Bescherming onroerend goed in akte én publiciteit (Onroerenderfgoeddecreet)

Het nieuwe Onroerenderfgoeddecreet behoudt de huidige indeling in beschermde monumenten, beschermde archeologische sites, beschermde stads- of dorpsgezichten, en beschermde cultuurhistorische landschappen. De Vlaamse regering kan daarnaast ook overgangszones afbakenen, waar zij bijzondere voorschriften kan opleggen inzake instandhouding en onderhoud.

De beschermingsprocedure zelf verloopt nog altijd in 2 fazen.
Maar aan de bescherming zijn voortaan andere rechtsgevolgen verbonden. Vandaar dat aan het voornemen tot bescherming én aan de eigenlijke bescherming meer ruchtbaarheid wordt gegeven.

Geïnventariseerd versus beschermd goed

Een onroerend goed kan opgenomen zijn in een vastgestelde inventaris en dan zijn daaraan bepaalde rechtsgevolgen verbonden: de overheid krijgt een zorg-, motivatie- en eventueel adviesplicht; en de overdrager, vastgoedmakelaar en notaris moeten een melding opnemen in de onderhandse of authentieke akte van overdracht. Maar de overheid kan ook nog een stapje verder gaan en een beschermingsprocedure opstarten. Dat gebeurt in 2 fazen: een fase van voorlopige bescherming, die beperkt wordt tot ten hoogste 12 maanden, en een definitieve bescherming.

Eén of meerdere adviezen

Vastgestelde inventaris Voorlopige bescherming Definitieve bescherming VCOE Duur: 30 dagen; ev. 60 dagen. VCOE Duur: 60 dagen VCOE; Facultatief Duur: geen termijn bepaald / Gemeente Duur: 30 dagen / / Diverse departementen en agentschappen Duur: 30 dagen /

De Vlaamse overheid is voortaan verplicht om over haar voornemen tot voorlopige bescherming het advies te vragen van de nieuw op te richten Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed. De rechtsvoorganger van de VCOE, de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, verleende alleen advies bij een definitieve bescherming.

Bij inventarisatie wint de Vlaamse regering het VCOE-advies pas in nadat het openbaar onderzoek heeft plaatsgevonden, zodat de Commissie ook de bezwaren en opmerkingen die tijdens het onderzoek naar boven kwamen, in overweging kan nemen. Bij een procedure van voorlopige bescherming is dat niet het geval.

Ook nu kan de Vlaamse regering nog het advies van de VCOE vragen bij een definitieve bescherming, maar zij is dat niet langer verplicht. In haar eerste advies zal de commissie zich hoofdzakelijk toespitsen op de erfgoedwaarde van het te beschermen goed; in een eventuele tweede advies zal zij zich veeleer buigen over de opmerkingen en bezwaren die uit het openbaar onderzoek naar voor gekomen zijn.

Bij een voorlopige bescherming wint de Vlaamse regering ook het advies in van de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeentes, en van diverse gewestelijke departementen en agentschappen: namelijk de administraties die bevoegd zijn voor ruimtelijke ordening, woonbeleid, onroerend erfgoed, leefmilieu, natuur, energie, mobiliteit, openbare werken, landbouw en visserij.

Niet-tijdig uitgebrachte adviezen worden beschouwd als gunstige adviezen.

Bij dringende noodzakelijkheid kan de regering de adviesfase overslaan.

Openbaar onderzoek

Vastgestelde inventaris Voorlopige bescherming Definitieve bescherming Vóór de vaststelling van de inventaris bij besluit VR Ná de vaststelling van de voorlopige bescherming bij besluit VR / Organisatie door agentschap OE Organisatie door gemeente / Duur: 60 dagen Duur: 30 dagen / Bekendmaking: ? Aanplakking in gemeente? Op website gemeente? In BS ? In 3 dagbladen ? Op website Agentschap OE Bekendmaking: ? Aanplakking ter plaatse ? Op website gemeente. ? / ? / ? Op website Agentschap OE ? Ev. gemeentelijke hoorzitting / Enkel opmerkingen en bezwaren over feitelijkheden. Niet over opportuniteit van inventarisatie Alle opmerkingen en bezwaren /

Kennisgeving besluit tot vaststelling inventarisatie, voorlopige of definitieve bescherming

Vastgestelde inventaris Voorlopige bescherming Definitieve bescherming Nog te bepalen door VR Beveiligde zending naar zakelijkrechthouder (uitz. cultuurhist. landschap). Via zakelijkrechthouder: naar gebruiker en eigenaar van culturele goederen Beveiligde zending naar zakelijkrechthouder (uitz. cultuurhist. landschap). Via zakelijkrechthouder: naar gebruiker en eigenaar van culturele goederen / Publicatie uittreksel in BS Publicatie uittreksel in BS / / Beveiligde zending naar gemeente / Publicatie in 3 dagbladen bij voorlopige bescherming van een cultuurhistorisch landschap /

De eigenaars of andere zakelijkrechthouders van een geïnventariseerd goed worden op geen enkele wijze persoonlijk verwittigd van de opname van hun goed in een vastgestelde inventaris. Ook al krijgen zij wél een informatieplicht bij verkoop of bij langdurige overdracht van een recht op hun goed.
Diezelfde zakelijkrechthouders worden wél geïnformeerd bij een voorlopige bescherming, maar ook pas nadat het besluit tot voorlopige bescherming werd genomen. Zij kunnen dan nog wel aan het Agentschap Onroerend Erfgoed vragen om gehoord te worden.

De zakelijkrechthouders hebben overigens de decretale plicht om zélf de gebruikers van het beschermd goed en de eigenaars van cultuurgoederen die integraal deel uitmaken van het beschermd goed, per beveiligde zending op de hoogte te brengen van het besluit tot voorlopige of definitieve bescherming. En dit binnen een termijn van 30 dagen nadat zij zelf bij beveiligde zending op de hoogte werden gebracht van het besluit tot bescherming.

Recht op toegang

Vastgestelde inventaris Voorlopige bescherming Definitieve bescherming Toegang tot alle in aanmerking komende goederen én alle vastgestelde goederen Toegang tot alle in aanmerking komende goederen / Geen recht op toegang tot particuliere woningen of bedrijfslokalen Ook recht op toegang tot particuliere woningen en bedrijfslokalen, maar alleen tussen 9 en 21u en na machtiging door de rechter /

Het is merkwaardig dat de ambtenaren van het Agentschap Onroerend Erfgoed wél een recht op toegang krijgen tot de reeds geïnventariseerde panden, maar niet tot de definitief beschermde panden. Wellicht is dat een vergetelheidje van de decreetgever.

Rechtsgevolgen

Vastgestelde inventaris Voorlopige én definitieve bescherming Administratie: ? Zorgplicht ? Motivatieplicht ? ev. OE-advies   Zakelijkrechthouder, vastgoedmakelaar, notaris: ? Melding in overdrachtsakte Zakelijkrechthouder, vastgoedmakelaar, notaris:? Melding in overdrachtsakte ? Melding in publiciteit   Zakelijkrechthouder en gebruiker:? Plicht tot actief behoud (zo niet: onteigening) ? Toelating Agentschap OE of OE-deskundige gemeente bij bepaalde handelingen of werken   Eigenaar cultuurgoederen: ? Toelating Agentschap OE om cultuurgoederen buiten het monument te mogen brengen   Iedereen: ? Plicht tot passief behoud

De rechtsgevolgen van een voorlopige bescherming zijn identiek aan die van een definitieve bescherming. Alleen duurt een voorlopige bescherming maar 9 maanden. Die termijn kan eventueel verlengd worden tot 12 maanden. Momenteel bedraagt de doorlooptijd voor een voorlopige bescherming nog anderhalf jaar.
Na die 9 of 12 maanden moet het goed definitief beschermd zijn, want anders vervallen automatisch alle beschermingsmaatregelen.

De bescherming begint te lopen:

voor de zakelijkrechthouders van een beschermde site, een beschermd monument of een beschermd zicht: vanaf de ontvangst van de kennisgeving over de voorlopige bescherming;

voor de gebruikers en eigenaars van culturele goederen: vanaf het moment dat zij op hun beurt op de hoogte worden gebracht van de bescherming door de zakelijkrechthouder; en

voor alle andere personen: vanaf de publicatie van het uittreksel uit het beschermingsbesluit in het Belgisch Staatsblad.

De eigenaars, opstalhouders, en andere zakelijkrechthouders van een beschermd goed, en de gebruikers ervan, zijn bij decreet verplicht om het goed in goede staat te houden door de nodige instandhoudings-, beveiligings-, beheers-, herstellings- en onderhoudswerken te doen. De Vlaamse regering zal die algemene voorschriften nog verder in detail beschrijven. Het beschermingsbesluit kan trouwens altijd andere, of strengere regels opleggen.

Naast dit actiefbehoudbeginsel, dat van toepassing is op de zakelijkrechthouders en de gebruikers, geldt er ook een passiefbehoudbeginsel voor beschermde goederen. Dat houdt in dat het voor iedereen verboden is om beschermde goederen te ontsieren, te beschadigen, te vernielen of andere handelingen te stellen die de erfgoedwaarde ervan aantasten.

Net als bij inventarisatie is iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon:

een beschermd goed verkoopt,

het verhuurt voor meer dan 9 jaar,

het inbrengt in een vennootschap,

een erfpacht of opstalrecht op dat goed overdraagt, of

op een andere wijze de eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt,

verplicht om in de onderhandse of authentieke akte te vermelden dat het goed beschermd is, én wat de rechtsgevolgen zijn van zo'n bescherming door in de akte een verwijzing op te nemen naar het Onroerenderfgoeddecreet (hoofdstuk 6) én naar het beschermingsbesluit. Bij inventarisatie is er uiteraard geen verwijzing naar een beschermingsbesluit.

En ook hier moet de notaris er de partijen op wijzen wanneer hij merkt dat er niet voldaan is aan de informatieplicht.

Maar in tegenstelling tot bij een inventarisatie, moet deze informatie bij een bescherming ook opgenomen worden in alle publiciteit die voor de overdracht wordt gemaakt.

Tot slot is er nog een andere verplichting, die in het Onroerenderfgoeddecreet niet vermeld wordt bij de rechtsgevolgen, maar die wel degelijk op de zakelijkrechthouder van een beschermd onroerend goed rust: de houder van een zakelijk recht is verplicht om per beveiligde zending het Agentschap Onroerend Erfgoed te verwittigen van élke geplande verkoop, overdracht van het eigendomsrecht of overdracht van een ander zakelijk recht. En hij moet de nieuwe zakelijkrechthouders op de hoogte brengen van de (voorlopige of definitieve) bescherming.

Dubbele databank

Het Agentschap Onroerend Erfgoed is decretaal verplicht om een databank bij te houden van het beschermd onroerend erfgoed. In die databank moeten alle voorlopige en definitieve erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten opgenomen zijn, en de wijzigings- en opheffingsbesluiten in uitvoering van de momenteel geldende decreten.

Het Agentschap RWO, dat belast is met de handhaving, houdt van zijn kant een databank bij van alle processen-verbaal die werden opgesteld voor inbreuken en misdrijven met impact op een beschermd of geïnventariseerd goed.

Hoewel ze allebei betrekking hebben op dezelfde geïnventariseerde of beschermde goederen, gaat het hier wel degelijk om 2 verschillende databanken. De tweede databank bevat immers gevoelige informatie, die niet zomaar kan worden vrijgegeven.

In werking

Het Onroerenderfgoeddecreet komt op termijn in de plaats van het huidige Monumentendecreet, het Archeologiedecreet en het Landschapsdecreet. Wanneer dat zal zijn, moet nog bepaald worden in een besluit van de Vlaamse regering.

Bron: Decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed, BS 17 oktober 2013 ( Onroerenderfgoeddecreet ).