Klokkenluidersregeling voor federale ambtenaren

De wet van 15 september 2013 voert een klokkenluidersregeling in voor de federale overheidsdiensten. Daardoor krijgen nu ook federale ambtenaren die in de administraties misbruiken aan het licht brengen een degelijke bescherming.

In navolging van de beschermingsregeling op Vlaams niveau is er nu ook op federaal niveau gekozen om ambtenaren die mistoestanden aankaarten onder de bescherming van de ombudsman te plaatsen. Federale ambtenaren die een melding willen maken, kunnen hiervoor terecht bij het 'Centraal Meldpunt voor Veronderstelde Integriteitsschendingen' dat werkt onder de bevoegdheid van de federale ombudsman. Een duidelijk omschreven procedure zorgt ervoor dat meldingen altijd snel en grondig zullen onderzocht worden.

Omdat er tot nog toe geen enkele bescherming voorzien is, zijn federale ambtenaren die onregelmatigheden willen melden vaak bang voor represailles (tuchtmaatregelen, negatieve evaluaties, missen van promoties, ontslag, enz.).

Centraal Meldpunt

Bij de federale ombudsmannen wordt het 'Centraal Meldpunt voor Veronderstelde Integriteitsschendingen' opgericht.

Een 'veronderstelde integriteitsschending' is:

een handeling of het nalaten van een handeling door een personeelslid die:een inbreuk is op de wetten, de besluiten, de omzendbrieven, de interne regels en de interne procedures die van toepassing zijn op de federale administratieve overheden en hun personeelsleden; een onaanvaardbaar risico inhoudt voor het leven, de gezondheid of de veiligheid van personen of voor het milieu; manifest getuigt van een ernstige tekortkoming in de professionele verplichtingen of in het beheer van een federale administratieve overheid;

het welbewust bevelen of adviseren door een personeelslid om een integriteitsschending te begaan zoals bedoeld in de vorige punten van deze opsomming.

Pesterijen en discriminatie op basis van leeftijd, sexuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke of syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, een fysieke of genetische eigenschap, sociale afkomst, geslacht, zwangerschap, bevalling of moederschap, nationaliteit (zgn. ras, huidskleur, afkomst of nationale etnische afstamming) worden niet beschouwd als een 'veronderstelde integriteitsschending'.

De federale ombudsmannen leiden en beheren het 'Centraal Meldpunt voor Veronderstelde Integriteitsschendingen'.

Een federale ambtenaar die overweegt om een veronderstelde integriteitsschending te melden, kan zich laten informeren en adviseren over de inhoud en de toepassing van de wet van 15 september 2013 bij:

een vertrouwenspersoon integriteit (die in zijn administratie instaat voor het ontvangen van dergelijke meldingen);

het Centraal Meldpunt voor Veronderstelde Integriteitsschendingen, of

de federale administratieve overheid waarvoor de minister die instaat voor de bewaking van de integriteit in de federale administratieve overheden bevoegd is.

De federale ambtenaar meldt een veronderstelde integriteitsschending:

die zich in de afgelopen 5 kalenderjaren heeft voorgedaan, zich voordoet of op het punt staat zich voor te doen in een federale administratieve overheidsdienst;

op basis van een redelijk vermoeden.

Voorafgaand advies

Er is een filtermechanisme ingesteld, in de vorm van een voorafgaand advies, om onterechte meldingen of een overdreven aantal overbodige meldingen te voorkomen.

De federale ambtenaar die een veronderstelde integriteitsschending wil melden, vraagt eerst schriftelijk een voorafgaand advies aan een vertrouwenspersoon integriteit of aan het Centraal Meldpunt.
Hij moet de vraag om voorafgaand advies staven met elementen die wijzen op een eerlijk en redelijk vermoeden dat de integriteitsschending zich in de afgelopen 5 kalenderjaren heeft voorgedaan, zich voordoet of op het punt staat zich voor te doen in een federale administratieve overheid. De wet van 15 september 2013 somt de elementen op die de vraag om voorafgaand advies moet bevatten.

Het advies is gunstig indien de vertrouwenspersoon integriteit of het Centraal Meldpunt de melding van de veronderstelde integriteitsschending ontvankelijk en kennelijk gegrond acht.

Melding en onderzoek

Een ambtenaar kan zijn functionele of een hiërarchische meerdere op de hoogte brengen van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheid waar hij is tewerkgesteld. Die meerdere gaat vertrouwelijk om met de identiteit en de rechtstoestand van de federale ambtenaar en zorgt ervoor dat hij geen nadelige gevolgen ondervindt.
Een federale ambtenaar die zijn meerdere niet op de hoogte wil brengen, kan de veronderstelde integriteitsschending melden aan de vertrouwenspersoon integriteit.

Hij kan daarbij kiezen voor een open of voor een vertrouwelijke melding. Bij een open melding krijgt de federale ombudsman de toelating om de identiteit van de melder bekend te maken. De vertrouwelijke melding houdt in dat de federale ombudsman de identiteit van de melder niet bekend maakt.

Ten slotte kan de federale ambtenaar de veronderstelde integriteitsschending ook rechtstreeks melden aan het 'Centraal Meldpunt voor Veronderstelde Integriteitsschendingen'.

De federale ombudsmannen en de deskundigen die hen bijstaan, kunnen eender welk personeelslid bij het onderzoek betrekken als ze menen dat dit personeelslid een bijdrage tot het onderzoek kan leveren. Het bij het onderzoek betrokken personeelslid heeft het recht zich door een raadsman te laten bijstaan.

De personeelsleden die betrokken worden bij het onderzoek krijgen van de federale ombudsmannen een schriftelijk verslag van het onderzoek.
Uiterlijk 2 weken na de afronding van het onderzoek vullen de federale ombudsmannen dit verslag aan met hun inhoudelijke standpunten, hun beoordeling en de maatregelen die zij aanbevelen.

De bewijslast van een nadelige maatregel voor de meldende ambtenaar ligt bij de overheid. Die moet bewijzen dat geen dergelijke maatregelen werden genomen, dan wel dat niet met dergelijke maatregelen werd gedreigd.

Indien er wordt vastgesteld dat er geen integriteitsschending is geweest, wordt het onderzoek afgesloten.
Indien er wel een integriteitsschending wordt vastgesteld, maar er onvoldoende elementen beschikbaar zijn om te besluiten dat het om een misdaad of een wanbedrijf gaat, wordt het schriftelijk verslag bezorgd aan de hoogste hiërarchische leidinggevende van de federale administratie waar de veronderstelde integriteitsschending zich heeft voorgedaan. Is die betrokken partij, dan wordt het schriftelijk verslag bezorgd aan de verantwoordelijke vakminister.

Beschermingsmechanisme

De wet van 15 september 2013 voorziet een (tijdelijk) beschermingsmechanisme voor de federale ambtenaren die de meldingsprocedure volgen, om te voorkomen dat ze een nadelig gevolg voor de arbeidsvoorwaarden of de arbeidsomstandigheden zouden ondervinden.
Tot de beschermde personen behoren uiteraard de melder, maar ook de personeelsleden die bij het onderzoek betrokken worden en het personeelslid-raadsman die het personeelslid dat wordt betrokken bij het onderzoek adviseert.

De melder wordt beschermd vanaf de aanvraag van het voorafgaand advies. Voor het personeelslid dat betrokken wordt bij het onderzoek en voor het adviserende personeelslid-raadsman loopt de beschermingsperiode vanaf het moment dat ze worden betrokken.

De bescherming geldt van rechtswege. Er moeten dus geen bijzondere stappen ondernomen worden om de bescherming aan te vragen.

Indien onterecht een nadelige maatregel wordt getroffen, kan aan de nemer van de maatregel een tuchtsanctie worden opgelegd. Als het beschermde personeelslid misbruik maakt van zijn bescherming kan ook tegen hem een tuchtmaatregel genomen worden.

De bescherming blijft ten minste tot 2 jaar na het afronden van het onderzoek van kracht.

In geval van misbruik kan de bescherming voortijdig opgeheven worden.
Het kan zijn dat er bewust niet-waarheidsgetrouwe of oneerlijke informatie werd verstrekt, of dat een persoon zelf betrokken is bij de veronderstelde integriteitsschending. In zo'n geval voorziet de wet van 15 september 2013 een tuchtrechtelijke procedure voor de melder.

In werking

De wet van 15 september 2013 treedt in werking op 4 april 2014, dat is zes maanden na haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 15 september 2013 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, BS 4 oktober 2013.