Grondwettelijk Hof schorst stelselmatige naaktfouilles gedetineerden

Het Grondwettelijk Hof schorst de stelselmatige naaktfouillering van gedetineerden. Na een eerste onderzoek vindt het Hof dat de naaktfouillering - zonder dat het gedrag van de gedetineerde dit verantwoordt - de toets aan de grondrechten niet kan doorstaan.

Stelselmatige naaktfouillering

Sinds 16 september 2013 vinden er stelselmatige naaktfouilles plaats in de gevangenissen. En dit in drie gevallen.

Alle gedetineerden die de gevangenis binnenkomen, ondergaan een naaktfouille. Bijvoorbeeld bij een terugkeer na een uitgaansvergunning of na penitentiair verlof.

Naaktfouilles gebeuren ook bij alle gevangenen voor ze in een beveiligde cel worden geplaatst of in een strafcel worden opgesloten.

Fouillering op het lichaam vindt ook plaats als de gedetineerde bezoek heeft gekregen van bepaalde personen (bv. familieleden). Deze naaktfouilles gebeuren volgens de richtlijnen die elke gevangenis zelf opstelt. Als er naaktfouilles gebeuren, gelden ze voor alle gedetineerden die dan bezoek hebben gekregen. Enkele gedetineerden er uit pikken kan niet. Na bezoek in een lokaal met een transparante wand die de bezoeker van de gedetineerde scheidt, wordt er niet op het lichaam gefouilleerd.

Vordering tot schorsing

Een veroordeelde die binnenkort de gevangenis in moet, heeft een schorsingvordering ingesteld tegen deze regeling. Hij vindt dat naaktfouilles zonder dat de noodzaak daarvan is aangetoond op basis van individuele aanwijzingen, niet door de beugel kunnen. En hij baseert zich daarbij onder meer op artikel 3 van het EVRM dat onmenselijke of vernederende behandelingen verbiedt.

Onderzoek

Het Hof heeft zich op 30 oktober 2013 uitgesproken over de vordering tot schorsing. Het heeft onderzocht of het aangevoerde middel ernstig is en of er sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voor de veroordeelde. Twee zaken die nodig zijn om te kunnen schorsen.

Het Hof stelt vast dat de fouillering op het lichaam in bepaalde omstandigheden noodzakelijk kan zijn om de orde en de veiligheid in de gevangenis te handhaven en misdrijven te voorkomen. Dat is het geval wanneer het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft.

Het Hof vindt echter dat stelselmatige naaktfouilles verder gaan dan strikt noodzakelijk is om die doelstellingen te bereiken. Men kan immers niet zeggen dat elk van die situaties (binnenkomst, plaatsing in strafcel of bezoek) voor elke gedetineerde een verhoogd risico voor de veiligheid of de orde in de gevangenis doet ontstaan.

Het Hof vindt dat de naaktfouilles - waarbij geen rekening wordt gehouden met het gedrag van de gedetineerde - op discriminerende wijze afbreuk doen aan het in het EVRM vastgelegde verbod om op een vernederende wijze te worden behandeld. Het baseert zich daarbij trouwens op de rechtspraak van het EHRM.

Het Hof besluit dan ook dat het de aangevoerde schending van de artkelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 3 van het EVRM, wel degelijk als ernstig moet beschouwd worden.

Het Hof onderzoekt vervolgens of de naaktfouille een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent. Het oordeelt dat de naaktfouille een ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit uitmaakt. En dat die aantasting achteraf niet meer kan worden hersteld. De onmiddellijke uitvoering van de bestreden maatregel kan de verzoeker bijgevolg een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkenen.

Schorsing

Het Hof besluit dan ook om de systematische naaktfouilles te schorsen (art. 108, § 2, eerste lid van de basiswet rechtspositie gedetineerden). Binnen drie maanden zal het zich ten gronde uitspreken over het ingediende vernietigingsverzoek.

Naaktfouilles blijven wel mogelijk als de gevangenisdirecteur vindt dat er individuele aanwijzingen zijn dat het onderzoek van de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van gevaarlijke of verboden wapens of substanties. En dit wanneer dat in het belang van de ordehandhaving of veiligheid nodig is.

Bron: GwH 30 oktober 2013, nr. 143/2013, BS 4 november 2013

Zie ook:
Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, art. 108
Wet van 1 juli 2013 tot wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, art. 5