Omzendbrief over bouwstop en watertoets in signaalgebieden

De ministers van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Openbare Werken hebben een gezamenlijke omzendbrief gepubliceerd met richtlijnen voor het toepassen van de watertoets en het behouden van het waterbergend vermogen in signaalgebieden. De omzendbrief is in gericht aan de vergunningverlenende of planopmakende overheden en aan de waterwegbeheerders die advies moeten verlenen in het kader van de watertoets, maar de brief is ook interessant voor bouwheren, vastgoedmakelaars, natuurverenigingen en notarissen.

Centraal in de omzendbrief staan de bouwstop - de omzendbrief heeft het over 'bewarende maatregelen' of 'vrijwaren' -, de verscherpte watertoets, en het verbod om nieuwe signaalgebieden te creëren.

Signaalgebied

Signaalgebieden zijn gebieden die van belang zijn voor het watersysteem in Vlaanderen, maar die een harde bestemming kregen in een gewestplan, een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, hoewel die harde bestemming nog niet ontwikkeld werd. Het gaat dus om gebieden die kunnen overstromen of die op korte termijn veel water kunnen slikken, maar die voorbestemd zijn om op een dag ontwikkeld te worden als woongebied, industriegebied, woonuitbreidingsgebied industrie, verblijfsrecreatie, handel, of gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.

De voorbije jaren werden alle signaalgebieden in Vlaanderen in kaart gebracht. U kunt de kaarten raadplegen via het Geoloket Vlaanderen. De kaarten met de signaalgebieden werden systematisch vergeleken met de overstromingsgevaarkaarten. De aftoetsing leerde of de bestemming van een bepaald signaalgebied wel compatibel was met de nood aan waterbergend vermogen.

Geen overstromingsrisico

Als de bestemming van het gebied compatibel blijkt te zijn met het waterbergend vermogen, moeten er geen verdere acties ondernomen worden en volstaat bij de eigenlijke ontwikkeling van het gebied, een gewone watertoets.

Kans op schade

Als de ontwikkeling van het gebied schade kan veroorzaken aan het watersysteem, maar de kans op overstroming beperkt blijft, wordt de huidige bestemming behouden. Er kunnen dan bijkomende voorwaarden opgelegd worden: erfdienstbaarheden of stedenbouwkundige voorschriften.

Als de ontwikkeling van het gebied schade kan veroorzaken aan het watersysteem en er een hoge kans is op overstroming, moet het gebied een andere bestemming krijgen.

Bewarende maatregelen

In afwachting legt de omzendbrief een bewarend beleid op in de signaalgebieden die in overstromingsgevoelig gebied liggen, waarvoor er misschien een herbestemming nodig is, en waarvoor de Vlaamse regering nog geen vervolgtraject heeft goedgekeurd.

Dat zogenaamde 'bewarend beleid' bestaat uit een ?standstill van de realisatie van de bestemming?. Er geldt met andere woorden een bouwstop tot de Vlaamse overheid heeft beslist wat er met het gebied moet gebeuren. ?Met dat bewarend beleid kan vermeden worden dat vergunningen en plannen een schadelijk effect op het watersysteem hebben in afwachting van een ruimere analyse op (deel)stroomgebiedniveau?, aldus de ministers.

Verscherpte watertoets

In de signaalgebieden waarvoor de Vlaamse regering al wél een vervolgtraject heeft goedgekeurd, komt er een 'verscherpte watertoets'. Er moet dan bijvoorbeeld afgetoetst worden of de voorgenomen ontwikkeling wel afgestemd is op het vervolgtraject.

Zo'n verscherpte watertoets moet ervoor zorgen ?dat nog niet gerealiseerde vervolgstappen niet gehypothekeerd worden en het watersysteem geen schadelijke effecten ondergaat?.

Algemeen beoordelingskader

De omzendbrief bevat een schema dat de plannende en vergunningverlenende overheden moet helpen bij het nemen van de juiste, overstromingsveilige beslissing.

Als een project in een signaalgebied ingepland wordt, gaat de overheid eerst na of het overstromingsrisico in het gebied gekend is. Als het overstromingsrisico niet gekend is, gaat de overheid via het Geoloket Vlaanderen na of het project in 'effectief overstromingsgevoelig gebied' komt.

Als dat niet zo is, volstaat een gewone watertoets.

Als dat wél zo is, moet de overheid een afweging maken: volstaan bijkomende voorwaarden? Of moet het gebied ?gevrijwaard? worden; kan het project dus niet doorgaan?

Is de overstromingskans wel gekend, dan hangt de situatie af van het feit of de kans op overstroming groot is (1x per 10 jaar), middelgroot (1x per 100 jaar) of klein (1x per 1.000 jaar).

Is de kans op overstroming klein, dan vindt er een watertoets plaats en kunnen er randvoorwaarden opgelegd worden. Dat kan bijvoorbeeld een verplichting zijn om adaptief te bouwen: met een hoog vloerpeil, zonder kelder, zonder ondergrondse stookolietank en met behoud van de ruimte voor het water, bijvoorbeeld door het aanleggen van een vijver.

Is de kans op overstroming middelgroot, dan moet de administratie nagaan of het om een perceel gaat dat ingesloten is door bebouwing.Als dat zo is, vindt er een watertoets plaats en kunnen er randvoorwaarden opgelegd worden. Maar als er een nieuw gebied wordt aangesneden, moet er een gebiedsspecifieke afweging worden gemaakt tussen vrijwaren of randvoorwaarden opleggen.

Is de overstromingskans groot, dan is er geen keuze: het gebied moet sowieso gevrijwaard blijven.

Geen nieuwe signaalgebieden

De omzendbrief bepaalt bovendien dat er ook bewarende maatregelen kunnen komen in valleigebieden die nu nog een zachte - dus 'groene' - bestemming hebben. Het gaat dan om gebieden die geregeld overstromen, maar zonder wateroverlast te veroorzaken voor de bestaande bebouwing. Als deze gebieden herbestemd zouden worden naar een harde bestemming, zouden er nieuwe signaalgebieden gecreëerd worden.
Maar, ?nieuwe knelpunten (moeten) maximaal vermeden worden door bijkomende harde bestemmingen te weren uit gebied dat effectief overstromingsgevoelig is?, waarschuwen de ministers.

De omzendbrief bevat tot slot nog richtlijnen voor de waterbeheerders, die een gefundeerd 'wateradvies' moeten geven over sommige projecten.

Bron: Omzendbrief LNE/2013/1 van 28 juni 2013: Richtlijnen voor de toepassing van de watertoets voor de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden, BS 4 oktober 2013.