Besparingen bij internationale rogatoire commissies

Minister van Justitie Turtelboom wil dat er bespaard wordt op de verplaatsingskosten voor dienstreizen van rechters en politiemensen naar het buitenland. Ze heeft een omzendbrief gemaakt met daarin een aantal strengere regels. Belangrijke nieuwigheden zijn dat er alleen nog economy mag gevlogen worden en dat de onderzoeksrechter zijn griffier niet meer mag meenemen. De nieuwe regels moeten helpen om de gerechtskosten binnen de perken te houden.

Goed gemotiveerd

Als Belgische magistraten of politiemensen voor een dienstreis naar het buitenland willen, motiveren ze uitgebreid waarom dat nodig is. Ze moeten zich bijvoorbeeld vooraf afvragen of hun buitenlandse aanwezigheid wel degelijk een meerwaarde kan bieden en of het rechtshulpverzoek zonder hun bijstand niet hetzelfde resultaat kan opleveren.

De gevraagde onderzoeksdaden moeten in verhouding zijn met de ernst van de feiten en met het belang en de aflijning van het Belgische onderzoek. De buitenlandse verplaatsing mag in geen geval dienen om onvolledigheden van het rechtshulpverzoek op te vangen.

Videoconferentie

Magistraten en politiemensen gaan ook na of er geen alternatieven zijn voor de bemande rogatoire commissie. De minister denkt onder meer aan het verhoor per videoconferentie. Of aan de tussenkomst van Eurojust, de Belgische liaisonofficieren of de verbindingsmagistraat in het buitenland.

Wachten op toestemming

De magistraten en politiemensen moeten vóór hun vertrek de uitdrukkelijke toestemming hebben van het land waar ze naar toe trekken. Ze moeten trouwens vermijden om - zolang die formele toestemming er niet is - kosten voor de reis (bv. aankoop vliegtuigtickets) te maken.

Kosten zo laag mogelijk

De minister vraagt dat de kosten zo laag mogelijk gehouden worden. Zowel bij de keuze van de vervoermiddelen en bij de verblijfsduur.

Enkel economy-vluchten zijn toegelaten. En trips met een weekend waarin niet kan gewerkt worden, worden vermeden.

Ook de samenstelling van de delegatie is zo beperkt mogelijk.

De griffier van de onderzoeksrechter mag in geen geval mee.
De minister vraagt ook dat de onderzoeksrechter enkel een parketmagistraat meeneemt als dat een meerwaarde kan bieden.
Bij voorkeur gaat er evenmin een Belgische tolk mee maar kiest men voor een lokale tolk.
En tot slot mogen er maar hoogstens twee politiemensen mee. Een afwijking kan wel in uitzonderlijke en gemotiveerde gevallen.

Machtiging

Elke aanvraag voor een buitenlandse dienstreis wordt schriftelijk ingediend bij de procureur-generaal of - in bepaalde dossiers - bij de federale procureur. Tenzij het gaat om uiterst dringende gevallen.

Als de kosten waarschijnlijk minder dan 2.500 euro zullen bedragen, kan de procureur-generaal of de federale procureur zelf een machtiging geven.
Lijkt het erop dat het een duurdere reis zal worden, dan mogen ze enkel advies geven. Het is de FOD Justitie die beslist over de machtiging.


Komt het verzoek rechtstreeks van de onderzoeksrechter dan vraagt de procureur-generaal of de federale procureur het standpunt van de bevoegde procureur des Konings.

Praktisch

Aanvragen die bestemd zijn voor de FOD Justitie gaan via de procureur-generaal (of de federale procureur) naar de Centrale Autoriteit Internationale Samenwerking in strafzaken. Gaat het om aanvragen voor een rogatoire commissie inzake internationaal humanitair recht, dan bezorgen ze de aanvragen aan de Dienst Internationaal Humanitair recht.

Inhoud aanvraag

Om de aanvraag goed te kunnen beoordelen, moet ze zeker volgende elementen bevatten:

wie aan de verplaatsingen deelneemt;

de reden voor de verplaatsing. Met daarbij een korte uiteenzetting van de zaak, de vermelding van de tenlasteleggingen en de aard van de in het buitenland uit te voeren opdrachten;

de toestemming van de buitenlandse overheid;

hoe de verplaatsingen zullen gebeuren (plaats, datum, duur en vervoermiddel);

de geraamde reis- en verblijfskosten. De verblijfskosten (logement en dagelijks forfait) worden geraamd op basis van het jaarlijks gepubliceerde besluit over de verblijfsvergoedingen voor ambtenaren van de FOD Buitenlandse Zaken;

een kopie van het rechtshulpverzoek.

Betaling

De verblijfsvergoedingen (logement en dagelijks forfait) worden uitbetaald op basis van de werkelijke en bewezen uitgaven. Met een maximum van de per land vastgestelde bedragen.

Voor de vertrek- en terugkeerdag mag maar een halve forfaitaire vergoeding gevraagd worden. Ook bij verplaatsingen van 1 dag, is maar een half forfait toegestaan.
Bijkomende kosten bij de verblijfskosten (zoals taxi- en telefoonkosten) zijn in de verblijfsvergoeding inbegrepen. Ze mogen dus niet apart aangerekend worden.

Verslag kostenafrekening

Na de uitvoering van de rogatoire commissie moet er een kort verslag van de werkelijke kostenafrekening overgemaakt worden aan de FOD Justitie. Dat verloopt ook via de procureur-generaal of de federale procureur.

Als er problemen waren bij de uitvoering van de onderzoeken moet dat ook gemeld worden.

Verhaal

De kosten van de bemande rogatoire commissie kunnen verhaald worden op de burgerlijke partij, als het gerechtelijk onderzoek gevoerd wordt na een burgerlijke partijstelling.

Bron: Ministeriële omzendbrief van 1 oktober 2013 inzake de verplaatsingskosten voor dienstreizen naar het buitenland in het kader van internationale samenwerking in strafzaken, BS 27 november 2013.

Zie ook:
Koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, art. 61, 66 en 82
Ministerieel besluit van 16 april 2013 houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan afgevaardigden en ambtenaren afhangend van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies