Wettelijk kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen

De federale overheid heeft een wettelijk kader gecreëerd voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen (ITS). Ze zet daarmee de Europese ITS-richtlijn om in Belgisch recht. Die richtlijn bevat een algemeen kader en prioriteiten om verkeersveiligheidsproblemen en files binnen de Europese Unie aan te pakken met innovatieve vervoertechnologieën.

Intelligente vervoerssystemen

Door het toenemende wegvervoer op de Europese wegen krijgen we steeds vaker te maken met files en verkeersveiligheidsproblemen. De zgn. 'intelligente vervoerssystemen' of 'ITS' bieden hierbij een mogelijke oplossing.

ITS zijn 'systemen waarin informatie- en communicatietechnologie wordt toegepast op het gebied van het wegvervoer (incl. infrastructuur, voertuigen en gebruikers), in het verkeers- en mobiliteitsbeheer en voor interfaces met andere vervoerswijzen'.
Het gaat om systemen zoals dynamisch verkeersbeheer waarbij reisinformatie gebaseerd is op accurate weg- en realtimeverkeersgegevens, eCall-systemen voor de exacte plaatsbeschrijving bij verkeersongevallen en automatische oproep van hulpdiensten, reserveringssystemen voor beveiligde parkings voor vrachtwagens, enz.
Heel wat van deze systemen zijn al operationeel in de Europese Unie, maar zijn niet op elkaar afgestemd. Europa heeft in de ITS-richtlijn een algemeen kader uitgewerkt om de toepassing van ITS op een gecoördineerde manier te laten verlopen.
De federale overheid zet de ITS-richtlijn nu via de wet van 17 augustus 2013 om in Belgisch recht.

Toepassingsgebied

De ITS-kaderwet is van toepassing op ITS-toepassingen en -diensten op het gebied van het wegvervoer en de interfaces met andere vervoerswijzen.

Het toepassen van specificaties en het selecteren en invoeren van ITS-toepassingen en -diensten gebeurt op basis van een evaluatie van de behoeften, waarbij alle relevante belanghebbenden worden betrokken, en volgens een aantal beginselen. Deze maatregelen moeten onder meer:

effectief zijn: ze moeten een tastbare bijdrage leveren tot het oplossen van de belangrijkste problemen met het wegvervoer in Europa, bv. het verlagen van de uitstoot, het verbeteren van de energie-efficiëntie, het tot stand brengen van een grotere veiligheid en betere beveiliging van o.a. kwetsbare verkeersdeelnemers;

interoperabiliteit bieden: de systemen en de eraan verbonden bedrijfsprocessen moeten onderling gegevens kunnen uitwisselen en informatie en kennis kunnen delen, zodat een effectieve ITS-dienstverlening mogelijk is;

de kenmerken van de nationale infrastructuren en netwerken in acht nemen: er moet rekening gehouden worden met de inherente verschillen in de kenmerken van de vervoersnetwerken, vnl. met de omvang van de verkeersvolumes en de weers- en wegengesteldheid.

Prioriteiten en prioritaire acties

Voor de toepassing van de ITS-kaderwet worden volgende prioritaire gebieden voor het ontwikkelen en toepassen van specificaties en normen vastgelegd:

optimaal gebruik van weg-, verkeers- en reisgegevens;

continuïteit van ITS-diensten voor verkeers- en vrachtbeheer;

ITS-toepassingen voor verkeersveiligheid en -beveiliging;

koppeling van het voortuig aan de vervoersinfrastructuur.

Binnen deze prioritaire gebieden zijn er 6 prioritaire acties:

verlening in de hele unie van multimodale reisinformatiediensten;

verlening in de hele unie van realtime verkeersinformatiediensten;

gegevens en procedures voor de verlening, waar mogelijk, van minimale universele verkeersinformatie in verband met de veiligheid op de weg die kosteloos is voor de gebruikers;

geharmoniseerde voorziening in de hele unie van een interoperabele noodoproepdienst (eCall);

verlening van informatiediensten voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen;

verlening van reservatiediensten voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen.

De Koning bepaalt de prioritaire acties voor elk van de prioritaire gebieden.

De geharmoniseerde voorziening van een eCall-dienst houdt rekening met de regels opgelegd door of in uitvoering van de 'wet van 13 juni 2005 op de elektronische communicatie' en de 'wet van 10 april 1990 op de private veiligheid'.

Grondrechtenbescherming

Geen enkele bepaling van de ITS-kaderwet doet afbreuk aan de wettelijke en reglementaire beschermingsmechanismen inzake de persoonlijke levenssfeer, de verwerking van persoonsgegevens en de beveiliging en het hergebruik van overheidsinformatie.

Het gebruik van anonieme gegevens, eventueel gecodeerde gegevens, voor de ITS-toepassingen en -diensten wordt voorzien door de ITS-dienstenaanbieders en ontwikkelaars van platformen, architectuur en interfaces. Zij beschermen persoonsgegevens tegen misbruik, met inbegrip van de onrechtmatige toegang, de wijziging of het verlies. Het niet naleven van deze regels door de ITS-aanbieders en ontwikkelaars wordt beschouwd als een inbreuk op de artikelen 4, § 1, 1° en 16, § 4 van de privacywet.

Aansprakelijkheid

De 'wet van 25 februari 1991 over de aansprakelijkheid voor producten met gebreken' is van toepassing op alle aspecten inzake de aansprakelijkheid ingevolge de invoering en het gebruik van ITS-toepassingen en -diensten.

Machtiging aan de Koning

De Koning kan, onder bepaalde voorwaarden, de federale wetten aanvullen, opheffen of vervangen om ze in overeenstemming te brengen met de vereisten inzake ITS.

eCall-systemen

De ITS-kaderwet stemt de 'wet op de private veiligheid' af op de eCall-systemen.

Elke operator of aanbieder van openbare mobiele elektronische communicatienetwerken (in de zin van de wet van 13 juni 2005 op de elektronische communicatie) schakelt de eCall of de particuliere eCall door naar een eCall-alarmcentrale.
Die alarmcentrale gaat na of bij het incident een tussenkomst vereist is van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden. Is die tussenkomst vereist, dan stuurt de eCall-alarmcentrale kosteloos de minimumreeks van gegevens onmiddellijk door naar de betrokken beheerscentrale van noodoproepen. De eCall-alarmcentrale verzekert ook kosteloos de doorschakeling van de spraakverbinding tussen de inzittende(n) van het voertuig en de beheercentrale van noodoproepen.
De Koning bepaalt de andere noodzakelijke gegevens om de tussenkomst van de nooddiensten efficiënt en effectief te laten verlopen, samen met de regels voor de evaluatie van het incident en de ernst ervan.

De alarmcentrale bewaart gedurende 2 jaar, vanaf de dag van een eCall of particuliere eCall, de minimumreeks van gegevens en van de andere gegevens bepaald door de Koning. De Koning bepaalt ook de andere gegevens over de eCall en particuliere eCall die de alarmcentrales moeten bewaren en bezorgen aan de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, samen met de vorm en inhoud ervan en de manier waarop deze gegevens worden overgemaakt.

Ten laatste op 1 maart van elk jaar bezorgen de eCall-alarmcentrales aan de minister van Binnenlandse Zaken de maandelijkse geanonimiseerde statistieken over het totale aantal eCall's en particuliere eCall's dat gegenereerd werd gedurende het voorbije burgerlijk jaar. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt overeenkomstig elke waarde voor de 'emergency service categorie value'.

In werking

De ITS-kaderwet treedt met terugwerkende kracht in werking op 27 februari 2012.

Omwille van de rechtszekerheid kunnen de uitvoeringsbesluiten nooit in werking treden voor de inwerkingtreding de ITS-kaderwet.

Vlaanderen en Brussel hebben de kern van de ITS-richtlijn al eerder omgezet in intern recht.

Bron: Wet van 17 augustus 2013 tot creatie van het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen en tot wijziging van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, BS 19 september 2013 (ITS-kaderwet).

Zie ook:
- Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen, Pb.L. 6 augustus 2010, afl. 207, p. 1 (ITS-richtlijn).
- Decreet van 29 maart 2013 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen, BS 16 april 2013.
- Ordonnantie van 28 maart 2013 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen, BS 15 april 2013.