Onderhandelingsprocedure voor verhoging flexibiliteit arbeidstijd

Met ingang van 1 oktober 2013 wordt de interne grens van de arbeidsduur en het overurenkrediet waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust opgetrokken. Via een onderhandelingsprocedure kunnen die wettelijke verhogingen nog verder opgetrokken worden.

Meer flexibiliteit

Een wet van 17 augustus 2013 heeft onlangs 3 maatregelen doorgevoerd die moeten zorgen voor meer flexibiliteit bij het vastleggen van de arbeidstijd. De sociale partners hadden een akkoord bereikt over de modernisering van het arbeidsrecht, en flexibiliteit is het eerste onderdeel van dat akkoord.

Het gaat om:

Een verhoging van de interne grens van de arbeidsduur binnen de referteperiode waarin de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld nageleefd moet worden. De overschrijding van de normale grenzen van de arbeidsduur.

Een verhoging van het overurenkrediet waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust. Overuren die, op vraag van de werknemer, niet ingehaald moeten worden.

Een automatische aanpassing van het arbeidsreglement indien de referteperiode door een cao tot een jaar wordt verlengd. Het is dus niet meer nodig om de specifieke procedures tot wijziging van het arbeidsreglement te volgen. Dit is de zogenaamde ?annualisering van de arbeidsduur?. Het principe van één enkel onderhandelingsniveau voor het invoeren van de annualisering van de arbeidstijd.

Daartoe werd artikel 26bis van de Arbeidswet aangepast. Die bepaling regelt het overwerk om welbepaalde redenen.

Uitvoering

Zoals dat vaak het geval is bij verzamelwetten, moest een en ander nog uitgewerkt worden bij KB. Ook de datum van inwerkingtreding lag nog niet vast.

Vandaar dat een KB van 11 september 2013 nu de onderhandelingsprocedure vastlegt die men moet volgen om:

de interne grens te verhogen van de arbeidsduur die in de loop van een referteperiode moet worden nageleefd. Er is sprake van 2 fasen om de uiterste grenzen te bereiken;

het quotum overuren te verhogen waarvoor de werknemer kan afzien van inhaalrust. Ook hier onderscheiden we 2 fasen.

Het nieuwe KB van 11 september 2013 en de bijhorende bepalingen uit de wet van 17 augustus 2013 treden in werking op 1 oktober 2013.

Interne grens

Inhaalrust na overwerk moet binnen een bepaalde periode worden genomen. En het totaal aantal toegelaten arbeidsuren boven de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur binnen de referentieperiode wordt beperkt tot een bepaalde interne grens.

Wordt die interne grens in de loop van een trimester (of de verlengde referentieperiode) bereikt, dan moet onmiddellijk inhaalrust worden verleend zodat er op het einde van de referteperiode geen saldo aan overuren is.

Die grens lag op 65 uren (130 uren in bepaalde gevallen en mits het volgen van een onderhandelingsprocedure).

Maar de nieuwe wet van 17 augustus 2013 staat het volgende toe:

de verhoging van de interne grens tot 78 uren wanneer de referteperiode korter is dan één jaar;

de automatische verhoging van de interne grens tot 91 uren wanneer de referteperiode op één jaar gebracht werd;

de verdere verhoging van de interne grens tot maximum 130 uren volgens een onderhandelingsprocedure die aan bod komt in het KB van 11 september 2013;

de verdere verhoging van de interne grens tot maximum 143 uren volgens een onderhandelingsprocedure die aan bod komt in het KB van 11 september 2013.

Let op! De verhoogde interne grens van 91 uren is maar van toepassing vanaf de vierde maand van de referteperiode. Voor de eerste 3 maanden geldt de grens van 78 uren.

Men maakt dus een onderscheid tussen:

de wettelijke verhogingen van de interne grens van 65 tot 78, of tot 91 uren; en

de mogelijkheid om via een onderhandelingsprocedure die grenzen nog verder te verhogen tot maximum 130 uren in een eerste fase, en tot maximum 143 uren in een tweede fase.

Onderhandelingsprocedure

De verhoging van de interne grens tot 130 uren gebeurt via een cao gesloten in een paritair comité of een paritair subcomité. De beslissing kan in de cao ook geheel of gedeeltelijk overgedragen worden naar het ondernemingsniveau.

Is er geen cao op sectoraal niveau vóór 1 april 2014 (of een latere datum vastgesteld bij cao), dan is een verhoging mogelijk via een procedure op ondernemingsvlak.

Die procedure verschilt naargelang in de onderneming al dan niet een vakbondsafvaardiging bestaat. Is er een vakbondsafvaardiging, dan wordt de cao namelijk gesloten met alle in de vakbondsafvaardiging vertegenwoordigde organisaties. Het nieuwe KB voorziet ook in een verhoging door een wijziging van het arbeidsreglement met een aangepaste procedure.

In een tweede fase is een verhoging van de interne grens mogelijk van 130 tot 143 uren. Dit kan via een cao die afgesloten wordt in een paritair comité of paritair subcomité.

Overurenkrediet

Op vraag van de werknemer worden op jaarbasis sommige arbeidsuren niet aangerekend bij het vaststellen van de gemiddelde arbeidsduur. Dit kan gebeuren om het hoofd te bieden aan een buitengewone vermeerdering van werk of bij een onvoorziene noodzakelijkheid. De werknemer kan in die gevallen afzien van het genot van inhaalrust.

Dat quotum, het overurenkrediet, lag tot voor kort op 65 uren (130 uren in bepaalde gevallen en mits het volgen van een onderhandelingsprocedure).
Maar ook hier heeft de wet van 17 augustus 2013 gezorgd voor een versoepeling, namelijk: een verhoging tot 91 uren per jaar met ingang van 1 oktober 2013.

Zoals aangegeven, kan dit wettelijke quotum nog verder opgetrokken worden tot maximum 130 uren in een eerste fase, en tot maximum 143 uren in een tweede fase. Dat gebeurt via de onderhandelingsprocedure die beschreven wordt in het KB van 11 september 2013. Het gaat om dezelfde procedure als de procedure die men moet volgen om de interne grens van de arbeidsduur te verhogen.

Bron: Koninklijk besluit van 11 september 2013 tot vaststelling van de onderhandelingsprocedures voor het verhogen van de interne grens van de arbeidsduur die in de loop van een referteperiode moet worden nageleefd en van het quotum overuren waarvoor de werknemer kan afzien van de inhaalrust in toepassing van artikel 26bis, § 1bis en § 2bis, van de arbeidswet van 16 maart 1971, BS 19 september 2013

Zie ook:
? Arbeidswet van 16 maart 1971, BS 30 maart 1971 (art. 26bis, § 1bis en § 2bis van de Arbeidswet)
? Wet van 17 augustus 2013 betreffende de modernisering van het arbeidsrecht en houdende diverse bepalingen, BS 29 augustus 2013