Beperkt toegangsrecht tot dossiers gerechtelijke jeugdbijstand (art. 15 -20 DB Welzijn)

Vlaanderen sleutelt aan de bijzondere jeugdbijstand. Er komen specifieke inzageregels voor de dossiers bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand. De vrijwillige jeugdbijstand kan voortaan ook zonder instemming van de partijen. En het Fonds Jongerenwelzijn kan medisch kosten voorschieten. In ruil daarvoor krijgt het een subrogatierecht ten aanzien van de ziekenfondsen.

Toegangsrecht

Iedereen krijgt toegang tot zijn persoonlijke gegevens die bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand bewaard worden. Maar er zijn wel enkele beperkingen.

Er is al langer een toegangsregeling voor dossiers bij de comités voor bijzondere jeugdzorg, de sociale diensten voor vrijwillige jeugdbijstand en de bemiddelingscommissies. Maar door een misverstand was er nog geen specifieke toegangsregeling voor de dossiers bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand. Hoewel het toegangsrecht er wel bestaat, onder meer op basis van het decreet over de openbaarheid van bestuur en de privacywet.

De toegangsregeling tot de persoonsgegevens bij sociale diensten voor vrijwillige jeugdbijstand geldt voortaan ook voor de persoonsgegevens bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand. Maar er zijn wel bijkomende beperkingen.

Concreet heeft iedereen recht op toegang tot zijn persoonlijke gegevens. Derden die vrijwillig gegevens verstrekken, kunnen die als vertrouwelijk bestempelen. En als zij niet met de toegang instemmen, weigert de dossierhouder de toestemming. Tenzij hij vindt dat de vertrouwelijkheid ervan niet opweegt tegen de bescherming van het toegangsrecht.

Twee belangrijke afwijkingen op dit toegangsrecht evenwel. En dit enkel bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand. Reden hiervoor is dat er in de dossiers bij die sociale diensten documenten kunnen zitten die ook in het dossier bij de jeugdrechtbank zitten. En de toegang tot dat soort documenten is op een andere manier geregeld.

Er is geen toegang tot de stukken die door gerechtelijke overheden zijn opgesteld. En bij de toegang tot andere documenten mag het geheim van het strafrechtelijk opsporingsonderzoek in geen geval geschonden worden.

Het toegangsrecht wordt gegeven uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst van het verzoek. Maar het kan ook uitgesteld worden. Voor gegevens die bij de diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand worden bewaard, kan het toegangsrecht uitgesteld worden uiterlijk tot het moment waarop de jeugdrechtbank een eerste vonnis uitspreekt. Pas dan is men zeker dat de opgevraagde documenten af zijn of volledig zijn.

Vrijwillige hulpverlening zonder instemming

Normaal gezien kan de vrijwillige jeugdbijstand pas starten met uitdrukkelijke toestemming van de ouders en van - in een aantal gevallen - de minderjarige zelf.

Maar in het belang van de minderjarige kan de vrijwillige hulpverlening al opstarten in afwachting van de noodzakelijke instemming als die door omstandigheden nog niet kan gegeven worden. De vrijwillige hulpverlening kan ook starten als de instemming door omstandigheden niet uitdrukkelijk kan gegeven worden.

Maar de opstart in het belang van de minderjarige zonder de nodige instemmingen is wel aan strikte voorwaarden gebonden:

de afwijking moet in het dossier neergeschreven worden;

ze moet gemotiveerd zijn;

de motivatie moet verwijzen naar het belang van de minderjarige en dat belang moet duidelijk omschreven worden; en

de motivatie moet aantonen dat al het mogelijke is gedaan om de werkelijke instemming toch te krijgen.

Kosten geneeskundige verzorging

Het Fonds Jongerenwelzijn kan de kosten van de geneeskundige verzorging betalen bij een deel van zijn doelgroep (kinderen en jonge mensen in een probleemsituatie), in afwachting dat de ziekteverzekering die kosten vergoedt.

Het fonds krijgt meteen ook een wettelijk subrogatierecht ten aanzien van de ziekenfondsen zodat het de voorgeschoten medische kosten rechtstreeks bij de ziekenfondsen kan recupereren.

Spaarboekje

De minderjarige of zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen niet langer kiezen bij welke financiële instelling eventuele geldsommen moeten gestort worden. Volgens de huidige regels konden ze dit wel, maar in de praktijk was die regel niet haalbaar.

De keuzemogelijkheid wordt nu dus geschrapt. De regering kan specifieke regels vastleggen voor de stortingen.

Inwerkingtreding

De artikelen 15 tot 20 van het Decreet van 21 juni 2013 treden in werking op 24 augustus 2013.

Bron: Decreet van 21 juni 2013 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, BS 14 augustus 2013 (art. 15?20 DB Welzijn).

Zie ook:
Decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand