bescherming van de afnemers van financiële producten en diensten alsook van de bevoegdheden van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten en houdende diverse bepalingen (II), BS 30 augustus 2013.

Zie ook:
- Wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, BS 4 september 2002.
- Wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, BS 22 december 1990.
- Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps, Pb.L. 24 maart 2012, afl. 86, p. 1.
- Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft, Pb.L. 15 december 2010, afl. 331, p. 120 (Omnibus I-richtlijn).