Toezicht op financiële sector afgestemd op bevoegdheden Europese toezichtsautoriteiten

Twee KB's van 12 november 2013 stemmen de Belgische wetgeving over het toezicht op de financiële sector af op de bevoegdheden van de Europese Bankautoriteit, de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten. Ze zetten daarmee de omnibus I-richtlijn gedeeltelijk om in Belgisch recht.

Europees Systeem voor Financieel Toezicht

De Europese Bankautoriteit (EBA), de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) zijn de drie Europese toezichtsautoriteiten (ESA's) die, samen met het Europees Comité voor Systeemrisico's (ESRB), het nieuwe Europees Systeem voor Financieel Toezicht vormen.
Opdat dit systeem effectief zou kunnen werken, wijzigt de omnibus I-richtlijn de regelgeving die van toepassing is op de werkterreinen van de drie ESA's.

De omnibus I-richtlijn voorziet ook in de uitwisseling van informatie tussen de nationale toezichthoudende overheden en de ESA's, de ESRB en de Europese Commissie. Voordien gebeurde deze informatie-uitwisseling vooral tussen de bevoegde toezichthouder en de Europese Commissie.

Aanpassing wetten en KB's

Omdat de omnibus I-richtlijn diverse richtlijnen wijzigt, moeten ook op Belgisch niveau tal van wetten en koninklijke besluiten aangepast worden.

Het ene KB van 12 november 2013 past volgende wetten over het toezicht op de financiële sector aan, aan de nieuwe bevoegdheden van de drie ESA's:

wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen (bankwet);

wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen;

wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België (organieke wet NBB);

wet van 28 april 1999 houdende omzetting van richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen;

wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (wet toezicht financiële sector).

Het andere KB van 12 november 2013 stemt alle KB's die bovenstaande sectorwetgeving uitvoeren, af op de nieuwe bevoegdheden van de drie Europese toezichtsorganen:

KB van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging;

KB van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen;

KB van 21 november 2005 over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het KB van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het KB van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen (KB aanvullend groepstoezicht voor financiële conglomeraten).

Hierna vermelden we de belangrijkste wijzigingen in deze Belgische wetgeving.

Kredietinstellingen

Het KB van 12 november 2013 wijzigt de bankwet onder meer op volgende vlakken:

het KB voegt de definities van de EBA en de ESMA, en van de EBA-verordening toe aan de bankwet;

de lijst van kredietinstellingen waaraan een vergunning werd verleend moet voortaan ter kennis gebracht worden aan de EBA in plaats van aan de Europese Commissie;

de NBB (als consoliderend toezichthouder) moet de lijst van financiële holdings ter kennis brengen aan de buitenlandse bevoegde autoriteiten, de Europese Commissie en de Europese Bankautoriteit;

voortaan moet ook de EBA op de hoogte gebracht worden van de beslissingen van de NBB om zich te verzetten tegen het voornemen van een Belgische kredietinstelling om binnen de EER een bijkantoor te vestigen;

de NBB stelt de EBA, de Europese Commissie en de Raad op de hoogte van de door de Europese Richtlijnen vereiste informatie over de toepassing van de reglementaire voorschriften voor de kredietinstellingen;

de NBB krijgt de bevoegdheid om, op verzoek van één of meer betrokken autoriteiten, een meningsverschil tussen bevoegde autoriteiten in grensoverschrijdende situaties te schikken;

de NBB moet haar beslissing opschorten als een andere bevoegde autoriteit een meningsverschil aangaande een grensoverschrijdende situatie heeft doorverwezen naar de EBA voor beslissing. De NBB moet in dat geval de beslissing van de EBA afwachten;

de NBB moet voortaan elke intrekking of herroeping van de vergunning van een kredietinstelling met redenen omkleden en ter kennis brengen aan de Europese Commissie en de EBA. Ook de betrokken instelling moet door de NBB op de hoogte worden gebracht van de redenen;

in het kader van haar toezicht op bijkantoren of vrij verrichten van diensten, moet de NBB voortaan niet enkel de Europese Commissie, maar nu ook de EBA en de ESMA - voor zover de betrokken kredietinstelling ook beleggingsdiensten verricht - op de hoogte brengen van conservatoire maatregelen die ze opgelegd heeft ter bescherming van de belangen van de inleggers, beleggers en andere personen voor wie diensten verricht worden. De NBB kan de zaak naargelang het geval naar de EBA of ESMA kan verwijzen;

de NBB moet het Europees comité voor het bankwezen op de hoogte brengen van vergunningen voor bijkantoren die aan kredietinstellingen verleend zijn met een hoofdkantoor in een derde land.

Beleggingsondernemingen

Het KB van 12 november 2013 wijzigt de wet op het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen onder meer op volgende vlakken:

de FSMA is voortaan verplicht om de lijst van marktondernemingen die een MTF uitbaten ook aan de ESMA mee te delen;

het KB voegt de definities van de EBA en de ESMA, en van de ESMA-verordening toe aan de wet op het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen;

de FSMA moet voortaan elke toekenning van een vergunning aan een beleggingsonderneming ter kennis te brengen aan de ESMA;

er wordt in de wet op het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen een verwijzing opgenomen naar de bepalingen over het beroepsgeheim die op de NBB van toepassing zijn. Sinds de inwerkingtreding van het ?Twin-Peaks?-model is de NBB immers bevoegd om toezicht uit te oefenen op de beursvennootschappen;

de toezichthoudende overheid is verplicht om de Europese Commissie en de ESMA op de hoogte te brengen van afwijkingen die zij toestaan op de toepassing van kapitaalsvereisten;

de toezichthoudende overheid moet elke intrekking en herroeping van een vergunning van een beleggingsonderneming ter kennis brengen van de ESMA;

de ESMA moet voortaan in kennis worden gesteld van de openbaarmaking van het feit dat een welbepaalde instelling zich niet geconformeerd heeft aan de regelgeving na daartoe te zijn aangemaand;

de toezichthoudende autoriteit is verplicht om de ESMA in kennis te stellen van aan beleggingsondernemingen opgelegde geldboeten en dwangsommen;

de toezichthoudende overheid kan grensoverschrijdende conflictsituaties voorleggen aan de ESMA.

Nationale Bank van België

Het KB van 12 november 2013 voert ook in de organieke wet van de Nationale Bank van België de nodige wijzigingen door om in te spelen op de gewijzigde bevoegdheden van de ESA's.
De NBB krijgt de mogelijkheid om bepaalde situaties door te verwijzen naar de bevoegde Europese toezichthouder. De verschillende expliciete verwijzingsmogelijkheden zijn ook voorzien in de sectorale wetgevingen, maar vinden een algemene houvast in de organieke wet van de NBB.

Afwikkeling betalingen en effectentransacties

Het KB van 12 november 2013 voegt de definities van 'Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)' en 'Europees Comité voor Systeemrisico's (ESRB)' toe aan de wet van 28 april 1999.

De minister van Financiën moet voortaan bij de ESMA, en niet langer bij de Europese Commissie, de aanmeldingen doen die artikel 2, § 5, 3° van de wet van 28 april 1999 voorziet.
Er worden ook nog een aantal redactionele wijzigingen aangebracht in de wet van 28 april 1999 die nodig waren om bv. de oude benaming van de Commissie voor Bank, Financie- en Assurantiewezen te vervangen door FSMA en om de gewijzigde bevoegdheidsverdeling te veruiterlijken. De NBB licht nu het ESRB en de ESMA ook in over de vordering of het vonnis als bedoeld in artikel 5 van de wet.

Toezicht op financiële sector en financiële diensten

Indien de gereglementeerde markt blijft handelen op een wijze die de belangen van beleggers in België of de ordelijke werking van de markten kennelijk schaadt, neemt de FSMA de nodige maatregelen om de beleggers en de goede werking van de markten te beschermen. Daartoe behoort de mogelijkheid om de gereglementeerde markt te beletten haar voorzieningen beschikbaar te stellen voor in België gevestigde leden of deelnemers op afstand.
Naast de Europese Commissie, moet nu ook de ESMA in kennis worden gesteld van de door de FSMA genomen maatregelen (wijziging art. 6, § 9, 3de lid wet van 2 augustus 2002).

Geconsolideerd toezicht op kredietinstellingen,?

Het KB van 12 november 2013 past ook het KB van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen,? aan, aan de nieuwe bevoegdheden van de drie ESA's. Er werd de mogelijkheid gecreëerd om bepaalde situaties naar EBA te verwijzen. De prudentiële toezichthouder moet de bilaterale overeenkomsten in het kader van het geconsolideerd toezicht aan de EBA ter kennis te brengen. In geval van een noodsituatie waarschuwt de prudentiële toezichthouder voortaan ook de EBA en de ESRB.

Buitenlandse beleggingsondernemingen

Het KB van 12 november 2013 vervangt in het 'KB van 20 december 1995 over de buitenlandse beleggingsondernemingen' de verwijzing naar de prudentiële toezichthouder door een verwijzing naar 'toezichthoudende overheid'. Daarnaast voegt het de definitie van 'Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)' aan het KB van 1995 toe. De NBB krijgt ook de mogelijkheid om bepaalde situaties voor schikking naar de ESMA te verwijzen.

Aanvullend groepstoezicht voor financiële conglomeraten

Het KB van 12 november 2013 stemt het 'KB over het aanvullend groepstoezicht voor financiële conglomeraten' af op de nieuwe bevoegdheidsverdeling tussen de NBB en de FSMA (Twin-Peaks-model).
Daarnaast voegt het KB een aantal nieuwe definities toe (o.a. EBA-verordening, ESMA-verordening, EIOPA-verordening, ESRB en de organieke wet van de NBB).

Voortaan moet het Gemengd Comité - in plaats van de Europese Commissie - in kennis worden gesteld van de identificatie van een groep als een financiële dienstengroep, en van de aanwijzing van de bevoegde toezichthoudende overheid als autoriteit belast met het aanvullende groepstoezicht.

De risicobeheerprocedures moeten nu ook regelmatig geactualiseerde regelingen en plannen bevatten om bij te dragen tot herstel- en saneringsregelingen, en deze zo nodig te ontwikkelen.

De toezichthoudende overheid moet haar uiterste best doen om de richtsnoeren van het Gemengd Comité na te leven. In geval van een meningsverschil kan de zaak naar de bevoegde ESA worden doorverwezen.

In werking

Beide KB's van 12 november 2013 treden in werking op 29 november 2013, tien dagen na hun publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 12 november 2013 tot wijziging van diverse wetten ter gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2010/78/EU van 24 november 2010 wat betreft de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten), BS 19 november 2013.

Bron: Koninklijk besluit van 12 november 2013 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten ter gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2010/78/EU van 24 november 2010 wat betreft de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en de Europese Autoriteit voor effecten en markten), BS 19 november 2013.

Zie ook:
- Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft, Pb.L. 15 december 2010, afl. 331; err., Pb.L. 30 juni 2011, afl. 170 (omnibus I-Richtlijn).
- Verordening nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb.L. 15 december 2010, afl. 331 (EBA-verordening).
- Verordening nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie, Pb.L. 15 december 2010, afl. 331 (EIOPA-verordening).
- Verordening nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, Pb.L. 15 december 2010, afl. 331 (ESMA-verordening)