Alleen nog overheidsopdrachten die verplicht en onvermijdbaar zijn

Federaal minister van Begroting, Olivier Chastel, heeft een tweede omzendbrief gepubliceerd die de federale overheidsdiensten moet aanzetten tot de grootst mogelijke begrotingsbehoedzaamheid in 2013. Nieuwe uitgaven voor overheidsopdrachten zijn alleen nog mogelijk als het gaat om uitgaven die 'verplicht' en 'onvermijdbaar' zijn. De jongste omzendbrief beschrijft welke weg zo'n nieuwe overheidsopdracht moet volgen om goedgekeurd te kunnen worden.

Voor alle federale diensten

In april richtte Chastel al een eerste omzendbrief aan alle federale overheidsdiensten (FOD's), programmatorische overheidsdiensten (POD's) het ministerie van Defensie, de federale politie, de Regie der Gebouwen, de instellingen van openbaar nut die van de federale overheid afhangen, en de openbare instellingen van sociale zekerheid. Volgens die omzendbrief worden de kredieten van de begroting 2013 maar gedeeltelijk vrijgegeven. Nieuwe uitgaven zijn alleen mogelijk als het om verplichte en onvermijdbare uitgaven gaat.

Verplichte uitgaven zijn uitgaven die gedurende het vorige boekjaar voor echt werden verklaard, maar waarvoor nog geen betaling werd verricht.

Onvermijdbare uitgaven zijn uitgaven waarvoor in het vorige jaar geen bedrag werd vastgelegd, maar die onmisbaar zijn voor de goede werking van de Staat, bv. personeelskosten voor het huidige personeel, energiekosten, verzekeringpolissen, of uitgaven voor overheidsopdrachten die aanvullend of terugkerend zijn.

De huidige omzendbrief vult die voorschriften aan.

Akkoord

De nieuwe omzendbrief specificeert dat ook FOD-overschrijdende raamcontracten (FOR) en uitgaven op orderekeningen onder de regels vallen.

En dé regel is dat elke nieuwe uitgave die voor advies moet worden voorgelegd aan de Inspectie van Financiën (IF) en die door de IF als verplicht en onvermijdbaar wordt beschouwd, ook het akkoord van de minister van Begroting moet krijgen.

Voor overheidsopdrachten die goedgekeurd moeten worden door de Ministerraad, is er een akkoord van de minister van Begroting en een advies van de IF vereist op het moment dat de procedure wordt opgestart, en ook nog eens wanneer de opdracht effectief wordt toegewezen.

Bij de overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten waarvan het bedrag lager is dan de richtbedragen uit het KB van 16 november 1994, bepaalt de voorzitter van de FOD, de POD, het departement, de dienst of de instelling of er al dan niet sprake is van een verplichte en onvermijdbare uitgave.
De dossiers volgen verder de normale procedure, met het advies van de Inspectie Financiën en de akkoordbevinding van de minister van Begroting.

Als de Inspectie van Financiën, de regeringscommissaris van Begroting of de afgevaardigde van de minister van Begroting een negatief advies uitbrengt over het verplichte of onvermijdbare karakter van een opdracht van een federale openbare instelling of openbare instelling voor sociale zekerheid, kan het beheerscomité of de administrateur-generaal van de instelling aankloppen bij de voogdijminister. Die beslist dan om al of niet in beroep te gaan bij de minister van Begroting of de Ministerraad.

De inspecteurs van Financiën, de regeringscommissaris van Begroting en de afgevaardigde van de minister van Begroting lijsten 2 keer per maand alle beslissingen op die van hen een gunstig advies kregen. Met de informatie uit die tabellen kan de minister van Begroting of de Ministerraad dan instructies geven om de criteria soepeler, of juist minder soepel toe te passen.

In het dossier

De adviezen en akkoordbevindingen over de verplichte en onvermijdbare aard van een uitgave moeten worden opgenomen in het dossier voor de controleur van de vastleggingen. Zo niet, zal de controleur zijn visum weigeren.

Sinds 10 september

De aanvullende omzendbrief treedt in werking op de dag van ondertekening. Dat is op 10 september 2013.

Bron: Omzendbrief van 10 september 2013 ter aanvulling van de omzendbrief van 26 maart 2013 betreffende de begrotingsbehoedzaamheid voor het jaar 2013, BS 30 september 2013.

Zie ook:
? Koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole, BS 17 januari 1995 (art. 15 van het KB van 16 november 1994 m.b.t. de drempelbedragen voor IF-advies).
? Koninklijk besluit van 3 april 2013 betreffende de tussenkomst van de Ministerraad, de overdracht van bevoegdheid en de machtigingen inzake de plaatsing en de uitvoering van overheidsopdrachten, ontwerpenwedstrijden en concessies voor openbare werken op federaal niveau, BS 16 april 2013 (art. 3 van het KB van 3 april 2013 over de opdrachten die aan de Ministerraad moeten worden voorgelegd).