Notionele interestaftrek afgestemd op Argenta-arrest (art. 7, 8 en 22 DB Fiscaal)

België heeft de regels voor de notionele interestaftrek (aftrek voor risicokapitaal) afgestemd op het Argenta-arrest van het Europees Hof van Justitie. In de berekeningsbasis wordt nu rekening gehouden met buitenlandse vaste inrichtingen. De aanpassing geldt vanaf het aanslagjaar 2014.

Uitbreiding berekeningsbasis

De notionele interestaftrek wordt berekend op basis van het 'aangepaste' eigen vermogen van een vennootschap. De berekeningsbasis voor de aftrek werd verminderd met de waarde van de buitenlandse vaste inrichtingen, de onroerende goederen of de rechten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen. Maar het Europees Hof van Justitie heeft in het Argenta-arrest (arrest Argenta Spaarbank nv (C-350/11) van 4 juli 2013) geoordeeld dat deze uitsluiting strijdig is met het Europees recht van vrijheid van vestiging.

Vanaf het aanslagjaar 2014 wordt het deel van het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan vaste inrichtingen, onroerende goederen of rechten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen in het buitenland (landen waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft), niet meer uitgesloten van de berekeningsbasis van de notionele interestaftrek (wijziging art. 205ter WIB 1992; art. 7, wet van 21 december 2013).
Daarmee komt België tegemoet aan de opmerkingen van het Hof van Justitie in de Argenta-zaak.

Vermindering notionele interestaftrek

Ter compensatie wordt de notionele interestaftrek zelf verminderd met het deel van de notionele aftrek berekend op het eigen vermogen van de vaste inrichtingen, onroerende goederen of rechten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen, die gelegen zijn in een lidstaat die geen deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte (EER) en waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten.

Beperkte vermindering voor EER-lidstaten

Het deel van de notionele interstaftrek berekend op het eigen vermogen van de vaste inrichtingen, onroerende goederen of rechten met betrekking tot dergelijke onroerende goederen, die wel gelegen zijn in een EER-lidstaat waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten, wordt slechts van de notionele interestaftrek afgetrokken in de mate dat deze het geheel van de winsten die toerekenbaar zijn aan deze activa niet overstijgt (nieuw art. 205quinquies, WIB 1992; art. 8, wet van 21 december 2013).

In tegenstelling tot het verleden zal de vennootschap dus het deel van de notionele interestaftrek, berekend op de verlieslatende inrichtingen of onroerende goederen gelegen in een EER-lidstaat (met dubbelbelastingverdrag), niet meer verliezen.

In werking

Deze regeling is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2014.

Bron: Wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen, BS 31 december 2013 - art. 7, art. 8 en art. 22.

Zie ook:
- Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 1992) - art. 205ter en nieuw art. 205quinquies
- Arrest van het Europees Hof van Justitie (Eerste kamer) van 4 juli 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen ? België) ? Argenta Spaarbank NV/Belgische Staat (Zaak C-350/11)