Werkloosheidsbesluit aangepast aan nieuwe behandeling beëindigingsvergoedingen

Sinds 1 oktober 2013 worden bijna alle vergoedingen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op dezelfde manier onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen. Het werkloosheidsbesluit van 25 november 1991 wordt nu afgestemd op die nieuwe situatie.

Niet-concurrentiebeding

Het werkloosheidsbesluit bepaalt dat werklozen enkel uitkeringen kunnen krijgen als ze 'wegens omstandigheden onafhankelijk van hun wil zonder arbeid en zonder loon zijn'. Men somt ook op wat men hier verstaat onder ?loon?. En dat lijstje wordt nu aangepast met ingang van 1 november 2013.

Een KB van 24 oktober 2013 voegt namelijk een verwijzing toe naar het recent ingevoegde artikel 19, §1, vijfde lid van het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet. Een KB van 24 september 2013 heeft het RSZ-loonbegrip immers verruimd tot de vergoeding die rechtstreeks of onrechtstreeks wordt betaald aan de werknemer bij de toepassing van een niet-concurrentiebeding dat binnen de 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst gesloten wordt.

Die vergoeding wordt voortaan dus als loon beschouwd bij de toepassing van de voorwaarden in de werkloosheidsreglementering.

In het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet omschrijft men het niet-concurrentiebeding als 'een overeenkomst op grond waarvan de vroegere werknemer zich ertoe verbindt om:

geen personeel of zelfstandige medecontractanten af te werven van zijn vroegere werkgever, hetzij in eigen naam en voor eigen rekening, hetzij in naam en voor rekening van één of meerdere derden; en/of

geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen als dewelke hij uitoefende bij zijn vroegere werkgever, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden van een concurrerende werkgever.?

Beëindiging arbeidsovereenkomst

Op het lijstje met items die behoren tot het loonbegrip in de werkloosheidsreglementering staat ook 'de vergoeding waarop de werknemer aanspraak kan maken uit hoofde van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met uitzondering van de vergoeding wegens morele schade en de vergoeding die toegekend wordt ter aanvulling van de werkloosheidsuitkering'.

Het nieuwe KB van 24 oktober 2013 voegt daar nu aan toe dat die vergoedingen steeds als loon worden beschouwd indien ze loon zijn in de zin van artikel 14 van de RSZ-wet van 27 juni 1969. Dat artikel omschrijft het loonbegrip dat de RSZ gebruikt voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen.

Het KB van 24 oktober 2013 koppelt het loonbegrip uit de werkloosheidsregeling dus uitdrukkelijk aan het loonbegrip uit de RSZ-wet. En dus zijn de werkloosheidsregels in overeenstemming met de nieuwe behandeling van bijna alle vergoedingen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Die vergoedingen vallen sinds kort immers onder het loonbegrip dat de RSZ hanteert. De sluitingsvergoeding is een van de uitzonderingen.

We kunnen er nog op wijzen dat RSZ zelf verwijst naar het loonbegrip in de Loonbeschermingswet omdat de RSZ geen eigen loonbegrip hanteert.

Bron: Koninklijk besluit van 24 oktober 2013 tot wijziging van artikel 46 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 31 oktober 2013

Zie ook:
? Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 5 december 1969 (artikel 19, §1 vijfde lid van het uitvoeringsbesluit RSZ-wet)
? Koninklijk besluit van 24 september 2013 tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 27 september 2013
? Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 25 juli 1969 (artikel 14 van de RSZ-wet)